België is het populisme juist voorbij

De impasse in de Belgische regeringsvorming is niet te wijten aan het populisme, maar aan het overwinnen ervan, stelt Tom Naegels. Nu is het extra moeilijk om met de Walen te werken.

Illustratie Hajo

Besmet door populisme? Onze politiek? Dat de Franse krant Le Monde iets dergelijks beweert over het Nederland van Geert Wilders, welaan dan, dat kunnen wij Vlamingen wel begrijpen. Maar over ons?

En toch. Het staat er, zwart op wit: ‘België en Nederland besmet door populisme, Malades du populisme’. In beide landen is men er drie maanden na de verkiezingen nog altijd niet in geslaagd om een regering te vormen, en dat is te wijten aan „een egoïstisch en soms anti-Europees populisme”. Het politieke landschap is versnipperd, de traditionele partijen hangen in de touwen, burgers hebben geen vertrouwen meer in de instellingen en brengen dus een ‘foertstem’ uit (‘ze zoeken het maar uit’). In België, zo staat er, „begon de lijdensweg” met de verkiezingsoverwinning van de christen-democraat Yves Leterme in 2007, een overwinning die hij haalde met een scherp Vlaamsgezind programma. Dat onder Bart De Wever, de volgende stemmenkampioen, alleen maar scherper werd. „Vandaag”, zo schrijft Le Monde, „is de chaos in België van die aard dat de splitsing van Vlaanderen en Wallonië niet meer zo onrealistisch is.”

Dat laatste klopt. Maar of dat te wijten is aan populisme?

Wij hebben net gewonnen van het populisme! Als er één verschil bestaat tussen politiek Nederland en politiek Vlaanderen, dan is het wel dat. Nederland gaat nu door de storm die Vlaanderen in de jaren negentig teisterde. Tóén was er een sterke protestpartij, het Vlaams Blok, die met een egoïstisch, anti-Europees, racistisch populisme de traditionele politiek de stuipen op het lijf joeg. Tóén uitten burgers hun wantrouwen in de instellingen door het uitbrengen van een foertstem. Tóén nam die stem zulke proporties aan, dat de traditionele partijen steeds grotere, steeds onnatuurlijker coalities moesten sluiten, om toch maar niet te moeten samenwerken met het Blok. Als Le Monde ons tóén de oren had gewassen, ja, dan hadden we beschaamd gezwegen.

Gelukkig waren er de Nederlanders om ons de oren te wassen.

Als er één reden is om blij te zijn met de eclatante verkiezingsoverwinning van de Vlaams-nationalistische N-VA, dan wel dat zij er als eerste in geslaagd is om kiezers ‘terug te winnen voor de democratie’, zoals dat heet. Wie de N-VA populistisch noemt, begrijpt niet waar die partij vandaan komt. Jarenlang waren ze een van de kleinste spelers in ons politieke landschap, een partij die vreesde de kiesdrempel (5 procent) niet te halen, en daarom in kartel ging met de christen-democraten. Al die tijd klonk de sirenenzang van de grote nationalistische broer, het Vlaams Blok, om de krachten te bundelen en het gehate België zo op de knieën te dwingen. Het vergde moed en koppigheid om in die context toch een eigen, fatsoenlijke koers te blijven varen. Die moed en koppigheid werden net gevoed door hun afkeer van het populisme van het Blok. De hele partijtop gruwt van hun stijl, van de verkiezingsaffiches met kerktorens die door minaretten vervangen werden, de angstbeelden van een door boerka’s overrompeld Vlaanderen, de opruiende sneren als ‘Waar is de poen van uw pensioen? ’t Zit in de pocket van Mohamed!’ Als N-VA-voorzitter Bart De Wever één politieke ambitie heeft – naast het doen verdwijnen van België – dan is het om van het Vlaams-nationalisme een normale, beschaafde politieke stroming te maken.

Zie je Wilders vandaag, dan zie je de Filip Dewinter van vijftien jaar geleden, op het toppunt van zijn kunnen. Hysterisch, honend, vol afkeer van de elite, terwijl de hatelijke oneliners als ratten uit zijn mond springen – en de elite kijkt ernaar en sputtert: ‘Jamaar, dat is niet eerlijk hoor, nu ben je intellectueel oneerlijk.’ Bart De Wever is postpopulistisch. Hij is de wraak van de elite: een goedgebekte man, non-conformistisch maar niet tegen het establishment, met een stijl die tegelijk volks en intellectueel is, en die erin slaagt voor het eerst in twintig jaar Dewinter ook aan diens eigen kiezers te tonen voor wat hij echt is: een ordinaire brulboei, die hoopt nog wat mee te surfen op het succes van Wilders, nu zijn eigen golf uitgekabbeld is.

In zekere zin kun je zeggen dat de huidige impasse in de Belgische regeringsvorming niet te wijten is aan populisme, maar precies aan het overwinnen ervan. Het cordon sanitaire zette niet alleen het Vlaams Blok buitenspel, maar ook een groot deel van de Vlaamsgezinde stem. Waardoor die minder luid klonk bij de regeringsvorming. Nu hij vertolkt wordt door fatsoenlijke, niet-populistische partijen, is het meteen ook moeilijker om een akkoord te vinden met de Franstaligen.

Het is begrijpelijk dat een Franse krant sympathiseert met de Franstaligen in België. En dat ze haar informatie over ons land haalt uit de Franstalige pers. En vanzelfsprekend is iedere populaire politicus tot op zekere hoogte ‘een populist’. Maar je moet ernstig blijven: wat Nederland vandaag meemaakt, dat hebben wij eindelijk achter de rug.

Tom Naegels is Vlaams schrijver en columnist voor De Standaard.