De dood komt per sms of fax

Rechters in Irak staan bovenaan de dodenlijst van terreurgroepen.

Ze worden bedreigd zodat ze terrorismeverdachten niet de doodstraf geven.

Zijn dood is talloze malen per e-mail aangekondigd. Per fax. Per sms. „Het uur U is gekomen. Dit is de dag des oordeels. Wanneer je naar buiten gaat, kus dan je familie. Het besluit over jou is al genomen. De dood komt snel bij mensen die niet bidden.” De Iraakse opperrechter Abdul Satar Bayrkdar wist die berichten meestal, zonder te lezen. „Anders crasht mijn telefoon.” Hij krijgt er tientallen per dag.

De telefoon van Abdul Satar is een venster op de staat van het nieuwe Irak dat de Amerikaanse gevechtstroepen na 7,5 jaar achterlaten. Operatie Iraqi Freedom is op 1 september Operatie New Dawn geworden, en uit Washington komt de verzekering dat het land nu veiliger is dan het in jaren is geweest. In de komende vijftien maanden zullen de laatste 50.000 militairen, die nu het label ‘adviseurs’ hebben, Irak verlaten. Mission accomplished.

Niet voor Abdul Satar. Als rechter in de hoogste rechtbank van Irak heeft hij een van de gevaarlijkste banen in een van de gevaarlijkste landen ter wereld. ‘Ons advies’, staat in nog een sms, ‘huur lijfwachten in voor elk van je vier lijfwachten. Jij draagt hun lot op je schouders.’

Enkele weken geleden werden acht van zijn collega’s vermoord op verschillende plekken in het land. Geëxecuteerd met pistolen met geluidsdempers. Zelf overleefde hij maar net een bomaanslag in het hart van de rechtbank waar hij op dat moment een zaak behandelde. Het gebouw stortte in. „Met de genade van God kwam ik levend onder het puin vandaan”, zegt hij. Veel collega’s hadden dat geluk niet.

Rechters zijn het boegbeeld van het nieuwe Irak dat van de terreurbewegingen niet mag slagen. Ze zijn niet de enige architecten van de nieuwe staat die bovenaan de zwarte lijst van de terreurgroeperingen staan. Eind augustus werden meer dan dertig aanslagen gepleegd in tien verschillende provincies. Vrijwel tegelijkertijd. Het doelwit: politieagenten. 62 doden. Een week daarvoor blies een zelfmoordterrorist zichzelf op in een rekruteringscentrum voor soldaten. 60 doden. Terwijl politici er bijna zes maanden na de verkiezingen nog altijd niet in zijn geslaagd een regering te vormen, laten terreurbewegingen zien dat zíj er nog wel zijn. Van noord tot zuid.

De enige vorm van effectief gezag in Irak huist hier, in het hoofdkantoor van de Hogere Raad van Rechters, namens wie Abdul Satar het woord voert.

Abdul Satar houdt kantoor in de eigentijdse versie van een middeleeuwse citadel, van betonnen barricades, wachttorens, en rollen prikkeldraad. Auto’s en bezoekers worden bij de ingang binnenstebuiten gekeerd, uit angst voor bommen. Voor de deur staan gewapende bewakers.

In deze kantoren zijn tientallen terroristen en zware criminelen in de afgelopen maanden naar de galg gezonden. Volgens schattingen van mensenrechtenorganisaties in de maand mei alleen al 62. De moorden op de rechters zijn een directe waarschuwing van de terreurgroepen aan de rechterlijke macht de zwaarste straf niet uit te voeren.

Maar de rechter laat zich niet intimideren. „Terrorisme verdient de doodstraf”, zegt hij. Daar hoeft hij niet over na te denken. Stel je dit dossier eens voor, dat op zijn bureau terechtkwam. Een man snijdt het hoofd af van een kind, kookt het en laat het dan thuisbezorgen bij de ouders. „Denkt u dan niet dat zo iemand de doodstraf verdient? Wat hier elk half uur gebeurt, gebeurt in Nederland misschien een keer in de tien jaar. Pas als Irak een normaal land is, zal ik me tegen de doodstraf keren.”

De galg is steeds meer in de mode in het nieuwe Irak, als bewijs van het groeiende gevoel van machteloosheid over de aanhoudende terreur. Mensenrechtengroeperingen maken zich zorgen over de uitvoering van de ophangingen. De versleten touwen van sommige galgen knappen weleens. Soms zijn de touwen te lang, waardoor de nek van de veroordeelde niet breekt en de veroordeelde nog minutenlang moet lijden.

Executies worden uitgevoerd binnen drie maanden na de veroordeling en worden niet altijd gerapporteerd. Processen zijn niet eerlijk. „Maar er worden ieder jaar nog altijd aanzienlijk minder mensen opgehangen dan onder Saddam Hussein”, onderstreept mensenrechtenadvocaat Fouad Fulayyih Hasan. „En Irak heeft nu de meest onafhankelijke rechters van het Midden-Oosten.”

Even, heel even, na de val van Saddam Hussein, werd de galg niet gebruikt. Onder het tijdelijke regentschap van Paul Bremer III na de invasie van 2003 werden de Irakezen alle bevoegdheden afgenomen, ook hun strafrecht, en de doodstraf afgeschaft. Een jaar later kregen ze de verantwoordelijkheid opnieuw in handen.

Misdaadbestrijding was voor de Amerikanen geen prioriteit. Er waren grotere problemen. Ook al profiteerde de georganiseerde misdaad van de ineenstorting van de dictatuur en financieren terreurgroeperingen met zware criminaliteit hun aanslagen.

In de afgelopen weken werden juweliers massaal beroofd in Bagdad en in andere steden. Met het geweld dat eigen is aan de Iraakse Al-Qaeda. In Bagdad werden onlangs dertien juweliers gedood. De overvallers gooiden een handgranaat naar binnen en executeerden daarna alle aanwezigen.

„Als de Amerikanen niet waren gekomen was dit niet gebeurd”, zegt de vader van twee zoons (22 en 27) die bij de overval werden vermoord. Hij wil zijn naam niet geven. „De mensen die dit deden noemen zich het verzet tegen de bezetting”, zegt hij. „De Amerikanen kunnen beter gaan.” Van de politie heeft hij sinds de moorden niets gehoord. Angst voor de daders regeert ook de politiebureaus.

Rechter Abdul Satar kent de onvolkomenheden van het justitieel systeem dat hij vertegenwoordigt. Hij doet dat af met „Er zijn veel landen die net kennismaken met democratie en net zulke problemen hebben zoals wij”.

Die problemen zijn volgens hem niet zo groot dat de Amerikanen beter kunnen blijven. Een buitenlander hoort een ander land niet te bezetten, vindt hij. „En al die jaren dat de Amerikanen hier waren, hebben ze iets van onze problemen kunnen oplossen?”

Zijn telefoon trilt. Een nieuwe sms. ‘Ons gezegde luidt: laat de man die uit Mekka komt ook verantwoordelijkheid dragen voor Mekka. We doen het liever zelf.’