Wilders, bedankt

Ook heimelijk teleurgesteld dat een regering met de PVV van de baan is? Ik had het wel willen meemaken. Niet omdat ik een fan ben, maar omdat ik het samen met nog een paar miljoen Nederlanders wel heb gehad met het zaaien van verdeeldheid door die partij. Geert Wilders is onbedoeld de katalysator voor principeloosheid geworden, waardoor menig rechtgeaard politicus van het rechte pad is afgeweken om ook ‘klare taal’ te prediken. Zo is de VVD opeens de nieuwe Centrum Partij geworden, blijkt het CDA de grondwet ook niet te respecteren, voelen zelfs gematigde politici zich genoodzaakt een mening te vormen over de private keuzen van Nederlandse moslims en is ‘praten als Janmaat’ de nieuwe norm.

Dat onze principes buigen in de wind heeft Wilders goed zichtbaar gemaakt. Hij heeft ons duidelijk gemaakt dat de angst krachtiger is dan het gezond verstand en het goed fatsoen. Onrust stoken blijkt minder moeilijk dan het lijkt – we zijn snel van ons stuk gebracht en ongewapend tegen zoveel brutaliteit.

Dat hebben we dan geleerd. Tot zover, Wilders, bedankt. Maar niet verder. Niet nog eens in de oppositie. Niet nog meer ‘flutstukken van het slechtste kabinet ooit’, en weer die ‘achterlijke culturen’ of ‘aan elkaar geregen onzin’ waar ‘geen jota’ van klopt. Om met groter venijn meer angsten aan te wakkeren, en het impulsief stemgedrag van de verongelijkten verder aan te moedigen.

Want bij zoveel meningen die door de onderbuik en de korte termijn worden gestuurd, kun je op je klompen aanvoelen dat de PVV in de oppositie enkel zal groeien, en de narigheid na de volgende verkiezingen alleen maar groter wordt.

In het scenario ‘hoe komen we zo snel mogelijk van de PVV af’ was ‘regeren’ een riskante, maar waarschijnlijk snelle optie geweest. Was het onaangepaste en asociale deel van het Nederlandse beleid geworden, had dat ons land zoveel schade toegebracht, dat een herhaling van die dwaling onwaarschijnlijk ware geweest. En had de PVV zich ingebonden, dan was het probleem vanzelf verdampt.

Nu zullen we daar langer op moeten wachten.

Floris-Jan van Luyn