Raadpleeg het volk van Bonaire, St. Eustatius en Saba

Stel de opheffing van de Antillen uit. Het is een plicht eerst een bindend referendum te houden, stellen Charlotte Duijf en Fred Soons.

Morgen worden er in Den Haag op de zogenoemde Rondetafelconferentie belangrijke knopen doorgehakt over de staatkundige toekomst van het Koninkrijk. Als alles volgens plan verloopt, zal het Antilliaanse staatsverband op 10 oktober worden opgeheven. Curaçao en Sint Maarten krijgen dan een status aparte, vergelijkbaar met de status van Aruba. De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de ‘BES-eilanden’) worden openbare lichamen (‘bijzondere gemeenten’) en zullen integreren in Nederland. Over vijf jaar wordt deze status geëvalueerd.

De aanloop naar de Rondetafelconferentie is geenszins vlekkeloos verlopen. Zo werd op Curaçao pas op de valreep een coalitie gevormd die het eiland op de conferentie moet vertegenwoordigen. De meningen op Curaçao over de aanstaande hervormingen zijn allerminst eenduidig. Dit blijkt uit het feit dat de Curaçaose delegatie de strikte instructie heeft meegekregen op de conferentie meer autonomie te bedingen.

De onvrede op de BES-eilanden is zo mogelijk nog groter. Er ontstond commotie nadat de Tweede Kamer dit voorjaar via een amendement bepaalde dat een wettelijke regeling inzake abortus binnen één jaar wordt ingevoerd op de BES-eilanden. Euthanasie en het homohuwelijk worden binnen twee jaar wettelijk mogelijk. De eilandsraad van Sint Eustatius nam een motie aan tegen de invoering van deze „antisociale wetten”. Ook op Bonaire protesteerde men tegen invoering van controversiële wetgeving.

Hieruit blijkt dat men op de BES-eilanden grote moeite heeft met de consequenties van de integratie in een land duizenden kilometers verderop dat er totaal andere mores op nahoudt. Nu deze consequenties duidelijk zijn, zou aan de hand van een bindend referendum moeten worden vastgesteld of de nieuwe positie van de BES-eilanden in lijn is met de staatkundige toekomstwensen van de bevolking. Immers, de bevolking van die eilanden heeft nog altijd niet in een bindend referendum haar mening kunnen geven over de integratie in Nederland.

Zeker, er werden al eerder referenda georganiseerd op de BES-eilanden. Het is echter hoogst twijfelachtig of de uitkomsten van deze referenda de integratie van de eilanden kunnen rechtvaardigen. De situatie is het meest precair op Sint Eustatius, waar de overgrote meerderheid van de bevolking in 2005 voor behoud van de Nederlandse Antillen stemde. De Statiaanse volksvertegenwoordiging stemde vervolgens onder grote druk in met de staatkundige hervormingen, maar deze beslissing is nooit ter beoordeling aan de bevolking voorgelegd in een bindend referendum. Op Saba en Bonaire stemde de bevolking in 2004 voor hechtere banden met Nederland, maar destijds was nog volledig onduidelijk wat dit zou gaan inhouden. Dit blijkt eens te meer uit de heftige reacties op invoering van Nederlandse wetgeving.

Het internationale gewoonterecht, mede ingevuld door belangrijke VN-resoluties, alsmede internationale burgerrechtenverdragen, verplichten het Koninkrijk der Nederlanden om het zelfbeschikkingsrecht in acht te nemen. Dit houdt in dat een (voormalige) kolonie pas wordt verondersteld zelfbesturend te zijn wanneer de bevolking vrijelijk haar politieke toekomst heeft bepaald. Met name als een entiteit niet volledig onafhankelijk wordt, dient met argusogen bekeken te worden of de wens van het volk wordt vervuld.

Sinds 1973 erkennen de afzonderlijke eilanden van de Nederlandse Antillen elkaars zelfbeschikkingsrecht. Nederland doet dit sinds 1981. Dit heeft als gevolg dat het Koninkrijk zich niet kan verschuilen achter het feit dat een meerderheid van de Antilliaanse bevolking zich heeft uitgesproken voor de ontmanteling van de Nederlandse Antillen. Het zelfbeschikkingsrecht komt namelijk niet toe aan de Nederlandse Antillen als geheel, maar aan de afzonderlijke eilanden.

De verplichting van de Koninkrijksregering – de Nederlandse regering plus gevolmachtigde ministers van de Nederlandse Antillen en Aruba – om een referendum te organiseren op de BES-eilanden over de staatkundige hervormingen staat als een paal boven water. Met het oog op internationaalrechtelijke verplichtingen zouden de Koninkrijkspartners er dan ook verstandig aan doen om morgen tijdens de Rondetafelconferentie te besluiten tot de organisatie van referenda op de BES-eilanden vóór de datum waarop de nieuwe verhoudingen ingaan. Dat zou pleiten voor uitstel van de nu voorziene datum voor opheffing van het Antilliaanse staatsverband op 10 oktober aanstaande. Het kan namelijk niet zo zijn dat een definitieve beslissing wordt genomen over de status van de BES-eilanden, zonder dat de bevolking hiermee heeft ingestemd.

Charlotte Duijf en Fred Soons zijn masterstudent resp. hoogleraar internationaal publiekrecht, Universiteit Utrecht