Carrière is niet meer omhoog, omhoog, omhoog

Steve Sichtman gelooft heilig in het ‘nieuwe werken’.

Deze maand schrijft nrc.next erover. Vandaag twee artikelen over de nieuwe arbeidsmoraal.

Steve Sichtman (38) is opgevoed met het idee: je moet de taal uitmuntend spreken en als je wat wilt bereiken, moet je uitblinken. Dat zei zijn moeder altijd. De Sichtmans kwamen in 1970 uit Suriname naar Nederland. Zijn moeder werkt al veertig jaar als onderwijzeres in het onderwijs, vijf dagen per week. Ook toen ze scheidde van haar man en alleen voor haar twee kinderen moest zorgen, bleef ze een fulltime baan houden.

Steve Sichtman blonk uit. Hij volgde een studie accountancy („Als je wilt slagen, zoek je zekerheid. Waar ik vandaan kom, ga je rechten, medicijnen of accountancy doen.”) en kreeg op zijn 26ste een baan bij adviesbureau Boer & Croon. Op zijn 29ste werd hij er partner, op zijn 32ste vroegen ze hem vennoot te worden.

Misschien kun je zeggen dat de manier waarop hij op deze carrièrestappen reageerde, vooruitliep op wat nu het nieuwe werken heet. Hij zei niet meteen ja op het aanbod, maar dacht er maandenlang over na. „Als je zo’n positie krijgt, gaat het erom wat je commercieel en als persoon inbrengt.” Hij besloot het te doen, maar zonder zichzelf te verloochenen. „Ik was jong en zag mijzelf als vernieuwend. Dat moest mijn inbreng blijven.”

In diezelfde tijd kwam het nieuwe werken op. Steve Sichtman zag het om zich heen: werknemers van zijn generatie keken anders naar carrière maken dan de generatie voor hen. „Niet meer alleen omhoog, omhoog, omhoog en alles daarvoor opofferen. Mensen gingen een balans zoeken: doen waar je goed in bent, onder jouw voorwaarden en op een manier die jou aanstaat.”

Veel van hen gingen voor zichzelf werken, de makkelijkste manier om je eigen omstandigheden te creëren. Tegelijkertijd besteedden werkgevers steeds meer werk uit aan zzp’ers. „Dat waren twee bewegingen die elkaar versterkten. Alleen, werkgevers hadden de neiging om in het wilde weg te flexibiliseren. Ze huurden mensen in zonder goed te weten wie die mensen waren en wat ze konden.”

Dat bracht hem op het idee een community voor zelfstandigen te creëren, die hij zou koppelen aan hun tijdelijke werkgevers, zodat ze steeds iets zouden doen dat bij hen paste in hun eigen ontwikkeling op dat moment. Fijn voor de zelfstandige die zich lekker wil voelen bij wat hij doet, goed voor de werkgever die een gedreven zzp’er binnenkrijgt.

De vennoten bij Boer & Croon zagen er wel wat in. „Maak er maar een business van, zeiden ze.” Dat was in 2007. Het project kreeg de naam Blue Carpet. En Steve Sichtman schreef een boek over het nieuwe werken, De Blue Chip Manager, waarbij ‘chip’ staat voor (self)conscious happy independent professional.

En toen kwam de crisis. Het project moest stoppen. Althans, dat vonden de andere vennoten. „Ik wilde door. Ik was ervan overtuigd dat de crisis ook een kans bood. Oké, werkgevers doen op zo’n moment eerst de flexwerkers de deur uit. Maar na een tijdje halen ze die weer terug. En dan willen ze er meer dan voorheen grip op, dan willen ze veel preciezer weten: wie zit waar en waarom.”

Steve Sichtman dacht terug aan de belofte die hij zichzelf had gedaan toen hij vennoot werd. Hij kocht zich uit en begon voor zichzelf. Bij Blue Carpet zijn nu bijna 400 zelfstandigen aangesloten. Behalve voor bemiddeling zorgt het bedrijf bijvoorbeeld ook voor verzekeringen, kinderopvang, opleidingen en leaseautocontracten.

