Nog bestaat België

Het ontslag van Belgiës ‘preformateur’ Elio Di Rupo na bijna drie maanden onderhandelen heeft iets tragisch. Nooit eerder was een Franstalige politicus in deze rol, toch al een zeldzaamheid, zó dicht bij een politiek akkoord dat zó ver reikend was. De maar liefst zeven onderhandelende partijen slaagden er bovendien in het proces niet te verstoren met lekkages. Even leek er in België toch weer een verantwoordelijke politieke klasse opgestaan die elkaar kan vinden en wellicht zelfs begrijpen.

Dat het ten slotte fout ging, is achteraf terug te voeren op één enkele anonieme uitspraak die werd toegeschreven aan de Franstalige christen-democraten: c’est reporté. Oftewel, de financieringswet is uitgesteld.

Met dit ‘giftige zinnetje’ was meteen de afspraak bedorven over de gelijktijdige herfinanciering van Brussel en de hervorming van de financiële verhoudingen tussen Vlaanderen en Wallonië.

Het onderlinge rapport bleek achteraf niet meer dan een vernislaag die nog geen krasje kon hebben. Zoiets is treurig om te constateren. Maar eigenlijk mag het niet verrassen. Vooral Vlaanderen richt zich de laatste jaren steeds nadrukkelijker op een afscheid van België, dat ook best als los staatsverband zou kunnen voortbestaan. Het nationale niveau figureerde steeds meer als moeizame boedel uit het verleden. De toekomst ligt in het eigen landsdeel. Op deze golf kwam de Vlaamse nationalist Bart De Wever (van de Nieuw-Vlaamse Alliantie) naar boven.

Samen met de socialist Elio Di Rupo, die in Wallonië de verkiezingen net zo overtuigend won als De Wever in Vlaanderen, leek zo de agenda voor het nieuwe kabinet evident. De Vlamingen vroegen verdere hervorming van de eenheidsstaat. De Franstaligen in de kern om behoud van de sociale zekerheid. Voor het eerst leek een uitruil mogelijk tussen herverdeling van federale bevoegdheden, meer financiële ruimte voor de landsdelen en opsplitsing van het Vlaamse kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, waar Franstalige stemprivileges tot nationale wrijfpaal zijn geworden.

Een grote opgave, die na een periode van meer vallen dan opstaan onder de Vlaamse christen-democraat Yves Leterme niet mocht mislukken. Nu dat (voorlopig) wel is gebeurd, valt op dat aan Waalse kant de depressie lijkt toegeslagen. Minister-president Rudy Demotte én vicepremier Laurette Onkelinx (beiden van de Franstalige Parti Socialiste) zeiden zondag dat (ook) Wallonië zich moet voorbereiden op het einde van België. Of dat een poging is om om verdere concessies te legitimeren, de aftocht te dekken of het vuurtje op te stoken, is nog niet duidelijk.

Maar de aanwijzing tot bemiddelaars van twee hoge vertegenwoordigers van PS en N-VA door koning Albert duidt er wel op dat de koers dezelfde blijft. Déze twee partijen zullen het met elkaar moeten redden – het potentieel historische akkoord dat bijna gesloten was, mag niet van tafel verdwijnen. Zo bezien is het altijd dreigende einde van België ook nu nog niet aangebroken. Mits beide hoofdrolspelers bij hun positieven komen. En het nóg een keer proberen.