Rutte moet van gedaante wisselen

Als Mark Rutte „een proeve van een regeerakkoord” gaat schrijven, moet hij zich verplaatsen in het standpunt van zijn rivalen. Geen makkelijke metamorfose.

Mark Rutte wil even geen VVD-leider meer zijn. Kán het niet meer zijn, als hij een „proeve van een regeerakkoord” gaat schrijven, zoals hijzelf graag wil. Daarvoor moet Rutte als een soort aspirant-premier ook gaan nadenken over de belangen van andere politieke partijen dan de zijne. Misschien moet hij zich zelfs proberen te verplaatsen in „de langste zelfmoordbrief in de geschiedenis”, zoals hij het verkiezingsprogramma van de PvdA drie maanden geleden nog noemde.

Geen makkelijke metamorfose voor de man die zichtbaar verdrietig was over het mislukken van het door hem zo gewenste minderheidskabinet VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV. „Ik denk dat rechts Nederland zijn vingers zou aflikken bij wat er allemaal op papier stond”. Voor het eerst in drie maanden kon Rutte geen glimlach op zijn gezicht toveren.

Zal rechts Nederland net zo smullen van de ‘proeve’ die Rutte in zijn hoofd heeft zitten? Niet als Rutte op zoek gaat naar andere regeringspartners dan CDA en PVV. Om in de gefragmenteerde Tweede Kamer een meerderheid te krijgen, komt hij dan bijna onvermijdelijk uit bij de PvdA. Dat had PvdA-leider Job Cohen ook al bedacht. Hij wierp zich op als co-auteur van de ‘proeve’, wat niet veel goeds zegt over het vertrouwen dat Cohen heeft in Ruttes vermogen verder te kijken dan de belangen van de VVD. Rutte wees dat af: hij wil geen „mini-formatie”.

Voorlopig is het nog niet zover. Rutte kan pas aan de slag als koningin Beatrix het zegt, en die gaat vandaag en morgen eerst nog luisteren naar wat de andere politieke partijen er eigenlijk van vinden. Misschien hebben zij, of één van haar vaste adviseurs, andere ideeën over hoe het verder moet.

Want wat moet er eigenlijk worden voorgesteld bij een ‘proeve’? De vergelijking met 1994 dringt zich op. Toen moest PvdA-leider Wim Kok na vastgelopen onderhandelingen tussen zijn partij met VVD en D66 van de koningin ook zo’n document tikken.

Kok kreeg geen vrijblijvende opdracht. Hij moest „met het oog op de vorming van een kabinet op zo kort mogelijke termijn een regeringsprogramma op hoofdlijnen opstellen waarbij in het bijzonder aandacht wordt gegeven aan het financieel en sociaal-economisch beleid en de begroting voor 1995”. Dat programma moest hij van de koningin voorleggen „aan de Kamerfracties van PvdA, CDA, VVD en D66”.

Er werd al een duidelijke politieke richting aangegeven, en ook nog eens een richting waar Kok al veel kennis over had verzameld. Hij had in 1994 net weken van onderhandelingen met de VVD achter de rug. Verder die richting op denken, leverde hem weinig partijpolitieke risico’s op.

VVD-leider Mark Rutte zat daarentegen de afgelopen weken juist heel dicht bij de door hem gedroomde rechtse coalitie en zal dus mentaal een veel grotere sprong moeten maken dan Wim Kok indertijd. Tenzij hij nu een akkoord mag schrijven dat gebaseerd is op de onderhandelingen van de afgelopen weken met CDA en PVV. Dat de koningin en de andere fracties in de Tweede Kamer hem dat gunnen, ligt niet voor de hand.

Vervolg VVD: pagina 3

Rutte heeft nu coalitie niet voor het uitkiezen

PvdA-leider Wim Kok kon in 1994 gewoon voortborduren op de stopgezette besprekingen tussen PvdA, VVD en D66. Hij moest vooral een oplossing vinden voor het geschilpunt over de sociale zekerheid, waarop de formatie was vastgelopen.

Koks grootste risico was dat hij een zodanig programma zou schrijven dat niet alleen VVD en D66 zouden willen meedoen, maar ook het CDA. Een groot risico, omdat het CDA politiek gezien tussen PvdA en VVD inzat.

Bijna lukte het niet. Het CDA leek de ‘proeve’ van Kok in grote lijnen te onderschrijven. Een kritische opmerking van toenmalig CDA-leider Brinkman over de hoogte van de uitkeringen werd door Kok met beide handen aangegrepen om het CDA buiten de vervolgbesprekingen te houden.

Er is nog een ander groot verschil met Mark Rutte. Die leidde de VVD de afgelopen drie jaar vanuit de oppositie en droeg geen bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Kok was op het moment dat hij de ‘proeve’ schreef niet alleen informateur en PvdA-leider, maar ook demissionair minister van Financiën. Hij was al ruim vier jaar verantwoordelijk voor de hoofdlijnen van het financieel-economisch beleid, en werd ook op die verantwoordelijkheid aangesproken door de koningin toen hij zijn opdracht kreeg.

Rutte kan hopen op de opdracht een proeve te schrijven. Maar de vraag is of hij kan voorkomen dat hij een proeve moet schrijven voor een combinatie van partijen waar hij niet op zit te wachten.

Als hij zijn zin krijgt, kan de koningin hem grofweg twee kanten op sturen. De eerste is richting ‘Kok’: dus een akkoord schrijven gericht op CDA en PVV. Het voordeel daarvan is dat de inhoud van zo’n akkoord voor het oprapen ligt, en Rutte het programma kan uitvoeren waar hij van droomt.

Maar groot is die kans niet. De formatie mislukte niet op inhoudelijke gronden maar door gebrek aan vertrouwen tussen PVV en CDA. Dat is met een mooi verhaal niet opgelost.

De andere optie is voor Rutte veel pijnlijker. Een verhaal schrijven waar ook de PvdA mee kan leven. Als de PVV niet meer meedoet, heeft hij zonder de PvdA nauwelijks een stabiele Kamermeerderheid. Die optie zit voor Rutte vol risico’s. Hij heeft de afgelopen maanden keer op keer alle ideeën van de PvdA getorpedeerd. Ze zijn slecht voor de economie, slecht voor het land.

Dat is geen prettige uitgangspositie. Maar wie premier van alle Nederlanders wil worden, ontkomt er niet aan zichzelf op te offeren.