Labor kan verder met kunst- en vliegwerk

Na lang loven en bieden heeft Australië een winnaar van de verkiezingen vorige maand: Labor kan door. Maar de prijs was hoog en de marges zijn smal.

Tien miljard Australische dollar (zeven miljard euro) aan maatregelen heeft premier Julia Gillard beloofd aan het platteland, om twee cruciale onafhankelijke parlementsleden aan boord te krijgen. Vanmiddag maakten die na twee weken onderhandelen bekend dat ze haar Labor Partij steunen, die daarmee nét genoeg zetels achter zich krijgt om te blijven regeren.

De strijd bleef spannend tot het einde. Na de verkiezingen op 21 augustus bleef de Labor Partij steken op 72 van de 76 benodigde zetels, terwijl de conservatieve Coalitie er 73 kreeg. Nadat twee andere onafhankelijke parlementariërs en de enige afgevaardigde van De Groenen partij hadden gekozen, was de stand vanmiddag 74-74. Waarmee de onafhankelijken Rob Oakeshott en Tony Windsor het laatste woord hadden.

Zij hebben hun steun niet gratis weggegeven. Zo heeft Gillard beloofd dat twee nieuwe financieringsrondes voor gezondheidszorg en onderwijs van in totaal 2,3 miljard Australische dollar exclusief naar het platteland gaan. De regering zal 1,4 miljard dollar uitgeven aan infrastructuur en economische ontwikkeling in de regio. Verder wordt het parlement hervormd zodat onafhankelijke kandidaten meer macht krijgen. En Gillard heeft Rob Oakeshott een ministerschap aangeboden. Al staat dat volgens hem ‘helemaal los’ van zijn beslissing.

Oppositieleider Tony Abbott had ook een prachtig pakket voor het platteland, zeiden Oakeshott en Windsor vanmiddag. Dat zij toch kozen voor Gillard, komt mede door haar ambitieuze plan voor een nieuw glasvezelnet voor snel internet. Voor Australiërs ver van de bewoonde wereld biedt dit volgens hen ongekende mogelijkheden, van onderwijs op afstand tot doktersconsulten via de webcam. Daarbij heeft Gillard nu beloofd dat het nieuwe netwerk als eerste wordt uitgerold in de provincie. En er komt een garantie dat men daar niet méér voor de dienst betaalt dan in de stad, waar de uitrol goedkoper is. De vraag of dat betekent dat stadsmensen de internetverbinding van hun landgenoten op het platteland subsidiëren, werd door Gillard opzichtig ontweken.

De ontwikkelingen van de laatste twee weken hebben gezorgd dat het Australische platteland, de outback, alsnog op de kaart staat. Tijdens de verkiezingscampagne waren Gillard en oppositieleider Tony Abbott elke dag wel in Brisbane of West-Sydney, waar een aantal cruciale zetels te vergeven was. Zij beloofden van alles aan de stedelijke buitenwijken, het platteland werd genegeerd. Dat is nu helemaal andersom. Een groot deel van de miljardeninvesteringen in onderwijs en gezondheidszorg op het platteland gaat direct ten koste van de stad. Volgens Gillard krijgt het platteland zo zijn ‘eerlijke deel’, zoals zij het omschrijft sinds de stemmen in de stad binnen zijn en haar politieke lot afhangt van een stel onafhankelijken uit de provincie.

Windsor en Oakeshott genoten zichtbaar van hun machtige moment. En wat hun betreft is dat nog niet voorbij. Ze waarschuwden dat hun steunbetuiging aan Labor niet betekent dat ze alle maatregelen van de partij in het parlement zullen steunen. „Ik behoud me het recht voor om altijd te stemmen in het belang van mijn eigen kiezers”, zei Tony Windsor, die kandidaat is voor New England.

Een belangrijke reden voor de onafhankelijken om Labor te steunen, was dan ook dat ze hun machtige positie zo lang mogelijk willen behouden. Windsor was er eerlijk over: hij verwachtte dat de Coalitie eerder verkiezingen zou uitschrijven, wat een einde zou maken aan zijn unieke positie. En waarom? „Omdat ik denk dat de Coalitie die zou winnen.” Met andere woorden: hij helpt Australië aan een Labor-regering, juist omdat hij denkt dat het land liever wil dat de Coalitie regeert.

Zijn kiezers in New England zullen het hem vergeven. Zo’n kans om cadeautjes van de regering binnen te halen, krijgen ze niet snel meer.