De wereld is China niet dankbaar genoeg

Een wereldmacht is nooit geliefd. Ook al heeft China een crisis voorkomen, toch hoort het geen dankjewel. En de buurlanden zijn ronduit bang, stelt

Harold James.

Het nieuws dat China Japan heeft ingehaald als tweede economie van de wereld, kwam niet als een verrassing. Dit is de belangrijkste geopolitieke uitkomst van de Grote Recessie aan het begin van de 21ste eeuw – die zowel economische hoop als politieke angst met zich meebrengt.

Eerst het goede nieuws, de economische kant van de zaak. De Chinese reactie op de wereldcrisis is de voornaamste reden dat het Amerikaanse subprime-debacle de wereldeconomie niet volledig uit balans bracht en niet tot een herhaling van de crisis uit de jaren dertig leidde.

In een befaamde analyse van deze Great Depression betoogde de Amerikaanse historicus Charles Kindleberger dat deze het gevolg was van een gebrek aan wereldleiderschap. Groot-Brittannië was de oppermachtige mogendheid van de negentiende eeuw geweest, maar zijn status was ernstig aangetast door de kosten van de Eerste Wereldoorlog. De VS waren uit deze oorlog naar voren gekomen als ’s werelds grootste schuldeiser, maar zij hadden een dubbele kwetsbaarheid. Hun financiële systeem was instabiel en vatbaar voor paniek; het politieke systeem was onvolwassen en vatbaar voor populisme. Volgens Kindleberger hadden de VS tijdens de crisis hun markt voor buitenlandse goederen moeten openstellen. Maar de Smoot-Hawley Tariff Act sloot de Amerikaanse markt juist af en ontlokte bij andere landen handelsmaatregelen als vergelding. Amerikaanse financiële instellingen hadden noodlijdende debiteuren krediet moeten blijven verlenen, maar de Amerikaanse banken waren zo geschrokken dat de kredietstroom tot stilstand kwam.

Na de Tweede Wereldoorlog was Kindleberger een leidende figuur in de ontwikkeling van het Marshallplan en paste hij deze lessen toe: de VS moesten hun markt en hun geldkraan ter ondersteuning van andere landen openhouden.

Wat een ander aanzien heeft de 21ste eeuw! Het lijkt wel of de Chinese leiders de beste leerlingen uit een klas van Kindleberger waren. De hele crisis door is de Chinese economie in verbazend tempo blijven groeien, deels als gevolg van een enorme fiscale stimulans. Als iemand wil weten hoe doeltreffend een keynesiaanse strategie kan zijn, dan hoeft hij niet verder te kijken dan de Chinese stimulans van vier biljoen yuan in 2008-2009.

Afgezien van een korte periode na de ondergang van Lehman Brothers in september 2008 hebben China en de andere opkomende markten de op export gerichte landen geholpen bij hun herstel. De verrassende kracht van de Duitse economie is te danken aan de vraag van de opkomende markten – met name China – niet alleen naar kapitaalgoederen, technische producten en werktuigmachines, maar ook naar luxe consumentenartikelen. De Duitse autofabrikanten in het dure segment produceren inmiddels op volle capaciteit.

China heeft ook de financiële lessen van Kindleberger ter harte genomen. Even zag het ernaar uit dat een besmettelijke crisis, gedreven door de vrees voor een overmatige staatsschuld, het politiek broze compromis zou verwoesten dat de Europese landen in de loop van vijftig jaar hadden opgebouwd. Het keerpunt in de europaniek van dit voorjaar kwam toen grote bezitters van reservevaluta’s duidelijk maakten dat zij de noodzaak inzagen van de euro als alternatief voor de steeds problematischer dollar en de even kwetsbare Japanse yen. China ging staatsobligaties uit de Europese Unie aankopen en met veel tamtam ging zelfs een Chinees team naar Griekenland om ondergewaardeerde reële activa te kopen.

Alleen profiteerde Europa niet van de Chinese bereidheid om de rol van ultieme kredietverschaffer op zich te nemen. Het Chinese streven om bronnen van grondstoffen aan te boren en veilig te stellen, heeft tot een nieuwe dynamiek in de Afrikaanse economieën geleid.

Maar er kleeft een probleem aan de stelling van Kindleberger. Kindleberger, een beminnelijk en goedwillend man, wilde niet inzien dat de wereld een redder nooit dankbaar is. Oppermachtig zijn is een ondankbare taak. De heilzame gevolgen van de Chinese betrokkenheid bij de wereldeconomie worden op grote afstand van China veel sterker gevoeld. Ook in die zin is er een parallel met het verhaal van de VS, waarvan het leiderschap in Europa veel voelbaarder was dan in Canada, Mexico of Midden-Amerika.

Het is niet verwonderlijk dat de grootste en sterkste ideologische tegenstander van de Amerikaanse levenswijze zich niet in het verre Europa of Azië bevond, maar op Cuba, amper 150 kilometer uit de kust van Florida. Sinds het begin van de 20ste eeuw maken de Mexicanen zich ongerust over de dreiging van de Amerikaanse kracht. Evenzeer hebben Taiwan en Vietnam het gevoel dat zij de eerste slachtoffers van de Chinese reus zullen zijn.

De overheersende wereldmacht is nooit geliefd geweest bij haar buren. Maar de VS hebben geleidelijk, hoe gebrekkig ook, vertrouwen opgebouwd door middel van multilaterale instellingen. De Europeanen hebben zich na de Tweede Wereldoorlog veel beter met hun buren weten te verzoenen, deels doordat de kwalijke omstandigheden van de nazi-overheersing de noodzaak opwierpen om eerder in morele zin dan in termen van machtspolitiek over het verleden te spreken.

In tegenstelling tot de Amerikaanse betrokkenheid bij het multilateralisme of de Europese zoektocht naar verzoening door een overvloed van gemeenschappelijke instellingen is machtspolitiek veel meer een deel van het 20ste-eeuwse Aziatische erfgoed. De echte uitdaging voor de Chinese leiders zal zijn om een samenhangend wereldbeeld te ontwikkelen dat de mensen net over hun grens niet afschrikt.

Harold James is hoogleraar geschiedenis en internationale betrekkingen aan de universiteit van Princeton. Zijn laatste boek is: The Creation and Destruction of Value: The Globalization Cycle.