Zwarten praten nu als FoxNews

Overal in de VS groeit de religieuze en etnische onrust. Quanell X, een zwarte moslimleider, haalt uit naar illegale latino’s en Arabische moslims.

De Black Panther komt als een heer binnenwandelen. Donker kostuum, vlinderdas, pochet. Aan weerskanten begeleid door spiedende bewakers, die tijdens het gesprek geen seconde van zijn zijde zullen wijken.

Quanell X (40) is de naam. Voormalig drugshandelaar, moslim, leider van de Black Panthers in Texas, en vooral: spreekbuis van de boze Afro-Amerikaan. „Ik ben de Obama van de onderklasse”, zegt hij, zonder ironie.

Amerika beleeft een periode van religieuze en raciale spanningen. De controverse over het islamitisch centrum nabij Ground Zero verspreidt zich over het hele land. De agressie tegen de 12 miljoen illegale arbeiders, vooral latino’s, groeit met de dag. Gevolg is dat nu zelfs linkse activisten als Quanell X de taal van FoxNews spreken. Het begon vorige maand toen een 14-jarig meisje in Houston na een beroving in haar rug werd geschoten. Ze overleed. De dader bleek een illegale immigrant uit El Salvador die tweemaal eerder het land uit was gezet.

Voor Quanell X aanleiding het Afro-Amerikaanse onbehagen over illegalen uit te spelen. „Ik heb niets tegen latino’s. Maar het moet afgelopen zijn dat die lui zomaar ons land in kunnen komen.” Zijn woede komt ook voort uit concurrentie op de arbeidsmarkt. „Illegalen pikken Afro-Amerikaanse banen in.” Gevolg is dat zwarten „de vernedering van de slavernij” herbeleven. „Latino’s laten zich onderbetalen, wij moeten daarin meegaan of ons werk opgeven.”

Quanell X is een fenomeen in Texas: als hij spreekt, luisteren ook zijn blanke vijanden scherp. De moslimleider krijgt naar eigen zeggen financiële steun uit de wereld van het entertainment. Bekend is dat hij relaties onderhoudt met Oprah Winfrey en de vader van zangeres Beyoncé Knowles.

Op haat en wrok tegenover blanken rust bij hem geen taboe. Er gaan weinig weken voorbij of hij weet een splijtende controverse te creëren. Toen drie maanden geleden een agent in het Texaanse stadje Bellaire werd vrijgesproken nadat hij het vuur had geopend op een onschuldige zwarte man, vertolkte Quanell X de Afro-Amerikaanse respons. „Als jullie nog één zwarte man onder schot nemen, vliegt deze hele stad in de fik.”

Typische uitspraken die hij aan de lopende band doet. De media zijn dol op hem; The Houston Chronicle becijferde enkele jaren geleden dat hij tot de meest geciteerde personen van de krant behoort.

Gevolg is dat Quanell X steeds vaker verzoeken krijgt of hij het vuurtje ook aan de Oostkust wil komen aansteken. Texas is weliswaar een enorme staat (15 keer de oppervlakte van Nederland, 25 miljoen inwoners) maar in de Verenigde Staten is het ook een geïsoleerd gebied.

Vervolg Quanell X: pagina 4

De Obama van de onderklasse

In het oosten van de Verenigde Staten zou Quanell X vermoedelijk snel uitgroeien tot een landelijk bekende figuur, beaamt hij, omdat de grote tv-stations en kranten er gevestigd zijn.

Hij heeft geen belangstelling. „De mensen in Texas hebben mij nodig”, zegt hij afgemeten. „Dit is een staat met een lange racistische traditie. Hier beteken ik veel meer dan ik in Washington of New York kan betekenen.”

Hij komt op voor Afro-Amerikanen die „door de rest van de maatschappij zijn afgeschreven”. Zwarte daklozen zonder werk. Zwarte mannen die onterecht in de cel zouden zitten. Zwarte drugshandelaren die niet uit de onderwereld durven stappen uit angst voor represailles. Gescheiden ouders die de moord op hun zwarte kind proberen te verwerken.

„De blanken klagen over de recessie”, zegt Quanell X bijtend. „Maar zij weten niet wat lijden is. Deze mensen lijden.”

Als tiener leefde hij „in de Afro-Amerikaanse hel”. Hij verpatste crack en andere drugs op de straathoeken van Houston. En hij zou altijd een bad dude zijn gebleven, zoals hij dat noemt, als de islam hem niet op het rechte pad had gebracht. Hij heeft het contact met de onderwereld nooit helemaal verbroken; vandaar zijn bewakers. Ronkend vertelt hij dat de Texaanse politie de laatste jaren „33 moorden moorden kon oplossen omdat ik ze te hulp schoot”.

