Ögüt is pas echt goed als hij echt iets op het spel zet

expo

Ahmet Ögüt: Informal Incidents.

T/m 3 okt. Stedelijk Museum Bureau A’dam, www.smba.nl

Ahmet Ögüt doorbreekt graag traditionele patronen. Dat hij dat goed kan bleek wel op de Biënnale van Venetië in 2009, toen hij als 28-jarige een groot deel van het Turkse paviljoen mocht vullen. Ögüts installatie Exploded City was op het eerste gezicht een gewone modelstad. Maar dan las je het bijschrift en werd duidelijk dat Ögüt zijn stad volledig had opgetrokken uit gebouwen en voertuigen die de afgelopen twintig jaar sneuvelden bij terroristische aanslagen – van de HSBC-bank in Istanbul (2003) tot de brug in Mostar (1993) en de rode dubbeldekker die op 7 augustus 2005 werd opgeblazen in Londen. Dat hakte er behoorlijk in, niet alleen doordat Ögüt al die verdwenen gebouwen en voertuigen als het ware na hun dood had verenigd, maar vooral doordat de bijna naïeve uitvoering aanleiding gaf tot een golf van ideeën en associaties. En oh ja, deze Ögüt woonde gewoon in Amsterdam.

Alleen daarom al is het toe te juichen dat het Stedelijk Museum Bureau, voor het eerst, een klein Ögüt-overzicht heeft ingericht. Daar staat Exploded City helaas niet tussen, maar er zijn wel genoeg andere werken die laten zien dat Ögüt handig laveert tussen onderwerpen als politiek en macht, kunst en de werkelijkheid van alledag. Zoals een nieuwe film waarin we zien hoe Ögüt een bootje, van precies hetzelfde type als het bootje waarin kunstenaar Bas Jan Ader verdween, het IJ op laat gaan. Uit een politierapport dat daar tegenover wordt gepresenteerd blijkt echter dat ook Ögüts bootje na een eerste tocht is verdwenen: of dat echt is gebeurd of dat het een poëtische verwijzing is naar het lot van Ader laat Ögüt subtiel in het midden.

Het mooie aan dit overzicht is dat duidelijk wordt dat Exploded City geen toevalstreffer was. Maar ook dat Ögüt pas echt goed is als hij werkelijk iets op het spel zet. Niet voor niets is het beste werk op de expositie de korte film Things we count (2008), waarin een camera traag langs een grote hoeveelheid oorlogsvliegtuigen op een vliegtuigkerkhof trekt. Op de achtergrond horen we een mannenstem die ze telt, zowel in het Engels, Turks als het Koerdisch, waardoor je je al snel afvraagt wat deze man precies met deze vliegtuigen te maken heeft, wat ze voor hem betekenen – of wat ze hebben aangericht. Juist in zulke simpele, maar veelbetekenende ingrepen is Ögüt op zijn best.

Hans den Hartog Jager