Een goudgerande toekomst op durven geven: ook dat hoort bij het nieuwe werken?

„Ja, dat denk ik wel. Ik kreeg er in die tijd veel opmerkingen over: dat je dat nu doet, middenin de crisis. Maar ik had er vertrouwen in. Ik wist dat het klopte. Het nieuwe werken is geen hype.”

En ook geen luxe?

„Het nieuwe werken is begonnen als een gevolg van welvaart, maar het is veel groter geworden. Het gaat om een gevoel dat de mensen van mijn generatie en de generatie daaronder delen: de behoefte aan een betekenisvolle invulling van ons leven. Hard werken voor een ondankbare werkgever hoort daar steeds minder bij. We willen best hard werken, maar het moet wel kloppen met wie we zijn en waar we voor staan.”

Met ondankbare werkgevers bedoelt u...

„Daar bedoel ik vooral onbetrouwbaar mee. Ik denk dat werkgevers zich te weinig hebben gerealiseerd wat de permanente veranderingsdrift van bedrijven met mensen doet. Fusies, splitsingen, outsourcing: het heeft geleid tot veel persoonlijk leed. Werknemers hebben het idee gekregen dat ze niet te afhankelijk moeten zijn van hun werkgever, want die kan hen zo weer laten vallen. Dus komen ze voor zichzelf op.”

Dat klinkt weer wat minder idealistisch.

„Het zijn verschillende ontwikkelingen die samen zijn gekomen. En nu het eenmaal zo is gelopen, kunnen bedrijven er ook weer van profiteren. Ze kunnen die tijdelijke werknemers aan zich binden door ze tot hun recht te laten komen. Binden en boeien, noemen we dat hier. Overigens is het nieuwe werken niet alleen iets tussen werkgevers en werknemers. Er hoort ook bij dat we in deze tijd meer aandacht hebben voor duurzaamheid en voor spiritualiteit.”

Het nieuwe werken lijkt niet voor iedereen weggelegd. Hoe moet een onderwijzer op de basisschool het aanpakken, bijvoorbeeld?

„Dat is een terechte en moeilijke vraag. Er zijn trendwatchers die sociale onrust voorspellen onder groepen die meer betekenis willen geven aan hun soort werk, maar daarin vastlopen. Het kan ook anders gaan. Mijn moeder doet haar werk met veel plezier, dat wil zeggen: ze vindt het fantastisch om voor de klas te staan, maar ze heeft een hekel aan de regelzucht en het overleg. Daar klaagt ze over.

„Als zij de kans zou hebben gehad, zou ze heel graag een paar jaar op de ene en dan weer een paar jaar op een volgende school hebben gewerkt – zonder de hele tijd betrokken te zijn bij de organisatie. Zelf denk ik dat het in dergelijke beroepen die kant uitgaat. Maar dan veel langzamer.”

Past een ander ontslagrecht en een kortere ww-uitkering ook bij het nieuwe werken?

„Alleen als dat betekent dat mensen snel weer ander passend werk krijgen. Flexicurity heet dat: een kortdurende, maar vrij hoge ww-uitkering met uitzicht op een nieuwe baan.”

Hoe ziet uw eigen balans eruit?

„Anders dan toen ik nog vennoot was, sport ik weer en heb ik weer wat meer een sociaal leven. Toch ben ik niet minder hard gaan werken. Ik geniet zoveel ik kan van mijn gezin. En naast mijn werk zet ik me daarnaast in voor een paar goede doelen: microkrediet, Amref Flying Doctors, afgestudeerde allochtonen helpen de arbeidsmarkt op te komen via Young Global People.”

Lees het tweede verhaal over het ‘nieuwe werken’ op pagina 25.