Rouvoet: salaris van leraar is bescheiden

Leraren in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs genieten een „bescheiden” salaris vergeleken met buitenlandse collega’s. Dat schrijft demissionair minister Rouvoet (Onderwijs, ChristenUnie) aan de Tweede Kamer in een reactie op het gisteren verschenen OESO-rapport Education at a Glance.

Voor dat geld staan docenten lang voor de klas: basisschoolleerkrachten 167 uur langer dan het EU-gemiddelde van 763 uur per jaar. Ook in het voortgezet onderwijs en het mbo geven leraren langer les dan het EU-gemiddelde: 750 uur ten opzichte van 661 uur.

In Education at a Glance presenteert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling jaarlijks de staat van het onderwijs in 31 landen. In het rapport wordt dit jaar voor het eerst de netto opbrengst, uitgedrukt in geld, van het onderwijs in Nederland berekend. Rouvoet concludeert uit de cijfers „dat hoger onderwijs op de lange termijn de investering waard is [...] zowel voor de overheid als voor het individu”.

In Nederland profiteert de overheid, via hogere belastinginkomsten, relatief meer van onderwijsinvesteringen dan het individu. In de meeste andere landen is dat omgekeerd. De totale opbrengst in Nederland ligt ongeveer 100.000 dollar onder het OESO-gemiddelde van 335.000 dollar.

Uit het rapport blijkt dat de Nederlandse overheid minder geld uitgeeft aan onderwijs. Het OESO-gemiddelde ligt op 13,3 procent van de rijksuitgaven; Nederland besteedde in 2007, het jaar dat in dit rapport wordt onderzocht, 11,7 procent aan onderwijs.

Ook als percentage van het bbp blijven de publieke en private onderwijsuitgaven in Nederland achter bij het OESO-gemiddelde: 5,6 ten opzichte van 6,2 procent.

Lees het rapport op nrc.nl/binnenland