Nederland kan wel wat meer Gunning gebruiken

Louise Gunning geldt als rolmodel voor topvrouwen. Tien jaar leidde ze het AMC, waar ze morgen afscheid neemt. Ze gaat verder als voorzitter van de Gezondheidsraad.

Na uren vergaderen was er geen oplossing. Maar Louise Gunning zoekt altijd naar nóg een mogelijkheid om eruit te komen. Aan het einde van de middag, eigenlijk wilde iedereen naar huis, legde ze haar hoofd op de tafel om haar allerlaatste gedachte eruit te persen.

Typisch Gunning, zegt Dik Hermans, die het als voorzitter zag gebeuren bij zijn College voor zorgverzekeringen (CVZ), waar ze in de raad van advies zit. Het is een van haar vele nevenfuncties: „Ze is een drukbezet mens en deed toch haar uiterste best voor een organisatie waar ze geen direct belang bij heeft. Bewonderenswaardig.”

Gunning, bestuursvoorzitter van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, vindt het leuk om oplossingen te verzinnen. Ze is erg besluitvaardig. Hermans: „Ik vroeg me wel eens af: hoe krijgt ze het gedaan in een dag? – daar zitten toch maar 24 uur in.”

Als ze na een dag keihard werken een vergaderruimte binnenkomt, lijkt het net alsof ze zojuist een lekkere wandeling heeft gemaakt, zegt promotor en emeritus hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg Paul van der Maas. Dat talent heeft Gunning nodig als ze zich, na haar afscheidsfeest morgen op het AMC, helemaal gaat wijden aan het leiden van de Gezondheidsraad. Deze raad adviseert het kabinet over praktisch gezondheidsbeleid. Zoals vorig jaar, over wie zich moest vaccineren tegen Mexicaanse griep.

Iedereen zegt dat Gunning (59) geknipt is voor dat voorzitterschap. Bij de Gezondheidsraad kan ze haar kennis combineren met haar vaardigheid snel en praktisch oplossingen te bedenken. De raad vormt voor elk gezondheidsvraagstuk een groep van tien tot twintig van de beste experts om een standpunt te bepalen. Met haar netwerk is dat makkelijk: ze kent die mensen, weet wat ze kunnen, kan hen binden en overhalen mee te doen.

Dat blijkt. Directeur Simon Reinink van het Concertgebouw in Amsterdam vroeg haar, als lid van zijn raad van toezicht, te polsen of zorgverzekeraar Menzis zijn zondagochtendconcerten kon sponsoren. Reinink: „Ze belde de topman Roger van Boxtel en introduceerde hem bij mij.” Niet lang daarna was de deal rond.

Gunning wil argumenten horen om zich te laten overtuigen. Dat heeft ze uit haar tijd als onderzoekster bij universiteiten in België en Rotterdam, en als beleidsmedewerker bij Volksgezondheid. Dat departement wilde in de jaren 80 toekomstscenario’s maken voor de zorg. De vraag was hoe je prognoses kon onderbouwen, zegt emeritus hoogleraar Van der Maas. Gunning ontwierp een computersimulatie om de effecten van preventie te schatten. „Toen was dat zeer modern. Dat computermodel was zo goed dat ze daarop later is gepromoveerd.”

Gunning kreeg bewust jong kinderen om zich daarna volledig op haar loopbaan te kunnen richten. Ze beveelt dat jonge vrouwen die wat in hun mars hebben en ook zo’n invloedrijke positie als de hare ambiëren altijd aan. „Ze was voor veel vrouwen een rolmodel”, zegt Van der Maas. „In de jaren 90 waren er nauwelijks topvrouwen in de zorg. Voor hen is zij, net als Els Borst, wegbereider geweest.”

Vrouwenemancipatie vindt Gunning belangrijk, maar vrouwen moeten er volgens haar zelf voor zorgen. Organisaties kunnen het alleen faciliteren en talentvolle vrouwen in het zonnetje zetten. Positieve discriminatie is niets voor haar, weet Els Goulmy, voorzitter van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren, die wel voor vrouwenquota is.

