Frivool met een reden

Het is een wonder dat architecten het nog vaak hebben over ‘concept’. Vaak is dit begrip bespot , het dodelijkst een kwart eeuw geleden door het Simplisties Verbond van Koot & Bie. Vooral ‘conceptuele’ meubelontwerpers moesten het toen ontgelden. Maar in de architectuur is ‘concept’ nog springlevend.

Als verklaring voor bijvoorbeeld het succes van Superdutch, zoals de architectuur van MVRDV, Ben van Berkel en andere Nederlandse bureaus omstreeks 2000 wel werd genoemd, gaven critici dat hun werk ‘conceptueel sterk’ is. Wat dat precies is, is nooit helemaal duidelijk geworden. Meestal bedoelden ze dat Superdutch-architecten goed waren in het verzinnen van een idee, een ‘concept’ dus, dat als leidend beginsel dient voor het hele ontwerp. Superdutch-architecten laten zich niet leiden door artistieke willekeur, nee, ze volgden de logica van een ontwerpprincipe – zoiets was het.

In 2010 heeft niemand het meer over Superdutch-architecten, maar ‘concept’ kom je nog steeds tegen. In juni wonnen NL Architects een prijsvraag in Hongkong met een ontwerp voor een ‘conceptuele brug’. NL Architects is een Amsterdams bureau dat ‘conceptuele’ gebouwen ontwerpt. Zoals Prisma in Groningen, een complex met onder meer 52 appartementen voor ouderen dat eerder dit jaar werd opgeleverd.

Twee dingen vallen op aan de bijna vijftig meter hoge Prisma: het gebouw wordt naar boven toe smaller en elke van de 16 verdiepingen heeft een doorlopend balkon dat steeds op andere plekken breder is. ‘Frivool’ noemen NL Architects de balkons op hun site. „De balkons zijn rondom het gebouw gedrapeerd als mode”, schrijven ze. Maar de balkons zijn – en dit is misschien wel de beste omschrijving van het Nederlandse ‘conceptualisme’ – wel frivoliteiten met een reden.

De vormen van de balkons zijn niet het gevolg van modieuze gekkigheid, maar van de toepassing van een aantal regels die de architecten zichzelf hebben opgelegd. Op hun site beschrijven NL Architects uitgebreid wat die behelzen. Jammer genoeg is het Engelse proza moeilijk te volgen, maar de ontwerpregels voor de balkons komen erop neer dat de bovenste verdiepingen van Prisma, met kleine appartementen, even grote balkons moeten krijgen als de onderste verdiepingen. Dus zijn de balkons boven, waar het gebouw smaller is, breder dan beneden. Natuurlijk is deze regel uiteindelijk even willekeurig als welke artistieke ingeving dan ook. Maar hij wekt de indruk van rationaliteit.

Een soortgelijke regel is ook het uitgangspunt voor de balkons van een appartementencomplex in Amsterdam. Ook dit gebouw, aan het Westerdok, is ontworpen door een Superdutch-bureau: MVRDV uit Rotterdam. Net als Prisma heeft elke verdieping van dit 46 appartementen tellende gebouw over de hele breedte doorlopende balkons gekregen. Die hebben, steeds op andere plaatsen, brede uitsteeksels. Met een reden uiteraard. Elke woning van het complex, moest drie balkons krijgen en hiervan moest er één zo groot zijn, dat er een eettafel op kon staan. En die moesten dan weer zo aan de gevel worden geplakt dat eronder en erboven nooit een ander groot balkon hangt. Zo kreeg de gevel een springerig karakter. ‘Conceptueel’ springerig, om precies te zijn.