Obama's dilemma

Vijftig miljard dollar, zoveel steekt de Amerikaanse regering in het herstel van wegen, spoor en landingsbanen in de eerstvolgende jaren. Dit plan kondigde president Obama aan tijdens een speech, gisteren in de staat Wisconsin. Morgen, in Ohio, zal de president naar verwachting een nog forser pakket onthullen voor de stimulering van onderzoek en ontwikkeling in de Amerikaanse industrie en wellicht een milde belastingverlaging voor de middenklasse.

De economie staat in de Verenigde Staten bovenaan de lijst van thema’s voor de verkiezingen van het Congres op 2 november. Het herstel van de zware recessie van vorig jaar verliest in snel tempo aan kracht, en de werkloosheid blijft met 9,6 procent van de beroepsbevolking hardnekkig hoog.

Obama mag de kredietcrisis en de zwaarste recessie sinds de jaren dertig hebben geërfd van zijn Republikeinse voorganger George W. Bush. En het klopt ook dat de overheidsfinanciën al uit de hand waren gelopen toen hij het roer overnam, maar dat is politiek niet steekhoudend meer. De president is nu verantwoordelijk voor het crisismanagement.

De ‘zomer van herstel’ die dit jaar door het Witte Huis werd beloofd als gevolg van een massief stimuleringspakket van ruim 850 miljard dollar kort na Obama’s aantreden, is goeddeels verregend. En het argument dat de situatie veel ernstiger zou zijn geweest als de stimulering niet ter hand was genomen, is gratuit. Wat rest is een haperend herstel, een begrotingstekort van tegen de 10 procent en een staatsschuld die opstoomt richting de 90 procent van het bruto binnenlands product.

Even ernstig is de kloof in het denken over de remedie, die niet alleen partijpolitiek is, maar ook economen diep verdeelt. Het ene, overwegend Democratische, kamp waarschuwt dat alleen een forse hernieuwde stimulering, ongeacht de kosten, nodig is om een nieuwe recessie te voorkomen. De fout van president Roosevelt, die in 1937 te vroeg stopte met stimuleren en de economie in een volgend dal stortte, mag niet worden herhaald. Het andere kamp hamert juist op begrotingsdiscipline die de staatsrol terugdringt en mede moet voorkomen dat de kapitaalmarkt het vertrouwen in Amerika en zijn dollar verliest. Dat de VS de internationale reservemunt drukken waarmee zij zichzelf financieren, is een te dierbaar privilege.

In de partijpolitiek is deze economische discussie een dovendialoog geworden: progressief en conservatief Amerika accepteren noch elkaars argumenten noch elkaars feiten. De kans dat Obama’s nieuwe stimuleringsinitiatieven het tot wetgeving brengen, wordt met een mogelijke Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en misschien zelfs in de Senaat, nihil geacht.

Hoe het verder moet, hangt af van de nieuwe verhoudingen in het volgende Congres en van Obama’s bereidheid om scherpe keuzes te maken en de risico’s daarvan te aanvaarden. De rest van de wereld kan in de tussentijd beter niet te veel rekenen op een Amerikaanse voortrekkersrol bij het mondiale economische herstel.