Acteren is ook politiek in Israël

De weigering van Israëlische acteurs om in nederzettingen op te treden heeft bij politiek en burgers veel verzet opgeroepen. Maar de boycotbeweging krijgt ook steun.

Acteren, zegt Yousef Sweid, is meer dan op het toneel staan en je kunstje doen. „Dit is het Midden-Oosten, alles is hier politiek. Voortdurend moet ik mezelf de vraag stellen of ik kan leven met het script, de rol, of het gezelschap.”

De Palestijns-Israëlische acteur Yousef Sweid, in Israël doorgebroken met zijn rol als homoseksuele zelfmoordenaar Ashraf in de film The Bubble (2006), speelt nu in theaters in Israël in het veelgeprezen toneelstuk A Railroad to Damascus.

Let wel, herhaalt Sweid met nadruk, „in Israël”. Hij moet spelen in de joodse nederzetting Ariel, in het hart van de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Daar wordt binnenkort een groot theater geopend. Voor november staat A Railroad to Damascus in de programmaboekjes aangekondigd. Sweid: „Ik heb erover nagedacht: dit gaat mij te ver. Ik zet geen stap in dat theater.”

Yousef Sweid schreef een artiestenpamflet dat inmiddels door meer dan zestig prominente acteurs, schrijvers en theaterdirecteuren is ondertekend. In het pamflet schrijven de artiesten dat zij niet wensen te werken voor het theater in Ariel, of in andere nederzettingen. Optreden doen de acteurs alleen in Israël, dus niet over de Groene Lijn, in bezet gebied. Volgens het internationaal recht zijn de ruim tweehonderd nederzettingen illegaal.

Sweid: „Het nieuwe theater van Ariel staat symbool voor een breder probleem. Als ik daar op het podium sta, zeg ik impliciet dat ik geen onderscheid maak tussen optreden in Israël of optreden in een nederzetting. Daar leen ik mij niet voor.”

De boycotactie van Sweid en zijn collega’s is inmiddels een politieke rel geworden. Minister van Cultuur en Sport Limor Livnat van de rechtse Likud-partij veroordeelde de acteurs als „polariserend”. De geplande optredens moeten volgens Livnat gewoon doorgaan, want, zo zei ze, „burgers hebben het recht cultuur tot zich te nemen op de plek die ze zelf kiezen”.

Een partijgenoot van haar, minister van Financiën Yuval Steinitz, stelde voor de subsidie te schrappen voor de gezelschappen waar de boycottende acteurs toe behoren. Directeuren van enkele gezelschappen distantieerden zich al snel van de actie en zeiden dat de optredens gewoon door zullen gaan.

Premier Benjamin Netanyahu legde een verband tussen de artistieke boycot en de groeiende internationale boycotbeweging. Meestal gaat het hier om groepen die de verkoop van producten uit nederzettingen willen tegengaan, soms worden Israëlische academici geweerd of weigeren artiesten op te treden in Israël.

Een meerderheid van de joodse Israëliërs ervaart deze beweging als bedreigend. Netanyahu speelde daarop in door de artiesten te vergelijken met deze zogeheten BDS-beweging. Volgens de premier staat Israël bloot aan een groeiend aantal aanvallen van „elementen die beogen de staat te delegitimiseren”. Een poging tot een boycot „van binnenuit” is volgens de premier „het laatste dat we nodig hebben”.

Maar de storm luwde niet, ze nam in kracht toe. Zo’n 150 wetenschappers, kunstenaars en schrijvers ondertekenden een steunpamflet voor de acteurs. De handtekeningen van de ‘Grote Drie’ van de Israëlische literatuur, Amos Oz, David Grossman en A.B. Yehoshua, staan er ook onder.

„Wij willen”, aldus de verklaring, „het Israëlische publiek eraan herinneren dat Ariel, net als alle nederzettingen, zich in bezet gebied bevindt. Pas als een toekomstig vredesakkoord met de Palestijnse autoriteiten Ariel binnen Israëls grenzen plaatst, zal het behandeld worden als iedere andere Israëlische plaats.”

Israël en de Palestijnse Autoriteit praten sinds vorige week over een mogelijk vredesakkoord, waarin ook de nederzettingen in bezet gebied onderwerp van gesprek zijn. Inmiddels heeft ook Hollywood zich met de zaak bemoeid. Zo’n 150 Amerikaanse en Britse acteurs en schrijvers hebben, na een initiatief van een joodse organisatie, een steunpetitie ondertekend voor hun Israëlische collega’s. Onder hen zijn Cynthia Nixon (Sex and the City), Vanessa Redgrave en schrijver Tony Kushner (Munich).

Tot nu toe, zegt Yousef Sweid, was wel of niet optreden in bezet gebied nauwelijks een onderwerp van gesprek onder Israëlische acteurs, vooral omdat het nauwelijks voorkwam. „Ik heb nog nooit opgetreden in een nederzetting, maar het was me ook nog nooit gevraagd.”

Het theater van Ariel, met ruim 20.000 inwoners een van de grotere nederzettingen, maakt deel uit van een groot centrum dat het culturele leven in de nederzettingen moet stimuleren. Het project kostte circa acht miljoen euro.

Ironisch genoeg, merkte de invloedrijke blogger Noam Sheizaf op, staat als een van de eerste toneelstukken De Kaukasische krijtkring van Bertolt Brecht op de planken – het stuk waarin twee groepen twisten om een stuk land. Sweid: „Ariel moet een gewone Israëlische stad worden, zoals Tel Aviv of Haifa. Dat is precies mijn probleem met dit theater.”