'Opzeggen mensenrechtenverdragen is complex, langdurig en geen oplossing'

migratieHet opzeggen van ‘hinderlijke’ mensenrechtenverdragen is behalve complex, langdurig en ongewenst ook geen oplossing. Vooral omdat migratie niet het probleem is dat ervan wordt gemaakt. Dit zei de nieuwe hoogleraar immigratierecht Peter Rodrigues vorige week bij zijn intrede aan de Leidse Universiteit. Volgens hem wordt er op het ministerie van Justitie ‘nagedacht’ over de mogelijkheid om het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) op te zeggen.

Oorzaak is groeiende druk uit de politiek. Correcties van Europese rechters op Nederlands vreemdelingenbeleid worden hinderlijk gevonden en te vaak opgevat als ‘keuzes’ waar Nederland voor staat, terwijl het om dwingende uitspraken gaat. Ook mensenrechtenverdragen worden als belemmerend ervaren, merkt Rodriges op. Terwijl het volgens hem behalve om internationale fatsoensnormen om dwingend recht gaat. En wel van een hogere orde dan nationaal recht.

In de recente verkiezingsprogramma’s van politieke partijen wordt intussen vaak gedaan of de Europese normen helemaal niet bestaan. Dan wel naar keuze kunnen worden aangepast. Daarbij refereert de nieuwe hoogleraar aan een artikel van de VVD parlementariër De Krom over de door hem gewenste beperking van WW en bijstand voor migranten. Volgens Rodrigues zijn pleidooien voor een ‘immigratiestop’ of ‘herinvoering van een werkvergunning voor Oost-Europeanen’  juridisch helemaal niet mogelijk.

Nederland heeft op deze terreinen soevereiniteit ingeleverd, constateert hij. De grenzen zijn ‘verlegd’. Immigratierecht is Europees bepaald - en daarbinnen zijn de mensenrechten via meerdere verdragen internationaal verankerd. De geschiedenis van die verdragen (de verschrikkingen uit de wereldoorlogen) is te beschouwen als het erfgoed van het asiel- en migratierecht.

Het jongste verdrag dat Nederland bindt is het Grondrechten handvest van de Europese Unie dat deel uitmaakt van het verdrag van Lissabon. Om daar onderuit te komen zou Nederland de Europese Unie moeten verlaten. Dat is weliswaar technisch mogelijk, maar het levert juridisch weinig op. De toegang van vreemdelingen tot ons land kan de Haagse politiek al geruime tijd niet meer zelfstandig vaststellen.

Sinds het verdrag van Amsterdam uit 1999 zijn er bindende Europese richtlijnen gekomen over gezinshereniging, asielzoekers, kennismigranten, terugkeer en ‘langdurig ingezeten derdelanders’. Door het verdrag van Lissabon heeft het Grondrechten Handvest van de EU  ’rechtstreekse werking’. Wat daarin staat is direct van toepassing in Nederland. In dat handvest is voor het eerst ook een ‘recht op asiel’ als grondrecht erkend. Tot nu toe was er op basis van het vluchtelingenverdrag alleen sprake van een verbod op ‘refoulement’ - een verbod op  terugkeer naar een land waar vervolging dreigt. Ook de grondrechten uit het EVRM zijn al onderdeel van het Europese recht. Volgens Rodrigues worden ze beschouwd als ‘algemene beginselen van Unierecht.’ Daardoor is er sprake van een ‘vervlechting’ van internationale burgerrechten waardoor opzeggen of uittreden weinig gevolgen zal hebben.

Overigens heeft  Nederland volgens hem vanaf 2020  als gevolg van de vergrijzing behoefte aan een instroom van 100.000 migranten per jaar. Sinds 2000 daalt de migratiestroom en is het saldo sinds kort negatief. En er vertrekken meer migranten dan er komen.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding: geen pseudoniemen, louter voor- of achternamen.

gewaarborgd door het EVRM werden al geëerbiedigd door de EU en beschouwd als algemene
beginselen van Unierecht.2