Voetbaloorlog

Nog altijd hebben we de WK-finale van dit jaar niet helemaal ‘verwerkt’. Vooral onder onze voetbaljournalisten woedt een heftige strijd over het spel van het Nederlands elftal. Twee kampen tekenen zich af: de journalisten die er in Zuid-Afrika bij waren en degenen die thuis voor de buis zaten. De eerste groep (met o.a. Jack van Gelder en Tom Egbers) is positief over Oranje, de tweede groep (met o.a. Hugo Borst, Henk Spaan, Auke Kok en Jan Mulder) is negatief.

Afgelopen zondag kwam het in Studio Voetbal tot een verbale voetbaloorlog tussen beide kampen. Het kamp van de Afrikagangers kreeg versterking van Kees Jansma, perschef van de KNVB. Uitgangspunt was een mailwisseling in het voetbalmagazine Hard gras tussen de critici Borst en Spaan. Spaan schrijft daarin: „Zou iemand in Zeist beseffen hoe gruwelijk het op 11 juli in Johannesburg eigenlijk is misgegaan en hoe lang het zal duren voordat die schandvlek vergetelheid is?”

Borst vond Oranje een elftal met ‘een dodelijke zuurgraad’ en schrijft over Nigel de Jong: „Nooit meer selecteren. Hij belichaamt het kwaad. Die karatetrap, hij deed het expres.”

Jansma erkende dat Nederland in de finale te hard was, maar vond woorden als ‘schandvlek’ misplaatst. Eén typerend stukje uit de woordenwisseling in de studio. Borst: „Als De Jong rood had gekregen, was de finale sowieso verloren. Van Marwijk heeft gefaald.” Jansma: „Door De Jong en Van Bommel hebben we de finale gehaald.”

Grofweg samengevat: voor het pro-Oranjekamp staat het resultaat voorop, voor het anti-kamp de schoonheid van het spel.

In de studio kreeg Borst bijval van de oud-voetballers Jan Mulder en Ronald Waterreus en oud-hockeyer Tom van ’t Hek. Schrijvende collega’s vallen Borst echter aan, zoals Willem Vissers die vanmorgen in de Volkskrant repte van „zurige mannen met een sterke hang naar het verleden”. Daar horen volgens hem ook Cruijff en Van Hanegem bij die zich eveneens vernietigend uitten.

Wat nu? Krijgen we ook al een generatieclash over het spel van het Nederlands elftal?

Dat lijkt me niet nodig. Willem Vissers kan ik verzekeren dat ook veel jonge Nederlanders teleurgesteld waren over de kwaliteit van het spel. Natuurlijk, toen Nederland de finale haalde was er overal vreugde en trots, maar daaronder knaagde steeds die vraag: waarom spelen we zo lelijk?

Die lelijkheid heeft mij ook meer dwarsgezeten dan de hardheid, die eigenlijk alleen in de finale opvallend was. (De karatetrap van De Jong leek me overigens meer lompheid dan opzet.) „Het moderne voetbal is minder leuk geworden”, verweerde Jansma zich. Dat is waar, maar dat neemt niet weg dat Spanje en Duitsland wel dat mooie voetbal konden spelen waar wij vroeger om werden geroemd. Met ‘vroeger’ bedoelen we dan vooral het WK-elftal van ’74 dat hardheid aan schoonheid koppelde.

Eén aspect mis ik in de hele discussie. De vraag: hadden we wel voldoende talent om mooi te spelen? Tevoren dachten we van wel, maar we hebben Oranje al zo vaak overschat. Mijn overtuiging is dat de elftallen van de generaties Cruijff en later Van Basten (EK 1988) gewoon meer klasse hadden. Van Marwijk heeft dat beseft en ernaar gehandeld: alleen met hard en behoudend voetbal konden we in Zuid-Afrika iets bereiken. En zo geschiedde.