RIP

De eerste loslopende hond op het smalle pad kon ik makkelijk ontwijken. Ik stuurde mijn fiets behendig om het oude beest heen en keek nog even boos om naar de baas. Een kwartier later was het bijna raak. Ik moest remmen voor een harig geval, dat met zijn rug naar me toe stond. Het uiteinde van de staart raakte de spaken van mijn voorwiel.

Onder de douche was er het besef dat het deze zondagmiddag anders had kunnen aflopen. Dit is wat ze ‘bijna-ongelukken’ noemen.

Vlak voor het weekeinde las ik dat een Franse motorrijder na een val tijdens Parijs-Dakar in 1986 pas 25 jaar later was overleden. Jean-Pierre Baron was in die kwart eeuw niet meer bij kennis geweest. Hij zat al die tijd in een rolstoel. Een kasplantje op wielen. Hij overleed door ademhalingsproblemen.

De motorrijder reed destijds in een kuil. Hij werd van zijn motor geslingerd. Toen de helikopter arriveerde, kreeg hij nog net een hand omhoog. Dat was de laatste beweging die hij in zijn leven maakte.

Door je vrouw voortgeduwd worden in een rolstoel. Is er een grotere kwelling denkbaar voor een snelheidsduivel? Alle snelheid uit het leven. Misschien heeft Baron 25 jaar willen roepen: „Toe nou, alsjeblieft, euthanasie voor een gevallen motorrijder.”

De negentienjarige Japanner Shoya Tomizawa overleed gisteren na een crash met zijn motor tijdens een race op het circuit van San Marino. Hij viel. Twee motorrijders konden hem niet meer ontwijken. De televisiebeelden waren hard en secuur. Na de crash draaide het gestrekte lichaam van de Japanner rondjes op het asfalt. Om uiteindelijk als de wijzers van een klok stil te vallen.

De beroemdste coureur van het moment, Valentino Rossi, vond na de dood van Tomizawa alles onbelangrijk in het leven. „Shoya was een ontzettend geestige jongen en het was een vreselijk ongeluk.” Rossi was aangeslagen. En toch, met die stoere pet op en al die reclame op zijn motorpak dacht ik: hij geeft morgen het liefst weer vol gas. Een lange neus naar de dood.

Klein detail: Tomizawa reed op zijn derde al op een mini-motor. Een nog kleiner detail: ik mocht op die leeftijd onder begeleiding op een mini-fiets met zijwieltjes. Op de stoep.

Natuurlijk denk ik, met vele anderen, op een nuchter moment dat ongelukken met dodelijke afloop inherent zijn aan snelheidssporten. De fanatieke supportersschare langs de kant juicht bij iedere ronde om het risico dat hun helden nemen. Spelen met de dood brengt levenden in vervoering. Ze willen niet weten van ‘eigen schuld,dikke bult’.

De sites voor de verongelukte Tomizawa stroomden na de melding van zijn dood over van medeleven. Meestal stond er: R.I.P. Rest in peace. Rust in vrede. De tegenpool: onrust in oorlog. Alle mensen met een leren motorpak liepen gisteren met een steen in hun maag. Ze wisten dat ze zelf in het dagelijks verkeer het volgende slachtoffer konden zijn.

Tragisch in dit verband is het dodelijke ongeluk, gisteren in Amsterdam tijdens een autorally. Op een aantal afgesloten wegen werd een wedstrijd gehouden. Een vrouw van de organisatie liep het parcours op om de rijders tot langzamer rijden te bewegen vanwege een ongeluk verderop. Ze werd geschept en overleed.

Het is een cliché, maar als de dood komt, komt hij. Overal.

Wilfried de Jong