Gaan we nog zwartepieten?

Als een formatie klapt, begint in Den Haag meestal al vrij gauw het zwartepieten.

Dit keer wordt er opvallend weinig gespind. Een drieluik over de strategieën daarachter.

Het is gevaarlijk conclusies te trekken over misschien wel de meest bizarre kabinetsformatie ooit. NRC Handelsblad kopte vrijdag nog: ‘Formatie gaat verder op kleiner speelveld’. RTL-presentator Frits Wester wist anderhalve week geleden „voor 98 procent” zeker dat het rechtse kabinet er zou komen. En de Volkskrant meldde een dag voordat informateur Opstelten zei dat de onderhandelingen nog zeker twee weken zouden duren, dat de formatie in de eindfase was beland.

Maar sinds afgelopen vrijdag is duidelijk: er komt geen kabinet waar „rechts Nederland de vingers bij zou aflikken”, zoals VVD-leider Mark Rutte het noemde. Dat is een conclusie die we wel aandurven. Of, nee, ook hier is voorzichtigheid geboden. Als over een paar maanden een meerderheid van de Tweede Kamer besluit tot nieuwe verkiezingen, wat kan, dan ligt alles opnieuw open.

Daarom is het voor de partijen belangrijk vooralsnog zo ongeschonden mogelijk uit de strijd te komen. Want wie weet wat de volgende stappen in deze formatie zijn. Andere partijen moeten de schuld krijgen: zíj lieten het partijbelang boven het landsbelang gaan; zíj handelden met een verborgen agenda.

Toch is het opvallend hoe weinig er sinds vrijdag gespind wordt. De lezing over het mislukken is inderdaad vrij eenduidig: Wilders eiste meer zekerheid van het CDA en kreeg die niet. Jammer, zo gaan de dingen.

Maar waarom zwartepieten de partijleiders zo weinig? En waarom handelden de partijstrategen zoals ze hebben gehandeld?