Openlijk speculeren over het lang verzwegen doemscenario...

Nooit eerder spraken drie gezaghebbende Franstalige politici zo openlijk over opsplitsing van België.

Zijn de uitspraken oprecht of is het een strategie?

Of ze het echt menen is lang niet zeker, maar indruk maakten ze er wel mee.

Drie vooraanstaande Franstalige politici in België – een vicepremier, een burgemeester en de minister-president van Wallonië – praatten de afgelopen dagen openlijk over het einde van België.

Niet omdat ze dat zo graag wilden. Maar ze lieten zich, zei de vicepremier, niet vernederen door de Vlaamse nationalisten die in de onderhandelingen over een nieuwe regering maar eisen waren blijven stellen. De Franstaligen, zei de burgemeester, moesten nadenken over een ‘plan B’. Het is tijd, vond de minister-president van Wallonië, om het heft in eigen hand te nemen.

Net vóór het weekend waren de gesprekken over een nieuwe regering vastgelopen. Op dezelfde dag als in Nederland en ook door een gebrek aan vertrouwen. Maar daarmee houden de overeenkomsten op. In België loopt het wantrouwen langs de taalgrens.

De Franstaligen hadden er in het weekend zo genoeg van dat ze over alle scenario’s wilden nadenken, zei vicepremier Laurette Onkelinx. Ook over het scenario dat in Franstalig België altijd een doemscenario was geweest: de splitsing van het land. Een onafhankelijk Wallonië met Brussel als hoofdstad. Al zit dáár ook meteen het probleem. Vlaamse nationalisten vinden dat Brussel Vlaams is. En Brussel wordt omringd door Vlaams gebied.

Politici in Vlaanderen gingen er meteen van uit dat de uitspraken pasten in een strategie van de Franstaligen. Maar bijzonder bleef het: niet eerder werd er door drie gezaghebbende politici uit Franstalig België zo openlijk over gesproken.

Er was een week vol harde uitvallen aan voorafgegaan – van Vlaamse politici naar hun Franstalige collega’s en andersom. De hele zomer lang, sinds de verkiezingen in juni, hadden ze in het openbaar bijna niets gezegd. Er werd onderhandeld over een nieuwe regering en over een andere inrichting van de Belgische staat: vooral de Vlamingen willen dat de gewesten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel) zelf meer verantwoordelijk worden voor hun inkomsten en uitgaven.

De druk op de Franstalige partijen om toe te geven aan de Vlaamse eisen was groot geworden door de uitkomst van de verkiezingen: winnaar was de Vlaams-nationalistische N-VA. Die streeft naar het einde van België. De partij eist nu vooral meer autonomie voor de deelstaten.

De Franstalige socialist Elio Di Rupo had de onderhandelingen geleid. Ruim een week geleden bood hij zijn ontslag aan bij koning Albert. De N-VA en de Vlaamse christen-democraten waren tegen zijn compromisvoorstel: in ruil voor toezeggingen aan de Vlamingen zou er extra geld gaan naar Brussel, waar vooral Franstaligen wonen.

Net in dat weekend hielden Vlaamse nationalisten hun jaarlijkse bijeenkomst, de IJzerbedevaart. Het was een slecht weekend geweest voor de N-VA om het compromis van Di Rupo wél te aanvaarden. Maar de koning dacht dat het akkoord er bijna was en vroeg Di Rupo om door te gaan.

Dat deed hij. Van de radiostilte die hij wenste, kwam echter niets terecht. De actualiteitenprogramma’s waren weer begonnen, de ene aanval volgde op de andere. Aan het eind van die week ging Di Rupo wéér naar de koning. Ook zijn nieuwe voorstel, met minder geld voor Brussel, was afgewezen.

Franstalige analisten dachten dat dat misschien te maken had met een andere Vlaamse activiteit in het weekend: de Gordel, een fietstocht door de Vlaamse gemeentes rond Brussel. Die werd dertig jaar geleden bedacht om aan de Franstaligen in de rand van Brussel duidelijk te maken dat die rand Vlaams is.

Er werden stickers uitgedeeld met de Vlaamse leeuw erop en bij een stand van de Vlaamse Volksbeweging legde een activist uit dat de afscheiding van Nederland in 1830, toen België onafhankelijk werd, een slecht idee was geweest. „Maar de Franstalige elite heeft dat toen doorgedrukt.”

Op zondag en ook gisteren nog praatten de Vlaamse en Franstalige politici vrijuit over elkaar. Kris Peeters, minister-president van Vlaanderen, noemde het „strategie” van de Franstaligen om het nu te hebben over de splitsing van het land. Misschien hoopten ze er iets mee te bereiken in nieuwe onderhandelingen. Bij de Vlaams-nationalistische N-VA dachten ze dat de Franstaligen politieke spelletjes speelden.

Of zat er ook een goede kant aan? Volgens minister van Justitie Stefaan de Clerck (CD&V) waren de Franstalige „geesten” aan het „rijpen”. „Zij gaan nu ook meer denken volgens de confederale logica. Daar waren wij verder mee.”

Koning Albert heeft nu twee bemiddelaars aangewezen: de voorzitters van de Kamer en de senaat. Zij gaan praten met de partijen die al aan tafel zaten: de N-VA, de Vlaamse en Franstalige christen-democraten, socialisten en groenen.

Maar N-VA-leider Bart De Wever heeft al laten merken dat wat hem betreft samenwerking met de liberalen ook kan. Want de N-VA wil een nationalistisch, maar ook een rechts beleid voeren. Als de zeven partijen een akkoord hebben over meer zeggenschap voor de deelstaten, is het lang niet zeker dat ze het eens worden over bezuinigingen. Een nieuwe regering heeft België nog lang niet.