Zijn ervaringen op straat hebben hem voor altijd onverschrokken gemaakt. Uit zijn contacten met gangsters leerde hij dat angst nooit werkt. Bluf wel. „Zelfverzekerdheid is de beste beveiliging op straat, beter dan een wapen.”

Zijn islamitische identiteit heeft een Afro-Amerikaanse grondslag. Als 20-jarige zat hij te blowen voor de de televisie toen Louis Farakhan, leider van de Nation of Islam, op het scherm verscheen.

Nooit eerder had hij een Afro-Amerikaanse man zo schitterend zien spreken. Helder, erudiet, overtuigend. „Hij ging fraai gekleed, hij was schoon, een man met discipline en stijl. Wow! Ik kende alleen zwarte mannen die stonken.” Hij werd er paranoïde van, hij wist zeker dat „de blanken” Farakhan een kogel door het hoofd zouden jagen. „Ik dacht: ze kunnen zo’n schitterende Afro-Amerikaan nooit tolereren.”

Enkele maanden later bezocht hij, opnieuw stoned, een spreekbeurt van Farakhan in Houston. Hij liet zich ter plekke bekeren: Ralph Evans heette voortaan Quanell X. „Ik ben gestopt met drugs en ging voor de Nation werken. Ik las, ik studeerde, ik organiseerde – alles voor het eerst in mijn leven.”

De Nation of Islam bleek te netjes voor Quanell X. Hij zocht de confrontatie met joden („naar de hel met die lui!”), homo’s („ziek zijn ze”), blanken („als je zin hebt iemand te wurgen, neem een blanke”). Uitspraken waarvoor hij zich later verontschuldigde, maar toen had Farakhan hem al uit de Afro-Amerikaanse moslimgemeenschap gezet. Hij belandde bij de Black Panthers, een marginale linkse partij die hij qua bekendheid inmiddels ver achter zich laat.

Quanell X heeft zich de laatste jaren gematigd, al maakt hij een uitzondering voor „de Arabische moslims”. In gezamenlijke acties ervoer hij dat zij niet in staat waren hem als zwarte spreker te accepteren. „Ik had altijd geleerd dat de islam geen racisme toestaat.”

Het brak iets bij hem, zegt Quanell, en het is een voorname reden voor zijn argwaan over het islamitisch centrum nabij Ground Zero, waartegen hij zich verzet. „Arabische moslimleiders in de VS” keren zich volgens hem onvoldoende af van het terrorisme. „En een belangrijk dogma van onze islam is dat anderen geen aanstoot aan ons gedrag mogen nemen. Dat is hier misgegaan.”

Het is de ironie van de tijdgeest. Zoals hij in Texas permanent op voet van oorlog met „de racisten” van de Tea Party verkeert, zo zet hij zich ook af tegen progressieve waarden die Obama zegt te willen beschermen.

„Ach, Obama”, zucht Quanell X. Een mooi sprookje zolang het duurde. „Hij heeft nooit echt gevoeld hoe het is om als zwarte man te leven. Dat wreekt zich nu. Wij, zwarten, moeten helaas constateren dat we niets met hem zijn opgeschoten.”

Voor hem telt in de eerste plaats het Afro-Amerikaanse belang. Om die reden heeft hij geen bezwaar tegen verplichte identificatie van latino’s. De Staat Arizona wilde dat invoeren, maar de federale regering hield dat via de rechter tegen omdat het racisme in de hand zou werken. „Studiekamerpraatjes”, zegt Quanell X. Hij wordt zijn hele leven al gearresteerd omdat hij zwart is. „Het is dubieus dat er wel problemen over worden gemaakt nu ze dat ook met latino’s gaan doen.”

Hij realiseert zich dat alle aandacht voor zijn persoon een product van de tijd is. Na de kredietcrisis leek Amerika rijp voor een actievere overheid en een gematigder politiek klimaat. Het was een vergissing. Amerikanen reageerden op de tegenspoed met een omarming van radicalen. Rechts koos voor Rush Limbaugh en de Tea Party, links voor de acties van de anti-oorlogsbeweging of compromisloze strijders zoals Quanell X. De middenpositie die president Obama meestal innam leverde hem slechts een krimpende aanhang op.