De PvdA is ook niet makkelijk

CDA-leider Verhagen wil niets liever dan een kabinet met VVD en PVV. Hoe harder links ertegen uithaalt, hoe groter die wens wordt.

PvdA-fractieleider Cohen (oud-burgemeester Amsterdam) bedankt ex-informateur Opstelten (oud-burgemeester Rotterdam) na het Kamerdebat. Verhagen (CDA) en Wilders (PVV) staan in de rij. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 7 september 2010 Kamerdebat, met oud-informateur Opstelten, na het mislukken van de onderhandelingen van een rechts kabinet. Na afloop 'complimenten' voor de oud informateur door Cohen, Verhagen en Wilders. foto © Roel Rozenburg

De politieke ontwikkelingen die zich gisteren in een razendsnel tempo opvolgden, maakten één ding zonneklaar: VVD en CDA willen dolgraag hun minderheidskabinet formeren, in een politieke samenwerking met de PVV. VVD-leider Mark Rutte en CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen bevestigden dat met hun optreden in het Kamerdebat, ’s middags, over de kabinetsformatie.

Vooral Verhagen, in wiens stem de vermoeidheid was te horen, liet zich een paar keer diep in de kaarten kijken. In het begin van de formatie had hij de deur naar samenwerking met de PVV bijna dichtgeslagen, door te wijzen op punten uit het PVV-programma die zich slecht verhouden tot de rechtstaat. Bovendien paste het CDA „bescheidenheid”. Nu leek hij niets liever te willen dan snel het resultaat te presenteren van de politieke samenwerking met de VVD en de PVV.

De fractievoorzitters die door zo’n samenwerking buitenspel blijven staan, vroegen zich af of Verhagen wel weet waar hij aan begint. Met wat voor partner hij te maken heeft. Wat bijvoorbeeld te denken, vroeg Alexander Pechtold (D66) aan Verhagen, van de beledigingen van Wilders aan het adres van CDA-partijgenoten , zoals Wilders ook gisteren in het debat weer deed, toen hij sprak over „die vreselijke mastodonten” van het CDA.

In zijn reactie haalde Verhagen woorden van Job Cohen (PvdA) aan. Die had in het vorige Kamerdebat over de kabinetsformatie een bijbelverhaal erbij gehaald om Verhagen te verwijten zijn idealen, net als Esau, te verkwanselen voor een bord linzen. Pechtold en ook Femke Halsema (GroenLinks), die ook op de beledigingen van Wilders had gewezen, moesten weten: een partner als PVV is misschien niet makkelijk, maar die leider van de PvdA is ook niet mals.

Cohen ontdekte hoe diep de antipathie van Verhagen jegens zijn partij gaat toen hij de politicus wijlen Wiel Nolens aanhaalde, de katholieke leider die had vastgesteld dat christen-democraten alleen in „uiterste noodzaak” met sociaal-democraten willen regeren. Nolens, zo reageerde Verhagen, heeft in het verleden „ware woorden” gesproken.

Rutte zei zich te ergeren aan „de spookbeelden” die de tegenstanders van de rechtse coalitie opwerpen. En al was het Kamerdebat van gisteren achterhaald door de feiten, het maakte goed inzichtelijk hoe de politieke sentimenten zich op het Binnenhof in de laatste drie maanden hebben ontwikkeld. Hoe harder de uithalen naar het rechtse trio, hoe groter hun eensgezindheid leek in een verlangen naar een rechts kabinet.

Dat ontging André Rouvoet (ChristenUnie) niet. Een minderheidskabinet van CDA en VVD met gedoogsteun van de PVV had hij in het vorige debat „de slechtst denkbare uitkomst van de informatie” genoemd. Ook nu was hij er niet gerust op. Het enige dat nu bekend is, zei Rouvoet, is dat rechts Nederlander zijn vingers af zou likken bij het akkoord en dat „denaturalisatie van criminelen met een dubbele nationaliteit er op een of andere manier onderdeel van uitmaakt”. Op onderkoelde manier zei hij „het nogal wat” te vinden dat een beoogd minister-president een bezuinigingspakket van 18 miljard euro dat bij „heel veel mensen heel veel pijn gaat doen” aan te kondigen als een lekkernij voor een deel van Nederland „namelijk rechts Nederland”.

Dat verhoudt zich slecht tot Ruttes opmerking, eerder in het debat, dat hij premier voor heel Nederland wil zijn. Want uiteindelijk maakte de politieke confrontatie van gisteren vooral duidelijk dat Rutte, Verhagen en Wilders zich senang genoeg lijken te voelen bij de krappe meerderheid die zij in de volksvertegenwoordiging hebben. Er lijkt geen ambitie te bestaan om hun draagvlak in de Kamer te verbreden. Alles is gericht op het binnenboord halen van ten minste 76 zetels, van welke partij dan ook.