Waar is de ideologie gebleven?

De formatie is mislukt en ook in andere landen worden coalities bij elkaar gewokt.

Er zijn ook geen gedeelde doelen meer, alleen nog hartenkreten van groepjes.

Het Binnenhof is de komende tijd de tribune voor een nieuw atletisch spektakelstuk: de sprong over de eigen schaduw. Nu alleen Paars-plus en een middenvariant nog haalbare coalities lijken, moet zowel links als rechts de sportbroekjes aantrekken om dé politieke stoplap van 2010 om te zetten in daden: ‘over je eigen schaduw heen springen.’ De nieuwe sport is niet exclusief Nederlands. Australië en Groot-Brittannië wokken voor het eerst sinds het Neolithicum coalities bij elkaar. België is veranderd in een paardenbloem: even blazen en de boel vliegt uit elkaar. De fragmentatie is een onvermijdelijk gevolg van een sluipende gedaanteverwisseling die de politiek heeft ondergaan: van een volksvertegenwoordiging naar een supermarkt. In verkiezingstijd vullen we onze karretjes met concurrerende producten (hypotheekrenteaftrek, AOW-leeftijd, kinderbijslag), zonder ons aan de kassa in het stemhokje te bekommeren om een coherentie die verder reikt dan de eigen koelkast.

Kiezen is kopen. De kieswijzers onderschrijven dat stilzwijgend door politieke programma’s te behandelen als warenhuiscatalogi. Als onze bestellingen vervolgens niet voldoen aan onze verwachtingen, wapperen we met bewaarde garantiebonnetjes.

Wat zagen we de laatste jaren aan demonstraties? Studenten voor studiebeursbehoud, schoonmakers voor meer loon, cafébazen tegen het rookverbod. Hartenkreten van kleine groepjes. Geen Malieveld voor overstijgende doelen als schone lucht of het klimaat. Alleen al de gedachte aan spandoekzeeën tegen de verrommeling van onze ruimtelijke ordening werkt op de lachspieren.

Intussen faciliteren de politieke partijen onze consumptieve houding enthousiast. In die branche is Geert Wilders de gulste prijzenvechter. Zijn assortiment is eclectisch, zorgvuldig op maat geknipt voor de goegemeente. Rechts een schap met immigratiestop en politieknuppels, links bejaardenzorg en kinderbijslag. Naar een onderliggend wereldbeeld zul je in die Aldi-keten vergeefs speuren. Tekenend is dat ‘ideologie’ binnen de autoritaire bedrijfscultuur daar zelfs geldt als overtreffende trap en onwettige uitwas van ‘religie’.

Ook in de democratisch georganiseerde partijen is het uitverkoop. In de VVD was er hoegenaamd niemand te vinden die bezwaar maakte tegen het weggeven van de liberale beginselen door het op een akkoordje te gooien met de PVV, die in al haar poriën anti-liberaal is. Waarom bleven de liberalen zo ijzig stil? Omwille van de eigen politieke belangen, de kwartaalcijfertjes van hun vestigingen, de filiaalomzet, de carrièrekansen. Kiloknallers als kaartje naar Vak K.

Ook het CDA verkocht z’n christelijke ziel aan de blonde zot uit Venlo. Pas toen die z’n onderhandelaars aan tafel tot het uiterst sarde, waren er eindelijk – eindelijk! – drie fractieleden te vinden met een laatste bodempje moraal in hun donder. Drie maar! De andere negentien vakkenvullers en caissières schaarden zich lafhartig achter het lompe opportunisme van filiaalleider Verhagen.

Tot zover de schaduw. Nu de sprong. Hoe verleid je producenten en consumenten van politieke producten (met de gratis accessoires van nieuwsfeiten en opinies) om meer oog te krijgen voor het collectief, om middelpuntzoekende krachten te mobiliseren in de samenleving, om de sprong te maken over de schaduw van de supermarkt naar gedeelde belangen in de grotere buitenwereld?

Hadden we nog maar oorlogen met buurlanden, of watersnoodrampen! Toen wisten we het wel, wat ons gedeelde doel was. Nu overschrijden onze bedreigingen onze landsgrenzen. Al-Qaeda houdt nergens kantoor. De klimaatsverandering stopt niet voor de douane. Tegelijkertijd houdt ook ‘het collectief’ zich niet meer exclusief binnen de landsgrenzen op. Voorheen Nederlandse bedrijven hebben Amerikaanse directeuren en backoffices in India. We zijn closer met onze Facebook-vrienden in Canada dan met de buurman. We richten onze schotelantennes op Mekka.

Die situatie vereist een ander begrip van gemeenschappelijkheid, en dus een andere morele taal om die gemeenschap te raken. Die taal zal nu in de schaduwspringcompetitie tussen links en rechts gevonden moeten worden. In plaats van peilingcijfers en eigen politieke carrières zullen de ethische opvattingen op tafel moeten komen en tot iets samenbindends moeten versmelten. Zelfs de economische invullingen, die vanouds in onderhandelingen centraal staan, zijn daar ondergeschikt aan. Die vloeien immers voort uit een visie op rechtvaardigheid. Begrotingen staan nooit los van mensbeelden.

Dat klinkt allemaal vreemd, zelfs wat weeïg, omdat we niet gewend zijn dat politici op zo’n ethische en ideologische manier (in plaats van een pragmatische) denken over het besturen van de polis.

Dat we afkerig zijn geworden van ethische politiek komt vooral doordat de meest recente vertegenwoordigers ervan zo halsstarrig vasthielden aan een veel te beperkte, tamelijk irritante opvatting van het begrip moraal: de ‘normen en waarden’ van Balkenende en zijn calvinistische kornuiten, het dierenwelzijnsfundamentalisme van de Dierenpartij, de kritiekloze goedgeefsheid van de linkse partijen aan de zwakkeren, enzovoorts. Ze vertolkten de beperkte moraal van, opnieuw, kleine groepjes en hun hobby’s. Daarmee bereikten ze vooral dat het leeuwendeel van de bevolking de pest kreeg aan élke morele uiting. Dat leverde vervolgens weer de lichtelijk komische situatie op dat grote groepen sociaal zwakkeren zich aansloten bij de heersende mode om rechts te stemmen. En straks staren ze allemaal met beteuterde gezichtjes naar de rekeningen van hun crèches en huisartsen.

De ‘schaduw’ waar ze op het Binnenhof ‘overheen moeten springen’ is die van een morele crisis. De komende weken moet blijken of dat mogelijk is, of dat de uitdrukking zoiets betekent als ‘water laten branden’.

Christiaan Weijts is columnist van nrc.next.