Dwing scholier tot doordachte studiekeus

Een brede bachelorfase is niet zaligmakend. Help leerlingen te bepalen welke studie zij leuk vinden, waar zij goed in zijn. En laat hen hun keus toelichten, aldus Barend van Leeuwen.

Hans Adriaansens analyseerde afgelopen zaterdag het probleem van de hoge uitval van studenten in hun eerste jaar aan de universiteit (NRC Handelsblad, 4 september). De verbreding van de bachelorfase die hij voorstelt, is een oplossing voor sommige studenten, maar kan en mag niet het enige aanbod zijn voor Nederlandse studenten. Het is te simplistisch om te verwijzen naar het Amerikaanse successysteem van universiteiten als Harvard, Yale en Princeton. Als we dan toch over grenzen heen kijken: in Engeland excelleren de universiteiten van Cambridge en Oxford al eeuwenlang met soms uiterst gespecialiseerde studies. De uitvalpercentages van deze universiteiten zijn zeer laag.

Er zullen altijd studenten zijn die zo breed geïnteresseerd en getalenteerd zijn, dat zij in de bachelorfase zoveel mogelijk vakken willen volgen. Het is daarom een goede ontwikkeling dat er ook in Nederland liberal arts colleges zijn. Tegelijkertijd is het een illusie te denken dat ‘een beetje van alles wat’ zaligmakend is voor alle studenten die niet goed weten wat zij willen studeren. Leerlingen en studenten zullen altijd twijfelen, maar die twijfels moeten niet worden weggenomen door een ‘twijfelaarspakket’ aan te bieden.

De oplossing ligt meer in het leerlingen bewuster begeleiden tijdens het maken van de studiekeuze. Ouders, leraren en decanen moeten leerlingen intensief aansturen en aanmoedigen om voor zichzelf te bepalen wat zij leuk vinden, waar zij goed in zijn en welke doelen zij voor zichzelf willen stellen. Raadzaam is de invoering van een soort gestandaardiseerde competentie- en interessetest voor leerlingen rond hun zestiende. Daarnaast moeten middelbare scholen leerlingen de mogelijkheid bieden – mogelijk in samenwerking met universiteiten – om zich te verdiepen in vakken die zij interessant vinden om op die manier het keuzeproces te bevorderen.

Zodra de leerling zijn keuze heeft gemaakt, moet die keuze getest worden door een aantal hordes op te werpen. Dat betekent niet dat iedere student geïnterviewd hoeft te worden en dat er vervolgens 90 procent wordt afgewezen, maar wel dat er van leerlingen geëist wordt dat zij verwoorden wat hun motivatie is om aan de studie te beginnen, bijvoorbeeld in de vorm van een aanmeldingsbrief. Op die manier kan een leerling er ook tijdens het aanmeldingsproces achter komen dat hij misschien toch een andere richting op wil slaan.

Ten slotte moet aan studenten vanaf de start van de studie een uitdagender studiepakket aangeboden worden. Natuurlijk, het elitesysteem van Cambridge en Oxford, waar studenten wekelijks met de professor discussiëren in zijn studeerkamer, valt hier niet zomaar te introduceren. Toch moet het ook in Nederland mogelijk zijn om instituten te creëren die bekend staan om hun goede opleidingen in een bepaald gebied. Universiteiten kunnen zich profileren op gebieden waarvoor zij expertise in huis hebben. Economietoppers gaan bijvoorbeeld naar Rotterdam, terwijl rechtentoppers naar het Law College in Utrecht gaan. Die universiteiten hebben vervolgens de plicht om de keuze van studenten waar te maken, door vanaf het eerste jaar meer uitdagingen te bieden. De uitstekende formule van het Law College in Utrecht moet gekopieerd worden voor meerdere studies. Op die manier wordt de interesse van studenten geconcretiseerd en ontwikkeld, waardoor zij zich kunnen blijven ontwikkelen binnen de gekozen studie.

Twijfelen blijft dan altijd mogelijk, maar wel binnen een kader waarin de student zich realiseert dat hij een goede en weloverwogen richting is ingeslagen.

Barend van Leeuwen is in opleiding tot barrister aan Gray’s Inn. Hij studeerde rechten aan Trinity College Cambridge en College of Europe, Brugge.