Expositie over John Cage toont veelzijdigheid

Tentoonstelling The Anarchy of Silence: John Cage and Experimental Art. Schunck, Heerlen, t/m 28/11. Inl: www.schunck.nl ****

Ruim viereneenhalve minuut stilte maakte componist John Cage (1912-1992) beroemd. Zijn werk 4’33” uit 1952 was geen gimmick, maar een cruciale stap in de ontwikkeling van één van de boeiendste kunstenaars van de vorige eeuw. Meer dan andere componisten herdefinieerde Cage de kunst, ook door zijn grote betrokkenheid bij onder meer dans en beeldende kunst. Dit is te zien in de tentoonstelling The Anarchy of Silence, samengesteld door kunsthistoricus Julia Robinson.

Er zijn weinig componisten van wie het werk zich zo goed leent voor een visueel ingestelde expositie (al is er gelukkig veel audio). De manier waarop Cage zijn muziek opschreef ontwikkelde zich namelijk in nauwe samenhang met zijn artistieke ideeën. Dat is voor componisten niet zo vanzelfsprekend als het lijkt: een vernieuwer als Arnold Schönberg (ooit Cage’s leraar) schreef aan het eind van zijn loopbaan nog steeds dezelfde notenbolletjes op dezelfde notenbalken - alleen de muzikale ‘inhoud’ was veranderd. Voor Cage bestond het vinden van nieuwe muzikale vormen juist ook uit het vinden van nieuwe notatiewijzen.

Het pianowerk Music of Changes (1951), waarvan de bladzijden over een hele wand zijn uitgespreid, is nog deels traditioneel: Cage gebruikt conventionele notenbalken, maar het tijdsverloop van de muziek laat zich aflezen uit de afstand tussen de noten op het papier. Bij de partituur van Concert for Piano and Orchestra (1958), vol cryptische lijnen, diagrammen en ter plekke uitgevonden notatievormen, vallen muziek en schilderkunst haast samen - al kan de muziek daadwerkelijk van begin tot eind worden uitgevoerd.

Dat geldt ook voor Fontana Mix (1958), een verzameling transparante sheets met lijnen, stippen en rasters op een overheadprojector. De op de wand geprojecteerde warboel, een ‘partituur’, ziet er altijd anders uit, afhankelijk van hoe de sheets liggen - een tastbaar voorbeeld van wat Cage uiteindelijk wilde: zich als scheppend subject terugtrekken uit zijn werk, onder meer door veel aan het toeval over te laten.

Vandaar ook die ‘stille’ compositie 4’33”: Cage wist dat er altijd en overal wel iets ‘onbedoelds’ te horen valt. Hij hoefde slechts een tijdskader te scheppen. Er zijn verschillende versies van de partituur te zien, waarvan hier vooral die uit 1953 ook visueel aanspreekt: grote witte vellen met slechts een aantal verticale lijnen om de (stille) secties binnen het werk te scheiden. Schuin ertegenover hangen schetsen voor de beroemde White Paintings van Robert Rauschenberg, die Cage inspireerden.

Ook van andere geestverwanten is werk te zien. Cage’s schaakvriend Marcel Duchamp (1887-1968) is vertegenwoordigd met readymades en bewegende Rotoreliefs, en ook te zien is het van microfoons voorziene schaakbord waarop ze samen schaakten tijdens performances. Veel aandacht is er voor de Fluxus-beweging, met onder meer Nam June Paik (1932-2006), die in zijn multimediale werk vaak Cageaanse methoden en principes toepaste. Cage’s eigen multimedia-performance HPSCHD (1969) werd tot een installatie omgevormd, die vooral een indruk heeft van de diversiteit aan auditieve en visuele impressies. De ongedefinieerde klavecimbelwolken domineren de tentoonstelling op een prettige manier.

Het is jammer de laatste decennia van Cage’s carrière buiten beschouwing blijven, en ook zijn uitgebreide, maar minder bekende activiteiten als schilder en dichter komen nauwelijks aan bod. De expositie concentreert zich weliswaar op de opwindendste, maar tegelijk ook de bekendste periode van Cage, zonder er een nieuw licht op te werpen. Hoe dan ook is The Anarchy of Silence een perfecte kennismaking met de man die de stilte tot muziekstuk verhief, én de mooiste kakofonieën schiep.