Het wereldwijde web is dood

Het lijkt niet belangrijk of je met een browser of een app het internet op gaat.

Maar dat maakt het verschil tussen internet als vrijplaats of als commerciële markt.

Chris Anderson (1961) is hoofdredacteur van het Amerikaanse tijdschrift over digitale technologie Wired en auteur van het boek The Long Tail: Why the Future of Business Is Selling Less of More (2006). Hij is natuurkundige en werkte eerder bij The Economist.

Je wordt wakker en checkt je mail op de iPad op het nachtkastje – dat is één app. Bij het ontbijt kijk je op Facebook, Twitter en The New York Times – nog drie apps. Op weg naar je werk luister je naar een podcast op je smartphone. Weer een app. Op kantoor blader je door RSS-feeds via een RSS-reader en voer je gesprekken op Skype en Instant Messenging-software. Meer apps. Thuisgekomen luister je muziek via Spotify, je speelt wat games op de Xbox Live en kijkt een gestreamde film via digitale televisie.

Je bent een dag op internet geweest, maar niet op het wereldwijde web. En je bent niet de enige.

Dit is niet zomaar een verschil. Een van de belangrijkste verschuivingen in de digitale wereld van de afgelopen paar jaar is die van het open web naar semigesloten omgevingen. Die gebruiken wel internet als transportmiddel, maar geen browser om de informatie weer te geven. De verandering komt voornamelijk door de opkomst van het iPhone-model als mobiele computer. Het is een wereld die Google niet kan doorzoeken.

En het is de wereld waar consumenten steeds vaker voor kiezen. Niet omdat het idee van het wereldwijde web hun tegenstaat, maar omdat gespecialiseerde omgevingen vaak gewoon beter werken of beter in hun leven passen.

Dat het voor bedrijven makkelijker is om geld te verdienen met deze gebruikersomgevingen versterkt de trend alleen maar. Producenten en consumenten zijn het eens: het web is niet het hoogtepunt van de digitale revolutie.

Tien jaar geleden leek de webbrowser het centrum van de computerwereld te worden. Het zou een kwestie van tijd zijn voordat het wereldwijde web computerprogramma’s zou gaan vervangen. Eerst Java, toen Flash, toen Ajax en toen HTML – steeds interactievere codeertalen – beloofden een wolk van online-apps (the cloud). Een ‘webtop’ zou de desktop vervangen: open, gratis, grenzeloos en ongecontroleerd.

Maar er is altijd een alternatieve school geweest, die het web zag als waardevol werktuig, maar niet als de hele gereedschapskist. In 1997 publiceerde Wired een coververhaal dat suggereerde dat het tijd was om je browser vaarwel te zeggen. „Tuurlijk, er zullen altijd webpagina’s blijven. We hebben ook nog ansichtkaarten en telegrammen. Maar het centrum van de interactieve media verplaatst zich steeds meer naar een omgeving voorbij HTML”, beloofden we bijna anderhalf decennium geleden. De voorbeelden waren een beetje onnozel (‘krantenkoppen die naar een pieper worden gestuurd’), maar we bleken vooruitziend: een glimp van de toekomst van apparaat-naar-apparaat, waarin het minder over browsen en meer over ontvangen gaat.

Experimentele software van toen leverde aanvankelijk niet meer op dan dat per ongeluk het hele netwerk van je bedrijf platging. Maar intussen verving het interactieve web 2.0 steeds meer het statische web 1.0 – en zo kwamen de ideeën van toen weer terug, nu in de vorm van API’s, apps en de smartphone.

Dit keer wijst de Apple-moloch met zijn iPhone/iPad de weg, met tientallen miljoenen consumenten die met hun portemonnee stemmen voor een internetervaring die door apps wordt bepaald. De toekomst-na-het-web lijkt nu een stuk overtuigender. Sterker nog: we zijn er al beland.

Het web is maar een van de vele toepassingen van het internet. De informatie die je in een browser ziet, zorgt nog maar voor een kwart van al het internetverkeer – en het neemt verder af. De toepassingen die voor meer verkeer zorgen zijn peer-to-peer-bestandsoverdracht (KaZaA, eDonkey), e-mail, beveiligde VPN-verbindingen van bedrijven, communicatie van apparaat-naar-apparaat van API’s, Skype-telefoontjes, World of Warcraft en andere online-games, Xbox Live, iTunes, voice-over-IP-telefonie, iChat en het streamen van films. Veel van de nieuwere nettoepassingen zijn gesloten netwerken, vaak van een bedrijf.

En de verandering gaat steeds sneller. Zakenbank Morgan Stanley voorspelt dat binnen vijf jaar meer gebruikers via mobiele apparaten online komen dan vanaf pc’s. Omdat de schermpjes van mobiele apparaten kleiner zijn, vindt die toegang meestal plaats via speciale software. Met name apps, die ontworpen zijn voor één doel. Omwille van de handigheid zien gebruikers af van een browser voor algemeen gebruik. Ze gebruiken het net, maar niet het web. Snel wint het van flexibel.

Lees verder op pagina 6