Praten over kunst, de eerste indruk voorbij

De verhuizing van Close Up naar de late dinsdagavond is een felicitatie aan het adres van de AVRO waard. Al enkele jaren vertoont de omroep die het meest aan kunst op televisie doet, onder die noemer in de vroege zondagavond lange documentaires over kunst en kunstenaars. Dat was geen erg handig tijdstip, zodat het feit dat de gemiddelde kwaliteit niet meer onderdeed voor die van Het uur van de wolf (NTR) een goed bewaard geheim bleef.

Maar er kleeft nog een voordeel aan programmering aan het eind van de avond. De documentaires, veelal aankopen en co-producties, moesten vaak ernstig worden ingekort om op het procrustesbed van de netmanager te passen. In de nacht is er meer ruimte in het zendschema voor uitloop.

Gisteren werd de migratie gevierd met een feestelijke double bill: eerst de splinternieuwe film Jean Tinguely et Niki de Saint Phalle: Les Bonnie and Clyde de l’art van Louise Faure en Anne Julien en daarna een wat oudere documentaire uit 2005 van hetzelfde duo, over de totstandkoming van Tinguely’s meesterwerk De cycloop.

Daarin zien we een klein meisje verrukt rondlopen en enthousiast wijzen naar de 22 meter hoge constructie in een Frans bos, de ultieme „nutteloze machine” van de Zwitserse utopisch anarchist.

Het herinnerde me aan mijn eigen ervaring, toen ik als kind de apparaten van Tinguely zag op de legendarische tentoonstelling Bewogen beweging in het Stedelijk Museum. Net als de grote vrouwenfiguren in polyester van zijn vrouw De Saint Phalle, de nanas (meiden), is het kunst als speelgoed en speelden zij met kunst.

Je hoeft niets te weten van de verwijzingen naar Dada, Gaudi of Malevitsj om het te begrijpen, maar een documentaire die zulke verbanden wel legt verrijkt de waardering.

Een gebrek aan duiding en achtergrondkennis vormt juist de handicap van een ander kunstprogramma van de AVRO. In Opium praat Cornald Maas met een panel van drie bekende makers over nieuwe voorstellingen, exposities, films, cd’s. De formule lijkt een beetje op De recensenten van wijlen Het Gesprek, maar dan voor een breder publiek. Het panel bestaat dan ook niet uit recensenten (geen beschermd beroep), maar mensen die doorgaans buiten hun eigen vakgebied geen speciale kennis bezitten. Als het daar toevallig wel over gaat, zijn ze terecht terughoudend in het vellen van een oordeel over collega’s.

Helaas blijft de conversatie derhalve vaak beperkt tot de vraag of iemand al dan niet van Bob Dylan of van musicals houdt. In de eerste aflevering van het seizoen oversteeg gisteren alleen schrijfster Nelleke Noordervliet soms dat niveau. Zij kent de canons en naar haar oordeel ben ik benieuwd.