Door Klink ligt alles weer anders

Gisteren wilde de Kamer debatteren over de mislukte coalitiebesprekingen.

Maar Wilders had zich ondertussen alweer bedacht. Hij wil nu toch verder praten.

Het trio van rechts wil toch verder met praten. De breuk van afgelopen vrijdag is alweer vergeten, dankzij het plotselinge vertrek van CDA-Kamerlid Ab Klink.

Aan het begin van de dag leek het gisteren allemaal heel anders te gaan. Het was wachten op de conclusie die de koningin zou trekken uit de aan haar verstrekte adviezen. En iedereen wachtte op een Kamerdebat. Daarin zou de vraag centraal staan: wat nu? Er moest immers iets nieuws worden bedacht; een kabinet over rechts was mislukt.

Maar dat was gistermorgen. Aan het einde van de dag was alles anders. De VVD, CDA en PVV wilden de onderhandelingen zo snel mogelijk hervatten en het debat, die middag, ging plotseling over dezelfde vraag als het vorige Kamerdebat: waarom wilden VVD en vooral CDA toch zo graag dit kabinet „over rechts”? Realiseerden VVD-leider Mark Rutte en CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen zich wel wat ze deden?

Ja, dat deden ze. Zeiden ze. Sterker, hoe harder de verwijten van Emile Roemer (SP), Femke Halsema (GroenLinks) en Alexander Pechtold (D66), hoe overtuigder Rutte en Verhagen leken van de juistheid van hun keuze voor een kabinet over rechts. Rutte ergerde zich nadrukkelijk aan „de spookbeelden” die Halsema en Pechtold opriepen.

De mogelijkheid voor hervatting van de onderhandelingen ontstond aan het einde van de ochtend. Na een fractievergadering van zijn partij deed PVV-leider Geert Wilders een even korte als verrassende mededeling: het vertrek van CDA-Kamerlid en medeonderhandelaar Ab Klink had zijn fractie weer genoeg vertrouwen gegeven in de CDA-fractie en een goede afloop van de formatie.

In het Kamerdebat herhaalde Wilders dat. Oké, de CDA-fractie kent nog twee dissidenten, maar Klink was de belangrijkste geweest. Bovendien was Klink zelfs onderhandelaar geweest, een man, zo memoreerde Wilders, die „wekenlang in de stoel naast mij heeft gezeten”. Als zo iemand zijn steun introk en een brief schreef waarin hij details uit de onderhandelingen weggaf, dan kon hij, Wilders, moeilijk dooronderhandelen alsof er niets was gebeurd.

Maar Klink was weg en Wilders wilde weer. De overige twee dissidenten in de CDA-fractie hoefden geen loyaliteitsverklaring aan het oordeel van het partijcongres te tekenen.

In de fractievergadering was nog een ander argument gebruikt, vertelde Wilders in de Kamer. De gedachte dat zijn vertrek het vooruitzicht bood op een kabinet met PvdA, D66 of GroenLinks had „meegeholpen” aan zijn beslissing om toch weer „de handschoen op te pakken”. Met andere woorden: de fractie van de PVV wist dat niet alleen het CDA, maar zeker ook de PVV verantwoordelijk kon worden gehouden voor een eventueel mislukken van de formatie van een kabinet over rechts. Dat leverde een onwelgevallig toekomstbeeld. Bij iedere klacht die zij zouden uiten over een kabinet zonder de PVV zou de partij de bal terug kunnen verwachten: jullie hadden de kans om het zelf te doen, maar die hebben jullie niet genomen.

In het debat bleek dat de vorming van een ander dan het rechtse kabinet overigens niet eenvoudig was geweest. Toen Halsema (GroenLinks) Verhagen vroeg of hij zich realiseerde hoe hard de woorden van Wilders over zijn partijgenoten zijn, ook weer in dit debat waarin hij uithaalde naar „die verschrikkelijke mastodonten van het CDA”, reageerde Verhagen door te wijzen op de woorden die Job Cohen had gebruikt in het vorige Kamerdebat over de kabinetsformatie. Daarin had Cohen de bijbelse Esau erbij gehaald: Verhagen zou zijn idealen verkwanselen „voor een bord linzen”. Halsema en de hele Kamer moesten begrijpen: een partner als PVV is misschien niet makkelijk, maar die leider van de PvdA is ook niet mals. De antipathie van de CDA-fractievoorzitter jegens de PvdA gaat diep.

Voor de linkse partijen was wrang dat juist Klink met zijn beslissing terug te treden, de herstart van de formatiebesprekingen mogelijk had gemaakt. Hij had toch nog even kunnen blijven zitten, zo vroegen zij zich naderhand in de wandelgangen af. Dan had hij tenminste de door hem gewenste uitkomst kunnen krijgen: geen onderhandelingen die zouden leiden tot het rechtse minderheidskabinet dat volgens Klink „geen perspectief” bood. Niet aan het CDA en niet aan Nederland.

Komt het kabinet er nu snel? Is die conclusie gerechtvaardigd? Nee. Sociaal-economisch zijn nog niet alle horden genomen. Bovendien kan een formatie stuklopen op het kleinste detail. En neem de CDA-fractie. Twee dissidenten zijn bekend. De anderen willen eerst het tastbare resultaat afwachten, een conceptregeerakkoord. Het is niet gezegd dat zij vervolgens allemaal met dat akkoord zullen instemmen. Een verrassing extra zal deze formatie niet misstaan.