Staking in Zuid-Afrika opgeschort

De Zuid-Afrikaanse ambtenarenbonden hebben nog niet ingestemd met het laatste loonbod van de overheid, maar na drie weken staken zijn leraren, verpleegkundigen en andere ambtenaren vanmorgen weer aan de slag gegaan. Officieel is de staking, die de Zuid-Afrikaanse economie naar schatting rond de 100 miljoen euro per dag kostte en de toch al fragiele publieke sector compleet ontregelde, „opgeschort”. Onderhandelingen over salarisverhoging gaan de komende weken gewoon door.

De bonden eisen een loonsverhoging van 8,6 procent, twee keer het inflatiecijfer van Zuid-Afrika, en een huisvestingssubsidie van 108 euro per maand. De regering van president Jacob Zuma heeft inmiddels 7,5 procent extra geboden en een woonvergoeding van 87 euro. Die verhoging leidt tot een stijging van de overheidsuitgaven van ongeveer 1 procent, terwijl Zuid-Afrika nu al kampt met een begrotingstekort van 6,7 procent. Salarissen zijn goed voor bijna de helft van de begroting.

Tijdens de vaak grimmige acties lagen ziekenhuizen, scholen en rechtbanken vrijwel stil. Nadat eerder alle publieke scholen tijdens het wereldkampioenschap voetbal een maand gesloten waren, misten eindexamenleerlingen opnieuw essentiële lessen. Leraren en verpleegsters die toch wilden werken, werden door de stakers bedreigd en in enkele gevallen gemolesteerd. Het leger was ingezet om ziekenhuizen te bemannen, maar dat voorkwam niet dat door gebrek aan mankracht patiënten overleden.

De staking was de meest omvangrijke sinds 2007, toen toenmalig president Thabo Mbeki door de bonden onder druk werd gezet om zijn neoliberale beleid. De levensomstandigheden van de meerderheid van de Zuid-Afrikanen zijn na de afschaffing van de apartheid in 1994 volgens de bonden onvoldoende verbeterd, terwijl een kleine zwarte elite zich dankzij politieke connecties heeft kunnen verrijken. Zuma heeft het beleid van Mbeki voortgezet.