Doemscenario voor België leidt tot onrust

Na de mislukte formatie breekt de Belgische politieke elite zich, al dan niet fietsend, het hoofd over de toekomst van het land. Valt België uiteen?

Of ze het echt menen is niet zeker, maar indruk maakten ze dit weekend wel: drie vooraanstaande Franstalige politici in België – een vicepremier, een burgemeester en de minister-president van Wallonië – praatten openlijk over het einde van België. Afgelopen vrijdag waren de onderhandelingen over een nieuwe regering vastgelopen op een gebrek aan vertrouwen tussen de deelnemende politieke partijen.

Daar houden de overeenkomsten met de mislukte formatieonderhandelingen in Nederland ook op. In België loopt het wantrouwen langs de taalgrens.

Als er niks anders op zat, zeiden de drie Franstalige politici (Laurette Onkelinx, Philippe Moureaux en Rudy Demotte) op televisie, de radio en in kranten, dan moest Franstalig België zich maar gaan voorbereiden op een eigen toekomst. Ze lieten zich niet „vernederen”, ze gingen nadenken over een „plan B”, ze namen „het heft in eigen handen”.

Vlaamse politici gingen er meteen van uit dat het strategie was. Maar bijzonder bleef het: niet eerder werd er door drie gezaghebbende politici zo openlijk gesproken over het einde van België.

Een Vlaamse boekhouder uit Dendermonde was er op zondagmiddag even stil van. „Hebben ze dat echt gezegd? Dan komt het ineens dichtbij.”

De Vlaming deed mee aan de organisatie van de Gordel, de jaarlijkse fietstocht rond Brussel. Die fietstocht werd dertig jaar geleden bedacht om aan de Franstaligen in de gemeenten rond de Belgische hoofdstad duidelijk te maken dat de rand van Brussel Vlaams is en Vlaams moet blijven.

Gisteren fietsten meer dan 80.000 Vlamingen mee en zoals elk jaar lagen er op sommige stukken van het parcours veel spijkers en punaises. Er waren ook borden weggehaald die de richting van de Gordel aangaven. Of er waren stickers overheen geplakt: ‘Brussel is niet te koop’, een verwijzing naar een akkoord dat Franstalige en Vlaamse politieke partijen vorige week bijna hadden gesloten. In ruil voor de splitsing van het omstreden kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, zoals de Vlamingen willen, zou Brussel meer geld krijgen van de Belgische overheid – een eis van de Franstaligen. De spijkers en stickers zijn pesterijen van Franstaligen, denken de Vlamingen. Bij een eerdere tocht werd een verdachte aangehouden: een advocaat uit Wallonië.

Kris Peeters, minister-president van Vlaanderen, zit op zondagochtend in zijn fietskleren aan het ontbijt dat elk jaar vóór de tocht wordt georganiseerd: eieren met spek. Hij heeft twee reservebanden bij zich. Net als Vlaams minister Geert Bourgeois van de Vlaams-nationalistische partij N-VA – al twijfelt die of het genoeg zal zijn: hij had wel eens negen lekke banden bij een Gordel.

Het waren de N-VA en de Vlaamse christen-democraten (CD&V) van Kris Peeters die afgelopen vrijdag een compromisvoorstel van ‘preformateur’ Elio Di Rupo afwezen. Ze weigerden te accepteren dat Brussel, waar vooral Franstaligen wonen, extra geld zou krijgen zo lang nog niet zeker was dat de ‘staatshervorming’ ver genoeg zou gaan – de Vlaamse partijen willen dat de deelstaten in België meer zelf verantwoordelijk worden voor hun inkomsten en uitgaven.

Dat Franstalige politici, voor wie een staatshervorming niet zo nodig hoeft, nu praten over het einde van België, noemt minister-president Peeters „tactiek”. „Het is strategie.”

Vervolg België: pagina 5

Fietsen blijft altijd politiek

Volgens Peeters willen Franstaligen misschien zo tot een oplossing komen.” Hij vindt het „niet wijs.” Zijn partij is niet voor een onafhankelijk Vlaanderen. „Ik wil een oplossing binnen de Belgische structuur.”

Ook de Vlaamse minister van financiën en werk, Philippe Muyters van de N-VA, denkt dat de Franstalige politici het niet menen. „Als ze al zo moeilijk doen over veranderingen waardoor ze meer verantwoordelijkheid krijgen, zouden ze dan wel accepteren dat ze overal verantwoordelijk voor worden?” Zijn partij streeft wél het einde van België na.

Buiten de ontbijtzaal staat minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) al bij zijn fiets. Zonder reservebanden en met een optimistische kijk op de uitspraken van de Franstalige politici. Hij zegt: „Bij de Franstaligen beginnen de geesten rijp te worden. Zij gaan nu ook meer denken volgens de confederale logica. Daar waren wij al verder mee.” Het betekent, vindt De Clerck, dat de partijen dichter bij elkaar komen.

Koning Albert wees in het weekend twee bemiddelaars aan: de voorzitter van de Kamer, de Franstalige socialist André Flahaut, en de voorzitter van de senaat, Danny Pieters van de N-VA. Zij moeten nu proberen om het vertrouwen te herstellen. Zij gaan praten met de zeven partijvoorzitters die ook de afgelopen maanden samen aan tafel zaten: van de N-VA, CD&V, de Vlaamse sociaal-democraten SP.A en Groen, en aan Franstalige kant van de Parti Socialiste, de christen-democratische CDH, Ecolo.

Afgelopen vrijdag zei de vrouw die de organisatie van de Gordel leidt, Carla Galle, dat de fietstocht nu misschien voor het laatst werd gehouden. Als er een oplossing komt voor de problemen tussen Franstaligen en Vlamingen in Brussel en de rand, door de opsplitsing van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, dan zou de politieke betekenis van het fietsfeest verdwijnen. Dan was de Gordel de Gordel niet meer.

Gisteren waren er meteen politici die dat idee afwezen. Want ook na de splitsing van het kiesdistrict wonen er Franstaligen in de rand, ze kunnen dan alleen niet meer stemmen op Franstalige kopstukken in Brussel. Vlaams parlementariër en oud-minister Eric Van Rompuy: „Het blijft belangrijk om het Vlaamse karakter te benadrukken.”