Vrij gestage banengroei in Amerikaanse privésector

De Amerikaanse werkgelegenheidscijfers van vrijdag zijn in bescheiden mate geruststellend. De aanwas in de privésector van 67.000 banen in augustus, samen met opwaartse herzieningen van de cijfers over de voorgaande maanden met in totaal 123.000 arbeidsplaatsen, moeten voorlopig de angst voor een W-vormige recessie (double dip) kunnen wegnemen. Nu er vóór de Congresverkiezingen van begin november nog slechts één werkgelegenheidsrapport zal uitkomen, bieden de cijfers ook een glimpje hoop voor de Democraten.

De aanhoudende en redelijk gestage banengroei in de privésector, in samenhang met een verrassende daling met 323.000 personen van de langjarige werkloosheid, moet geruststellend zijn voor werklozen en voor degenen die bang zijn hun baan te verliezen. De Democraten zullen er bij de verkiezingen waarschijnlijk baat bij hebben, doordat de kracht van de Republikeinse aanvallen op hun aanpak van de economische problemen erdoor zal afnemen.

Toch is het herstel niet gloedvol, wat de Democraten ook mogen beweren. Na de voorgaande, vergelijkbaar diepe recessie van 1983 bedroeg de maandelijkse banenaanwas gemiddeld 288.000 arbeidsplaatsen. In 2010 bedraagt zij tot nu toe gemiddeld nog geen derde daarvan – en de afgelopen maanden is de groei zelfs negatief geworden. Dat is dus niet genoeg om ook maar een klein verschil te maken. De civiele, niet bij de overheid werkzame bevolking van boven de 16 jaar is sinds vorig jaar augustus met 2 miljoen mensen gegroeid. Zo’n 65 procent van de Amerikanen maakt deel uit van de beroepsbevolking, dus de 723.000 arbeidsplaatsen die sinds december zijn geschapen volstaan niet om alle nieuwe werknemers aan een baan te helpen.

Hoewel er in augustus sprake was van een bescheiden stijging met 0,8 procent van de productie-index van het Institute of Supply Management, duidt de grotere daling met 2,8 procent van zijn index voor de productie buiten de industriële sector er ook op, dat het economisch herstel traag blijft – ook al is hier tot nu toe ook geen enkel teken te bespeuren van een ‘double dip’. De werkgelegenheidscijfers bevestigen dit; het grootste deel van de banengroei in de privésector had plaats in de gezondheidszorg, terwijl de werkgelegenheid in de industrie afnam. Nu de werkgelegenheid in de bouw vorig jaar is teruggelopen met 271.000 personen, is er ook weinig dat wijst op een positief arbeidsplaatseneffect van het stimuleringspakket van 2009, waarvan een groot deel aan de infrastructuur werd besteed.

Op de korte termijn is het werkgelegenheidsbeeld enigszins verbeterd, en de angst voor een ‘double dip’ zou moeten afnemen. Maar voor optimisme op de langere termijn is het nog veel te vroeg.

Martin Hutchinson