Als een belangrijke verdienste in de tien jaar dat ze het AMC-bestuur voorzat, ziet Gunning zelf het stimuleren van zogenoemde evidence based programma’s (gebaseerd op onderzoek en ervaring) om de sterfte en complicaties bij behandelingen in ziekenhuizen te verminderen. Ze wil er weinig over kwijt omdat de studie nog moet verschijnen in een vooraanstaand Amerikaans medisch blad. „Maar ik vind het waanzinnig leuk dat wéér eens blijkt dat onderzoek dit soort verbeteringen geeft.”

Geert Blijham, tot voor kort bestuursvoorzitter van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, moet glimlachen. Hij herkent het meteen. „Haar gevleugelde uitdrukking. Ze zegt dat heel vaak: dit is ‘waanzinnig’ interessant!”

Gevraagd of zijn oud-collega tevreden kan terugkijken op tien jaar AMC, twijfelt Blijham enkele seconden. „Ik denk het wel”, zegt hij dan. Toch ziet hij haar rol vooral als „een consoliderende”. Blijham kan weinig bijzondere wapenfeiten noemen. Volgens hem liep ze bijvoorbeeld niet voorop bij moderniseringen in de zorg, zoals artsen die simpele taken delegeren aan verpleegkundigen.

Directeur Sjoerd Repping van het laboratorium voor voortplantingsgeneeskunde bij het AMC, afgelopen week in het nieuws wegens het invriezen van eicellen, vindt dat niet vaak duidelijk was wat ze wilde. „Gunning was niet heel directief. Niet iemand die zegt: we gaan het zó doen. Tegenwoordig zou je zeggen dat ze vooral de boel bij elkaar hield.”

Dat houdt voor een deel verband met de fusie tussen het AMC en de medische faculteit van de Universiteit van Amsterdam, kort voordat Gunning aantrad. Bovendien is het personeel van het AMC niet gemakkelijk aan te sturen. De autonomie van de afdelingen, artsen en onderzoekers was en is groot. In de medische wereld staat het ziekenhuis bekend als Anarchistisch Medisch Centrum.

Waar Gunning lof voor krijgt toegezwaaid, is dat ze veel jongeren kansen heeft gegeven. Met promotiebeurzen en aanlokkelijk onderzoek haalde ze naar het buitenland vertrokken talenten terug. In de periode-Gunning nam het aantal wetenschappelijke publicaties sterk toe.

Ze geniet als haar jongeren succes halen, of het nu is met een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift of in de kunst. Concertgebouw-directeur Reinink: „Als we elkaar zien, maakt ze zich altijd sterk voor jonge, beginnende ensembles en vraagt ze altijd aandacht voor nieuwe muziek.”

Volgens haar omgeving is Gunning niet uit op roem, en hoeft haar AMC ook niet de beste, snelste of grootste te zijn. Ze vindt al die fusies van andere ziekenhuizen maar niets. Het gaat haar om de kwaliteit van de zorg.

„Ze is in staat om over haar eigen belang heen te stappen”, zegt CVZ-voorzitter Dik Hermans. „Ze was bijvoorbeeld voor oprichting van een landelijk kwaliteitsinstituut op het gebied van zorg dat behoorlijk wat invloed zou krijgen. Je zou zeggen dat een bestuurder liever niet wil dat de overheid zich met jouw dingen bemoeit, maar zíj zegt: het belang van de patiënt en de overheid overstijgen mijn eigen institutionele belang.”

Niet lang geleden stapte een van haar topkrachten over naar de raad van bestuur van bloedinzamelbedrijf Sanquin. „Dat was een verlies voor het ziekenhuis, en met name voor Louise”, herinnert Jacques Schraven zich, voorzitter van de raad van toezicht van Sanquin (en oud-voorzitter van VNO-NCW). „Maar ze was er heel genereus in. Dat zet ze om in winst. Ze zei dat het de samenwerking verbetert.”

Louise Gunning heeft de wil om de wereld beter te maken, zegt PvdA-Tweede Kamerlid Hans Spekman. Ze wil aan vrouwen laten zien dat je kinderen kunt krijgen én carrière kunt maken. „Ze legt zich niet neer bij wat voorbestemd lijkt. Ze heeft de ambitie om te knokken, vooral ten dienste van anderen. Nederland zou wel wat meer Louise Gunning kunnen gebruiken.”

Spekman kent haar uit de programcommissie van de PvdA van vier jaar geleden. Gunning schreef toen de zorgparagraaf. Ze hamerde vooral op preventie in de zorg. „Dat is haar ding. Ze zegt: voorkom ziekte nou!”

