Apple krijgt voorlopig voordeel van de twijfel

Wanneer moeten beleggers hun Apple aandelen verkopen? Het offensief van het concern in het buitenland en op de zakelijke markt is nog steeds beloftevol, evenals de gestage stroom nieuwe gadgets zoals Apple TV, die topman Steve Jobs vorige week presenteerde. De door Apple ingezette route moet nog wel even kunnen worden voortgezet, dus de beurskoers – die de afgelopen vijf jaar meer dan 40 procent per jaar is gestegen – lijkt aantrekkelijk op een niveau van vijftien maal de geschatte winst over 2011.

Maar geen enkel bedrijf kan de omzet voorgoed in dat tempo laten groeien. Hoewel het prematuur of zelfs lomp kan overkomen, biedt Breakingviews een paar strategische aanknopingspunten die voor beleggers als waarschuwingssignalen kunnen dienen dat de groei van Apple aan het vertragen is:

Kortingen: Terwijl de computers en mobieltjes van Apple nog geen 5 procent van de wereldwijde omzet op deze markten voor hun rekening nemen, haalt het concern buitengewone winsten binnen. Zijn reputatie kwalitatief hoogstaande gadgets te vervaardigen betekent dat Apple een premie kan vragen ten opzichte van concurrerende producten. De operationele marge bedraagt bijna 30 procent. Zelfs een kleine verhoging van het marktaandeel leidt al tot een enorme groei van de winst.

Apple heeft het zogenoemde ‘halo-effect’ en niet zozeer prijsverlagingen gebruikt om marktaandeel te winnen. Zijn apparaten werken goed samen. En gebruikers die één apparaat proberen, kopen vaak later andere producten van Apple. Dit kan nu op de zakelijke markt worden waargenomen, waar Apple van oudsher zwak was. De iPad lijkt een grote hit te zijn onder hoge bedrijfsfunctionarissen en professionals. Dit moet leiden tot meer verkoop van de iPhone en de Mac. Bovendien lijkt Apple de kortingen te hebben kunnen vermijden die doorgaans aan grote klanten worden aangeboden. Als managers iPads willen, kunnen ze alleen op de retailmarkt terecht.

Apple zou zijn marktaandeel snel kunnen laten oplopen door kortingen of goedkopere apparaten te bieden. Hoewel dit op de korte termijn tot hogere winsten zou leiden, zou het een toch een alarmsignaal zijn, omdat het duurdere segment van de technologiemarkt disproportioneel winstgevend is.

Hoewel Apple zou kunnen profiteren van de verkoop van grote hoeveelheden goedkope gadgets, is dat marktsegment een lastige plek om winst te maken, vanwege de grotere concurrentie en de kleinere mogelijkheden om producten te diversifiëren. De operationele winstmarge van Nokia op zijn telefoons is 11 procent. Die op de markt voor goedkope pc’s is niet beter – Dell heeft een operationele marge van zo’n 5 procent. Er is ook een groot risico dat het merk bezoedeld raakt als er goedkopere producten worden gemaakt. Als het concern geen ‘Apple-premie’ meer kan opleggen, of als het marktaandeel in het duurdere segment ook maar iets zou dalen, zou dat de winst relatief zwaar treffen.

Het verhogen van de ‘tol’: Eén manier waarop Apple de premie voor zijn gadgets hoog heeft kunnen houden, is door ze ieder jaar te verbeteren. In het geval van de iPhone is dat vooral te danken aan het feit dat er steeds meer applicaties voorhanden zijn voor het apparaat.

Partners die deze applicaties ontwikkelen, dragen een groot deel van de kosten. Apple keurt de applicaties en distribueert ze in ruil voor 30 procent van de omzet. Apple heeft zijn internetwinkels van oudsher niet opgezet om de winst te maximaliseren. Het doel was daarentegen de apparaten waardevoller te maken en ze een sterkere marktpositie te geven. Het resultaat is dat iedereen profiteert. Consumenten waarderen de gadgets, omdat ze steeds nuttiger zijn geworden, en softwareontwikkelaars volgen de klant. Apple kan daarom in theorie een hogere tol heffen – bijvoorbeeld in de vorm van 50 procent van de omzet. Die hogere inkomsten komen rechtstreeks de winst ten goede.

Maar de softwareontwikkelaars kunnen zich ook van Apple afkeren, en de gebruikers zouden hen kunnen volgen. Google is bijvoorbeeld van plan slechts 5 procent van de omzet van de games die het concern online verkoopt in rekening te brengen, plus een kleine vergoeding. In de tweede plaats kan het optrekken van de ‘tol’ ook de aandacht van de toezichthouders trekken, omdat het naar concurrentievervalsing neigt. Hoewel hogere inkomsten uit de tolheffing op de korte termijn groei kunnen opleveren, zouden ze de toekomst van het concern belasten.

Grote overnames: Apple heeft 46 miljard dollar aan contanten en beleggingen op zijn balans staan. Steve Jobs kan dat een geruststellende gedachte vinden. Maar er wordt niet veel rente op verdiend. Apple is zo verstandig geweest geen grote overnames te doen. Als veel bedrijven echter hun groei zien teruglopen, proberen ze die dikwijls te kopen via ‘transformatieve aanwinsten’, zoals in het geval van de aankoop door Intel van McAfee, of van 3PAR door HP. Met het geld van Apple kunnen veel bedrijven met een notering aan de S&P 500 worden gekocht. Het concern moet toch zeker een grote firma kunnen vinden die meer rendement oplevert dan de bankrente?

Reken er toch maar niet op. Het in elkaar laten opgaan van twee grote bedrijven leidt vaak tot strijd op managementniveau en opgeklopte uitgaven, en niet tot waardevolle nieuwe productinnovaties. Meestal gaan de verkopers er met de winst vandoor. Kijk maar naar Cisco. Die firma is een soort overnamemachine, maar zijn aandeelhouders hebben er de afgelopen tien jaar weinig van geprofiteerd. Als Apple ooit die weg zou gaan bewandelen, zou dat een teken aan de wand zijn.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com