De goede reus van Benfica

Necrologie

Oud-voetballer José Torres is vrijdag overleden. Hij schoot Portugal op het WK in 1966 naar de derde plek.

Eusebio is zijn maatje kwijt. De beste voetballer die Portugal heeft gehad vormde in de jaren zestig bij Benfica en in de nationale ploeg een aanvalskoppel met José Augusto Torres. Vrijdag overleed de lange midvoor van weleer (bijnaam o bom gigante, de goede reus). Hij zou woensdag 72 jaar zijn geworden. Op de avond van zijn dood werd in Guimaraes, voor de EK-kwalificatiewedstrijd Portugal-Cyprus (4-4), een minuut stilte gehouden voor Torres en droegen de Portugezen rouwbanden.

Op z’n twintigste kwam de 1,91 meter lange voetballer bij Benfica, waarmee hij tussen 1959 en 1971 negen landstitels won. Hij speelde 34 interlands. Een internationale prijs won Torres nooit, maar hij was er wel verschillende keren dicht bij. Zo stond hij met Benfica drie keer in de finale van de Europa Cup: in 1963 was AC Milan te sterk, in 1965 won Inter en in 1968 was het Manchester United van Matt Busby de betere ploeg.

Portugal drong met Torres door tot de halve finale van het WK in 1966, onder meer na een 3-1 zege op titelhouder Brazilië. In de halve eindstrijd werd de Selecção verslagen door gastland Engeland, in een duel waarin volgens de Nederlandse sportverslaggever Jan Cottaar beide ploegen „waarlijk propaganda maakten voor de schoonheid van het voetbal”. In de strijd om de derde plaats, tegen de Sovjet-Unie, maakte Torres het winnende doelpunt. Dat is nog steeds de beste prestatie van Portugal op een WK.

Toen Feyenoord in 1963 in de halve finale van de Europa Cup tweemaal aantrad tegen Benfica, kwam hij meerdere keren oog in oog met doelman Eddy Pieters Graafland. Het seizoen daarvoor had Benfica de Europa Cup gewonnen, in Amsterdam, toen nog zonder Torres. Tegen Feyenoord was hij erbij en had hij na de 0-0 in Rotterdam een aandeel in twee doelpunten in Lissabon (3-1). „In die wedstrijd heeft hij me in m’n gezicht gespuugd, en dat vond ik zo’n vernedering”, zei de 76-jarige ‘Eddy PG’ vanmiddag, net terug van de sportschool. „Hij was midvoor, een lange slungel en ze hadden een paar kleine buitenspelers en die legden de bal goed voor het doel. Nadat ik de bal voor zijn hoofd had weg geplukt, spuugde hij me in m’n gezicht. Wij waren toen groentjes natuurlijk en speelden tegen het grote Benfica. Dat soort dingen waren wij helemaal niet gewend. Ik moest er ook aan denken toen ik Rijkaard naar Völler zag spugen.” De reactie van Pieters Graafland toen hij vanochtend in de krant zag dat Torres overleden was: „Vuile viespeuk.”

In de kwartfinale van de Europa Cup in 1968-’69 werd Benfica, met Torres, uitgeschakeld door Ajax. De eerste twee duels, respectievelijk in de sneeuw in het Olympisch Stadion („de lange Torres dartelde over het keiharde en glibberige veld”, schreef journalist Hans Molenaar, en na zijn doelpunt gooide hij bij de achterlijn een reusachtige sneeuwbal in de lucht) en in het Estadio da Luz in Lissabon, eindigden in 1-3. Torres scoorde in beide duels. Ajax ging naar de halve finale dankzij een 3-0 overwinning in een beslissingsduel in Parijs. Het was de lange Ajacied Barry Hulshoff die de taak had Torres onschadelijk te maken.

Hoewel Torres geen Europa Cup won, was hij in het seizoen 1964-’65 de meest productieve speler in het toernooi, met negen doelpunten. Het competitieseizoen 1962-’63 sloot hij in Portugal af als topscorer, met 26 treffers.

Torres stopte in 1980, op 42-jarige leeftijd. In 384 duels in het clubvoetbal had hij 217 doelpunten gemaakt. Als bondscoach haalde hij ook het WK. Hij leidde Portugal in 1986 naar Mexico, mede dankzij een 1-0 zege in het laatste kwalificatieduel, in en tegen Duitsland. „Deixem-me sonhar”, zei hij voor dat duel. „Sta me toe dat ik droom.” Zijn ploeg begon het WK met een zege op het land dat hem twintig jaar eerder uit de WK-finale had gehouden, Engeland. Nadat Portugal in de groepsfase was uitgeschakeld, stapte Torres op. Zijn droom was voorbij.