next denkt Een drie weken oud verhaal

Wie een beetje thuis is op het internet weet waarschijnlijk al dat het verhaal dat vandaag op de voorpagina van nrc.next staat, al bijna drie weken lang gratis te lezen is op de site van het Amerikaanse tijdschrift Wired. Toch hebben wij besloten de essays van Chris Anderson en Michael Wolff in ingekorte versies af te drukken in de krant. De tijd die het kostte om de rechten te kopen, de stukken te vertalen en het beeldmateriaal te verzamelen, namen wij daarbij voor lief.

Want volgens onze inschatting zijn de essays van Anderson en Wolff niet slechts goede stukken zoals we die wel vaker tegenkomen, maar stukken met een zogezegd profetisch karakter, waaraan in de toekomst nog vaak zal worden gerefereerd. Vergelijk het maar met Het multiculturele drama, het essay van Paul Scheffer over de integratieproblematiek in Nederland, dat in januari 2000 in NRC Handelsblad verscheen en maatgevend bleek voor het debat dat erop volgde.

Anderson en Wolff constateren in hun essays dat het internet, begonnen als vrijplaats, langzaam maar zeker verandert in een circuit gedomineerd door een aantal grote commerciële platforms. Ter illustratie: 75 procent van al het Amerikaanse webverkeer vindt plaats op tien sites.

Zij relateren dat proces aan de vrijemarktwerking zoals dat eigen is aan het kapitalisme. Wat sinds de industriële revolutie voortdurend gebeurt met ‘vrije markten’ (eerst heeft iedereen toegang, maar op den duur concentreert de macht zich bij een paar grote spelers), gebeurt nu dus ook voor onze ogen op het web.

Dat proces zie je dan ook steeds vaker terugkomen in andere berichten in de krant. Gisteren nog bijvoorbeeld meldde nrc.next hoe grote bedrijven strijden om de macht op de digitale televisiemarkt. De essays van Anderson en Wolff geven een dieper inzicht in de mechanismen daarachter. Dat inzicht wilden we de nrc.next-lezer niet onthouden, want je kunt ermee op het nieuws ‘vooruitkijken’. Ook al meldden we het dan drie weken ‘te laat’.

Rob Wijnberg

hoofdredacteur nrc.next

Twitter: @robwijnberg