Zij gaat nog wel wat jaren mee

Een operatie heeft de loopbaan van atlete Lornah Kiplagat gered.

Toch gelooft ze nog heilig in de werking van de kruiden van haar wijze moeder.

‘Een operatie? Geen sprake van!’ Lornah Kiplagat was onverbiddelijk toen zij hoorde dat die medische ingreep onvermijdelijk was om haar te verlossen van een cyste in haar kniegewricht. De langeafstandsloopster gelooft heilig in een natuurlijk herstel van het lichaam en wilde onder geen beding een tegennatuurlijke ingreep toestaan.

‘Als opereren de enige oplossing is, stop ik’, was Kiplagats primaire reactie. Vijftien maanden later zette orthopedisch chirurg Rien Heijboer in het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum toch het mes in Kiplagats knie. Bijna een jaar na dato liep ze gisteren in Tilburg pijnvrij naar haar derde Nederlandse titel op de tien kilometer. En blij dat ze uiteindelijk overstag is gegaan. Prijzend: „Heijboer heeft het goed gedaan.”

Nee, Kiplagat is niet van opvatting veranderd. Ze gelooft nog steeds dat blessures kunnen genezen met kruiden van haar wijze Keniaanse moeder. Alleen is haar standpunt over opereren niet langer in beton gegoten. De tot Nederlandse genaturaliseerde atlete zal zich in een voorkomend geval opnieuw operatief laten behandelen, maar alleen – daarover geen misverstand – als laatste en onvermijdelijk redmiddel.

Maar waarom heeft Kiplagat uiteindelijk haar principe opzij gezet? „Omdat ik veel vertrouwen heb in Heijboer, mijn Ierse fysiotherapeut Gerard Hartmann en sportarts Peter Vergouwen. Die mensen beoefenen hun vak op een dergelijk hoog niveau dat het onverstandig zou zijn hun advies te negeren. Ik kreeg goed uitgelegd wat er zou gebeuren; er kon eigenlijk niks misgaan. Ik heb te lang gewacht, zeker. Maar daarvan heb ik geen spijt. Ik kan mezelf niet verwijten de natuur geen kans te hebben gegeven. Bovendien was het een lang proces waar ik doorheen moest.”

Kiplagat zwichtte mede door de druk van Pieter Langerhorst, haar echtgenoot, trainer en manager, die haar met 36 jaar nog te jong vindt om te stoppen. „Lornah kan nog een aantal jaren mee”, voorspelt Langerhorst, die meent dat ze door haar koppigheid vijftien maanden heeft verspeeld. „In tegenstelling tot de meeste Keniaanse atletes is Lornah zuinig op haar lichaam geweest. Ze loopt hooguit zes wedstrijden per jaar. Ze kan groeien, zeker op de marathon waarop ze zich gaat toeleggen. Stoppen zou zonde zijn geweest.”

Of speelde geld een rol? Kiplagat bestrijdt dat. „Ik ben voor de inkomsten niet afhankelijk van mijn sport. Sterker, al die medici hebben me de laatste jaren veel geld gekost. Geld dat ik grotendeels zelf moest ophoesten, omdat ik niet voor alle behandelingen verzekerd ben.”

Nadat Heijboer vorig jaar oktober een cyste van bijna twee centimeter uit haar knieholte had verwijderd, trad er door littekenweefsel vertraging in Kiplagats herstel op. Pas na intensieve manuele therapie met diepe massage kon ze haar knie weer buigen. Al met al schat de loopster dat de genezing daardoor drie maanden langer heeft geduurd.

Nadat Kiplagat ritme had opgedaan bij de Zandvoort Run en Marikenloop in Nijmegen waagde ze zich gisteren bij de NK tien kilometer voor het eerst aan een serieuze wedstrijd, waarin ze moest pieken. De zege geeft haar veel vertrouwen voor de WK halve marathon op 16 oktober in het Chinese Nanning, waar Kiplagat haar titel van 2008 hoopt te prolongeren.

Nu de cyste is verwijderd en haar knie pijnvrij is, denkt Kiplagat aan de Olympische Spelen van 2012 in Londen, waar ze een medaille op de marathon wil winnen. Op de baan zal ze niet terugkeren, ook al was ze bij de Spelen op de tien kilometer achtereenvolgens eervol vijfde (Athene) en achtste (Peking). „Ik heb destijds voor de baan gekozen, omdat er extreme hitte en smog waren voorspeld, omstandigheden waar ik goed tegen kan. Maar beide keren was het helemaal niet heet en was er evenmin smog. Bovendien kan ik maar niet wennen aan spikes. Nee, op de baan zien ze me niet terug. Op de cross weet ik het niet. Deelname aan de EK wil ik overwegen, maar aan de WK doe ik zeker niet mee.”

Of Kiplagat haar carrière na ‘Londen’ zal afsluiten, wil ze nu niet zeggen. De atlete weet het ook nog niet. Bovendien, als ze nu haar afscheid aankondigt, is ze in haar hoofd al gestopt. Daar wil ze dus niet aan denken. Natuurlijk, een afscheid met een olympische medaille zou prachtig zijn, maar als het niet lukt raakt Kiplagat niet gefrustreerd. „Omdat ik al meer heb bereikt dan ik voor mogelijk heb gehouden. Ik had nooit verwachtingen. Bij elke overwinning dacht ik: wow. Daarom ben ik nu al een tevreden mens.”