Fotojournalistiek is dood. Of niet?

In Perpignan vindt het jaarlijkse festival voor de fotojournalistiek plaats.

Daar blijkt dat een bestaan opbouwen als fotojournalist een lastige opgave is.

A Palestinian woman comforts her child on the rubble of her house, on January 19, 2009, in Jabalia's Ezbet Abdrabbo neighborhood. A tenuous ceasefire held today in Gaza, where Palestinians dug out from the rubble and Hamas put on a show of defiance vowing to fight on after the Jewish state's deadliest war on the strip. AFP PHOTO OLIVIER LABAN-MATTEI AFP

„De fotojournalistiek is dood.” Met deze woorden opende Jean-Francois Leroy, directeur van Visa pour L’Image, vorige week de 22ste editie in van het jaarlijkse internationale festival voor de fotojournalistiek in Perpignan. Volgens Leroy geven tijdschriften en kranten steeds minder opdrachten aan fotojournalisten. Vanwege het aanbod van beeldmateriaal op internet, vaak aangeleverd zonder royalties of rechten, wordt er met name door de schrijvende pers flink bezuinigd op fotografie. Ook Neil Burgess, oprichter van fotoagentschap NB Pictures en een veel gelezen blogger onder fotojournalisten, constateerde recent op de site Epuk dat ‘tijdschriften en kranten geen geld meer steken in de fotojournalistiek (...) Ze betalen slechts voor foto-illustraties.’

Het zijn stellingen die de Franse fotograaf Olivier Laban-Mattei (33), de afgelopen tien jaar werkzaam voor het Franse persbureau AFP, met een korrel zout neemt. „Tien jaar geleden was de fotojournalistiek ook al in crisis, fotojournalisten hebben het vaak moeilijk. Maar we zullen dit echt wel overleven.” Een gebrek aan passie voor het vak is er volgens hem in ieder geval niet. „Het probleem ligt inderdaad bij de media. Kranten en tijdschriften maken de verkeerde keuzes: ze geven liever veel geld uit aan de Olympische Spelen dan dat ze fotojournalisten op pad sturen om een goede reportage te maken in een conflictgebied.”

Visa pour L’Image is al jaren een populair festival. Vorig jaar trokken de fototentoonstellingen, die zijn verspreid over verschillende locaties door de stad, zo’n 187.000 bezoekers. Van Laban-Mattei hangt er dit jaar in de expositieruimte in Couvant des Minimes een fotoreportage getiteld The Day Everything Changed. Ontluisterende foto’s van slachtoffers van de aardbeving in Haïti worden afgewisseld met confronterende beelden van de oorlog in Irak. Heel wat dood en ellende is aan zijn lens voorbijgetrokken. De ervaringen laten hem niet onberoerd. „Twee jaar geleden ontmoette ik in Birma een man die door de orkaan zijn huis, vrouw en kinderen had verloren. Hij had een glimlach op zijn gezicht. Ik vroeg hem waarom hij moest lachen, hij antwoordde: als ik dat niet doe, heb ik niks meer. Het raakt me hoe mensen in dit soort situaties hun waardigheid weten te behouden.”

Dankzij AFP reisde Laban-Mattei tien jaar lang allerlei conflictgebieden af, toch diende hij afgelopen maand zijn ontslag in bij het persagentschap. Het snelle werk en de, wat hij noemt, oppervlakkige filosofie van het persbureau ten opzichte van fotografie deden hem besluiten om voor zichzelf te gaan werken. „Bij AFP had ik het gevoel alsof ik in het leger zat. Ik moest aan de lopende band opdrachten uitvoeren, ging conflictsituaties in en uit zonder echt te begrijpen wat er aan de hand was. Daar had ik genoeg van. Laban-Mattei neemt een risico door nu voor het freelancerschap te kiezen. „Ik begin met niets. Ik heb geen archief. Mijn fotos zijn eigendom van AFP. Ik mag mijn oude werk alleen exposeren of gebruiken voor een fotoboek, verder kan ik er geen geld mee verdienen.”

De Franse fotograaf Corentin Fohlen (28), winnaar van de City of Perpignan Young Reporters Award voor zijn serie Haiti & Bangkok horror & revolt (ook te zien in Couvant des Minimes), neemt de stelling van Leroy ook niet al te serieus. „Het ligt in ieder geval niet aan de fotografen hier, die gaan echt overal naartoe. Fohlen is freelance fotograaf, in het afgelopen jaar was hij zowel bij de gevechten tussen de antiregeringsbetogers en de veiligheidstroepen in Bangkok alsook bij de aardbeving in Haïti. „In Port-au Prince ging ik naar het mortuarium om foto’s te maken. Buiten lag een stapel lijken, binnen lag een vrouw, alleen. Ze was naakt en dood. Over haar buik liep een groot litteken, haar organen lagen in de ruimte. Ik zal dat moment nooit vergeten.”

Fohlen heeft nooit willen werken voor een groot persbureau. „Als je als beginnende fotograaf naar conflictgebieden wilt gaan en niet tien jaar wilt wachten voordat je een keer erop uit wordt gestuurd, moet je wel zelfstandig worden.” Sinds 2007 verdient hij genoeg geld om uit de rode cijfers te blijven. Daarvoor was hij aangesloten bij verschillende fotoagentschappen, waaronder Wostok Press, Gamma en Abaca, maar dat stemde hem niet tevreden. „Bij de verkoop van mijn foto’s ging 30 tot 60 procent in de kas van het agentschap. Reiskosten of andere onkosten voor reportages werden nooit vergoed. Sinds kort is Fohlen aangesloten bij Fedephoto, een organisatie van negentig onafhankelijke fotografen. „We zijn eigen baas. Iedereen betaalt maandelijks een klein bedrag, we hebben geen manager, geen kantoor, alleen een website. Mijn archief staat op deze site en op Pixpalace, een grote fotowebsite waar verschillende agentschappen bij zijn aangesloten. Mijn foto’s worden door fotoredacties direct vanaf deze sites gedownload, ik stuur zelf een rekening. Alle inkomsten gaan direct naar mij.”

De Thaise fotograaf Athit Perawongmetha (33), dit jaar voor het eerst in Perpignan, exposeert in Eglise des Dominicains met een heftige fotoreportage over de recente onlusten in Bangkok. Hij geeft toe moeite te hebben met het opbouwen van een bestaan als volwaardig fotojournalist. „Persbureaus scheppen weinig mogelijkheden voor fotojournalisten. Sinds 2007 werk ik op zeer onregelmatige basis als freelance fotograaf voor Getty Images. Mijn camera en lenzen zijn tweedehands. Ongeveer 70 procent van mijn werk bestaat uit het fotograferen van bruiloften en andere commerciële opdrachten.” Ik wil graag volledig kunnen werken als fotojournalist, maar je moet tegenwoordig ook een goede zakenman zijn om werk te kunnen verkopen. Ik hoop hier nieuwe contacten te kunnen opdoen.”

De rellen in Bangkok maakten een grote indruk op hem. „Gedurende de straatgevechten schuilde ik met een soldaat achter een boom. Ineens sloeg er een granaat in. Ik had niks, hij raakte zwaar gewond. Ik heb eerst een foto van hem gemaakt, daarna ben ik hulp gaan halen.” Perawongmetha moet geregeld terugdenken aan dat moment. „Ik vond dat ik die foto moest maken, het is mijn vak. Maar later die dag ben ik wel naar de tempel gegaan om te bidden en geld en rijst te doneren voor de armen. Deze ellende moet mijn land niet weer overkomen.”