Partij in het ongerede

Als CDA’ers dezer dagen somber voor zich uitkijken, is daar een goede verklaring voor, want hun partij raakte in de afgelopen vijf maanden haar leider, haar strateeg en haar denker kwijt. En, niet te vergeten uiteraard, 20 van de 41 zetels in de Tweede Kamer waarover ze beschikte.

Ab Klink legde gisteren zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer neer. Eerder zagen, om uiteenlopende redenen, premier Jan Peter Balkenende en ex-staatssecretaris Jack de Vries, de vroegere spindoctor van het CDA, al af van hun functie als volksvertegenwoordiger. Een van de eerste opvolgers op de lijst, Jan Schinkelshoek, deed hetzelfde. Hoewel de motieven van dit kwartet te volgen zijn, blijft het te betreuren als politici die verkiesbaar op de kandidatenlijst van een partij stonden, vervolgens geen of slechts kort gebruikmaken van het mandaat dat zij van de kiezers kregen.

Klinks lidmaatschap van de Tweede Kamer heeft niet zoveel voorgesteld, dat van de CDA-fractie juist wel. Het eerste is verklaarbaar, omdat hij niet alleen slechts 81 dagen Tweede Kamerlid was, maar tevens minister van Volksgezondheid in het demissionaire kabinet-Balkenende IV is gebleven. Als fractielid drukte hij zijn stempel op de onderhandelingen die hadden moeten leiden tot een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Klink verzette zich daartegen. Daarom is zijn vertrek ook een persoonlijke nederlaag: juist zijn opstappen maakt deze coalitie alsnog mogelijk, nu de drie fractieleiders brood zien in heronderhandelingen.

Klink is in diverse functies al 26 jaar actief voor het CDA. Des te meer moeten de redenen die hij voor zijn vertrek als Kamerlid heeft gegeven, de partij en in het bijzonder de fractie te denken geven. Klink sprak „van een onwerkbare situatie in de CDA-fractie” die er voor hem is ontstaan en stelde vast dat „de basis voor samenwerking – vertrouwen – is aangetast”.

Uit deze verklaring valt te concluderen dat waarnemend fractieleider Verhagen, ondanks „72 uur praten”, zoals hij steeds benadrukt, en minister Donner als bemiddelaar er vorige week niet in zijn geslaagd om de crisis in de CDA-fractie te beteugelen. Ook al beweerden zij anders.

Alle fractieleden zouden op het eindresultaat van de onderhandelingen met PVV en VVD wachten, alvorens te oordelen, zo was de afspraak. Het duurde maar enkele dagen voordat fractielid Klink het heilloze daarvan inzag. Na zijn brief, waarin hij in duidelijke bewoordingen had beschreven dat samenwerking met de PVV onmogelijk zou zijn, kon hij daar eenvoudigweg niet alsnog mee akkoord gaan. Juist omdát het niet om het akkoord zelf ging, maar om houding, gedrag, mentaliteit en motieven van de PVV.

Klink, nog even minister, blijft „met overtuiging” lid van het CDA. Daar mag die partij troost uit putten. Hij is een vakbekwaam minister, hij was als medewerker en directeur van het wetenschappelijk bureau van het CDA zijn tijd vooruit. Als ideoloog, „het geweten” van de partij zoals oud-minister Cees Veerman zei, kan het CDA hem moeilijk missen.