Ze is genoemd als minister van Volksgezondheid, maar door het geschuif met kandidaten die iets niet wilden en partijen die bepaalde posten in het nieuwe kabinet opeisten, is ze uiteindelijk niet gevraagd. Gunning zou het ook niet hebben gedaan, zegt ze nu.

Blijham, ex-UMC Utrecht: „Ze zou zich, denk ik, beperkt voelen door de ambtelijke omgeving daar. Ze zou er ongelukkig worden.”

Weinig mensen kunnen overigens iets zeggen over haar persoonlijke leven. Als Blijham met haar naar een bijeenkomst reed, spraken ze onderweg wel over haar twee kinderen en haar kleinkinderen: „Maar het ging toch vrij snel weer over haar werk.”

Ook Els van Odijk, directeur van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, weet eigenlijk niet veel over Louise Gunning, die er toezichthouder is. Of ze zelf kunst maakt, bijvoorbeeld, en welk museum ze het laatst heeft bezocht. Dat komt niet ter sprake.

De band van Gunning met haar twee broers is niet innig. Ze hebben lang geleden afgesproken dat ze elkaar twee keer per jaar zien: een weekend met de kerst en een dag in de zomer. Verjaardagen vieren ze niet. Haar broer Jan, ingenieur, had een project in het AMC, maar kwam niet op het idee even langs te wippen bij zijn zus: „Je wilt elkaar niet overlopen.”

Jan en Louise trokken als kinderen weinig met elkaar op. Hij speelde liever met zijn twee jaar jongere broer. Bovendien waren de twee jongens sportief en Louise totaal niet. Die zat met haar neus in de boeken. Ze haalde op het gymnasium alleen achten, negens en tienen. Vrij vroeg wist ze dat ze later geneeskunde ging studeren. Waarom? Broer Jan: „De enige reden voor haar was dat geneeskunde in die tijd werd gezien als moeilijkste studie.”

Het was voor Jan niet makkelijk een discussie met haar te winnen. Hij moest met feiten en argumenten komen, anders kreeg hij geen gelijk. „Ze gaf zich niet graag gewonnen. En als ze verloor, zat ze er niet mee. Dan gaf ze zo’n draai aan de uitkomst dat het niet als nederlaag voelde.”

Haar kracht is, zeggen mensen die haar kennen, dat ze haar probleem het jouwe maakt. „Jezus, dat ik haar niet eerder heb geholpen”, dacht Blijham dan. „Je voelt je bijna schuldig.” Oud-hoogleraar Ernest Briët, lange tijd naaste collega van Gunning bij het AMC, noemt haar bijdehand. „Dat was mijn indruk vanaf het moment dat ik haar leerde kennen, in 1995.” Hij herinnert zich een overleg op haar kamer over de noodzaak meer allochtone studenten aan te nemen. „Voor ik het wist, stond ik buiten met huiswerk! Ik moest het klusje doen en zij hoefde niets te doen.”

Gunning heeft aandacht voor minderheden, dat wel. Onder haar regime bleef het AMC veel investeren in onderzoek naar en behandeling van zeldzame ziekten, waar wereldwijd soms maar tientallen mensen aan lijden. Het ziekenhuis heeft hierin een internationale reputatie.

Bijna iedereen denkt dat Gunning, met haar expertise in publieke gezondheid, een daadkrachtig voorzitter zal zijn van de Gezondheidsraad. Soms klaagt iemand: „Mogen we zelf ook iets verzinnen?” Dat vorig jaar slechts de helft van de meisjes zich liet vaccineren tegen HPV, het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt, noemt Gunning een fors probleem. Dit gaat ze dus aanpakken in de Gezondheidsraad.

Nee, wacht even! Van Odijk, van de Rijksakademie, zegt dat Gunning toch kunst maakt: taarten. Ze bakt schitterende taarten. Daar zit volgens haar heel veel Gunning in: „Een taart geeft op een bescheiden manier het gevoel van gastvrijheid. Het gevoel dat je welkom bent.”

Van der Maas was eens met Gunning op werkbezoek in Parijs. Vlakbij het Gare du Nord zagen ze een bekende patisserie. „Daar kun je Louise heel enthousiast mee maken. Ze keek heel opgewonden in de etalage, wat ze mee kon nemen voor thuis. We zijn beiden met tassen vol taarten naar huis gegaan.”