Met jezelf in het soevereine komen

Daar was ie ineens weer. Sinds de verkiezingen van 9 juni waren we hem eigenlijk al bijna vergeten, maar deze week keerde demissionair premier Jan Peter Balkenende eventjes terug in de publieke arena. En het moet gezegd, zijn speech bij de opening van het academisch jaar, maandag op zijn eigen jubilerende VU, was veel inhoudelijker dan zijn tenenkrommende ‘lullepot’ van een paar weken terug in de marge van het Formule 1-spektakel in Rotterdam.

Dit keer geen seksueel getinte grappen over brandend rubber, maar een harde uithaal van de aanstaand oud-premier naar de orde van bankiers. Zij hadden de economische crisis veroorzaakt waar Nederland nu nog mee kampt, zei hij. Zij dachten alleen „aan het eigen gewin”, leden aan „een doorgeschoten gelddenken” en bedreven „een vorm van casinokapitalisme”, aldus Balkenende. De onzichtbare hand van de markt miste iets cruciaals, namelijk moraal, zei Balkenende met een verwijzing naar de klassiek-liberale econoom Adam Smith.

En de staat dan? Die moet toch kaderstellend zijn en zorgen dat zoiets wezenlijks als de financiële infrastructuur van een land niet volledig uit de bocht kan vliegen? Mis, aldus Balkenende. Niet de overheid, maar de bankiers hadden hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Soevereiniteit in eigen kring dus.

Daar valt wat voor te zeggen. Het leggen van de verantwoordelijkheid op het laagst denkbare niveau waarop het nog geloofwaardig is, is over het algemeen efficiënter dan al het toezicht centreren bij de overheid.

Toch is dat hier niet het hele verhaal. Het ontslaat de overheid niet van het nemen van de verantwoordelijkheden die wel op staatsniveau liggen, zoals bijvoorbeeld een wettelijke toets voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar bij een overname van een bank.

In 2007 koos Balkenende ervoor zich niet te verzetten tegen een overname van ABN Amro door een consortium van banken. Hij hield zich onbereikbaar voor zowel toezichthouder Wellink van DNB als voor de baas van ABN Amro, Rijkman Groenink, die liever een overname zagen door het Britse Barclays.

Het gevolg is bekend. Niet Barclays, maar Fortis, Royal Bank of Scotland en Santander wonnen het pleit met het hoogste bod. Groenink incasseerde op zijn aandelen- en optiepakket zo’n 26 miljoen euro. Als Barclays had gewonnen was hij in aandelen betaald, die nu waardeloos zouden zijn geweest.

Balkenendes gebrek aan soevereiniteit in zijn eigen kring, heeft van Groenink dus de graaier gemaakt waar Balkenende nu zo hard afstand van neemt.

Egbert Kalse