Een rood balletpakje, dat ging echt te ver

„Wil iemand Brian May interviewen?” Het blijft angstvallig stil op de redactie van nrc.next. Een aantal aanwezige redacteuren heeft geen flauw idee om wie het gaat, blijkt later. Queen, ja, dat kent iedereen. Van Freddie Mercury, de legendarische zanger die in 1991 overleed aan de gevolgen van AIDS.

Maar Queen leeft nog. Gitarist May (63) en drummer Roger Taylor (61), de twee overgebleven Queen-leden, zijn een middag in Nederland om hun musical We will rock you te promoten, die hier dit weekend in première ging.

Dit is de kans om de rockhelden van weleer te ontmoeten. Gezeten tussen schoteltjes met chique chocolaatjes ontvangen de twee heren de journalisten, in twee naast elkaar gelegen kleedkamers van het Beatrixtheater in Utrecht. Taylor (61) met een glas water, May (63) – toch nog een beetje rock-’n- roll – met een glaasje witte wijn. Nrc.next krijgt tien minuten met beiden.

De show is geschreven rond 25 Queen-klassiekers. Is de musical voor jullie een manier om die periode af te sluiten?

BM: „Zo heb ik er eigenlijk nog niet over nagedacht. Ik zie het meer als een nieuwe tak aan de boom. Om eerlijk te zijn, hadden we nooit gedacht dat we ooit in de musical-business zouden zitten. We houden er eigenlijk niet zo van.

„Als kind vond ik West Side Story wel leuk, maar de rest vond ik altijd verschrikkelijk.”

Waarom is deze musical dan wel leuk?

RT: „Omdat we hebben geprobeerd er iets anders van te maken, meer rock-’n-roll. We wilde een echte, luide, degelijke band. Iets anders dan Mama Mia, bijvoorbeeld, dat zijn gewoon vijf gasten die noten zitten te lezen. We proberen de zangers ook niet op zo’n theatrale manier te laten zingen, daar word ik echt gek van.”

Wie kwam er dan met het oorspronkelijke idee?

RT: „Onze manager en vooral Brian.”

BM: We zagen het als een nieuw medium om de muziek op een andere manier te doen herleven. We zitten nog steeds in een lastige situatie zonder leadzanger, weet je...”

Bijna twintig jaar na zijn overlijden, staan Taylor en May nog steeds in de schaduw van hun vriend en zanger Freddie Mercury. Mercury werd voor het grote publiek al snel dé personificatie van de Britse rockband, nadat hij zich in 1971 met bassist John Deacon bij May en Taylor voegde om Queen te vormen.

Het is ook moeilijk om de naam ‘Queen’ los te zien van de flamboyante persoonlijkheid, de seksuele geaardheid en de garderobe van Mercury. Hij was het gezicht en de stem. Een essentieel onderdeel van de sound van Queen, met hits op zijn naam als We are the champions en Bohemian Rhapsody, dat nog steeds talloze historische hitlijsten aanvoert. Maar het waren May en Taylor die aan de wieg van Queen stonden. Ze zijn verantwoordelijk voor hits als Who want to live forever en We will rock you (May) en Radio Ga Ga en A kind of magic (Taylor).

Hoe was het voor jullie dat Mercury’s persoonlijkheid op het podium de naam Queen kaapte?

RT: „Er was een soort impliciete overeenstemming dat de frontman van de band zeker tweederde van het imago van de band zal zijn bij het grote publiek. Dat hoort bij de baan. Zeker een frontman als hij.”

BM: „Mettertijd beseften we steeds meer: laten we gewoon voor hem schrijven. Freddie was een geweldig vehikel om dingen over te brengen.”

Moesten jullie dan niet wennen aan zijn flamboyante aanwezigheid?

BM: „Ah! Het rode glitterpakje. Freddie kwam altijd aanzetten met van die dingen. Hij was een goede showman. Maar op een dag had hij plotseling een rood balletpakje met lovertjes aan. En we zeiden als één man: ‘Fred... meen je dit serieus?’ We dachten op dat moment allemaal: ‘het spijt me, maar nu ben je echt te ver gegaan’. Maar natuurlijk was dat niet zo. Want hij droeg het en het publiek vond het geweldig.”

Na de dood van Mercury gingen Taylor en May door als Queen, eerst met oud studiomateriaal, later met zanger Paul Rogers van Free.

Moeten jullie sindsdien anders omgaan met de aandacht van de media en het publiek?

RT: „Brian en ik vertegenwoordigen nu het ‘merk’ Queen. Daar is wel wat meer verantwoordelijkheid mee gemoeid.”

BM: „Freddie kreeg alle ‘fame and glory’, maar hij kreeg ook alle kritiek te verwerken. Dat was toen een comfortabele positie voor mij.”

May, die zich de laatste jaren inzet voor dierenwelzijn, trok onlangs op zijn Facebook-pagina ‘Save me’ iets te snel een bericht in twijfel dat een Britse tweeling van negen maanden door een wilde vos was aangevallen. Het leverde hem een hoop negatieve aandacht op. „Karaktermoord” noemt hij het. „En dat was best heel moeilijk voor me...”

May wordt stil, staart in het niets. Plotseling kijkt hij op en wijst met zijn hand in de ruimte naar fictieve plekken op het podium: „Kijk, hier staat Freddie op de voorgrond. En hier is het publiek. Ik sta hier twee stappen achter hem, en een beetje naar links. Dat was eigenlijk best een goed plekje.”