Bijbel licht student bij

Wil je geen vakidioot worden, dan kijk je verder dan het studieprogramma.

Stichting brengt studenten via colleges in contact met het katholieke geloof.

Het zijn niet speciaal rooms-katholieke studenten die erop afkomen. Veel orthodox-protestantse en zelfs atheïstische studenten bezoeken de colleges die worden gegeven door de docenten van Stichting Thomas More. Deze uitgesproken rooms-katholieke stichting, met zelfs een bisschop in het bestuur, verzorgt aan vrijwel alle openbare universiteiten programma’s die bedoeld zijn om studenten in contact te brengen met het rooms-katholieke gedachtegoed. De colleges beslaan het brede terrein van filosofie, theologie, ethiek en literatuur.

Het rooms-katholieke karakter van de leerstoel blijkt studenten allerminst af te stoten. „Studenten van nu ervaren geen frictie meer met de kerk”, zegt Donald Loose, bijzonder hoogleraar namens de stichting aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Die periode van je afzetten tegen kerk en religie hebben ze gewoon niet meegemaakt. Ze volgen je colleges omdat ze denken dat ze er iets aan hebben.”

Loose is vooral gecharmeerd van orthodox-protestantse studenten van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, die op zijn colleges afkomen. „Harde werkers met een professioneel arbeidsethos. En ze zijn goede gesprekspartners, omdat ze zelf vroeg of laat tegen de dichtgetimmerde interpretaties van hun eigen geloof aanlopen. De wijsgerige vertaalslag daarvan op de colleges functioneert voor hen soms als een eyeopener.”

Colleges van bijzonder hoogleraren zitten nooit in het verplichte studiepakket. Zij moeten extra hun best doen om studenten te interesseren. Zo was Donald Loose ooit van plan aan de Rotterdamse Universiteit een collegereeks over Erasmus te geven. „Niemand deed dat, dus ik verwachtte wel belangstelling. Maar er kwam helemaal niemand opdagen. Toen ik dat later veranderde in een college over Erasmus en Macchiavelli waren er opeens dertig studenten. De kunst is telkens weer een aantrekkelijk thema te bedenken.”

Stichting Thomas More is sinds het afgelopen voorjaar de nieuwe naam van de vroegere Radboudstichting, die in 1905 door de bisschoppen werd opgericht om de wetenschappelijke vorming onder katholieken te bevorderen. Dat resulteerde in 1923 in de oprichting van de Katholieke Universiteit Nijmegen (die sinds 2004 Radboud Universiteit heet) en later tot de instelling van bijzondere leerstoelen aan openbare universiteiten.

Die bijzondere leerstoelen worden bezet door bijzondere hoogleraren. De Vlaamse priester Donald Loose is, behalve universitair hoofddocent wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg, zo’n bijzonder hoogleraar voor de Stichting Thomas More aan de Erasmus Universiteit. „Ik doceer er geen katholieke filosofie”, beklemtoont Loose. „Het gaat om een leerstoel, niet om een preekstoel. Filosofie als wetenschap is betrouwbaar. Ze hoeft niet eerst ‘gedoopt’ te worden om betrouwbaar te zijn. De autonomie van de wijsbegeerte staat voorop. De katholieke traditie probeert open te staan voor de wetenschap uit respect voor de waarheid en de rationaliteit van de aard der dingen.”

De orthodox-protestantse Bas Hengstmengel, die psychologie en rechten studeerde en nu bezig is met een rechtsfilosofisch proefschrift, liep bij Loose college over het geschrift De religie binnen de grenzen van de zuivere rede van de filosoof Immanuel Kant. „Je merkt dat voor Loose het rationeel doordenken van het christelijk geloof heel belangrijk is, maar dat gebeurt tussen de regels door. De link met zijn eigen katholieke beginselen is niet expliciet.”

Van het nut van de bijzondere leerstoelen is Hengstmengel meer dan overtuigd. „Ze zijn heel geschikt voor wie verbreding zoekt van zijn studie. In het reguliere curriculum krijg je wel een goed historisch overzicht van je vakgebied, maar de bijzondere leerstoelen leggen dwarsverbanden vanuit een bepaald gedachtegoed. Daarmee zijn ze een interessante aanvulling.”

Leonhard de Paepe is van katholieke komaf. Na een kunstopleiding ging hij filosofie studeren aan de Erasmus Universiteit en volgde hij verscheidene colleges bij Loose. „Loose is priester, maar we vroegen ons weleens af wat zijn godsbeeld was. We hebben hem daar, gek genoeg, nooit naar gevraagd. Zijn wijze van filosoferen getuigt van moed. Hij blijft de dialoog voortzetten, ook over de grenzen van het atheïsme heen.”

De Paepe is enthousiast over Loose als docent: „Het was voor mij een verademing tegenover een volwassene te zitten die met jou serieus een boek leest. Ik was gewend aan uitleg van bovenaf, leer dat maar en als je het goed geleerd hebt krijg je een tien en als je het niet geleerd hebt een vijf. Loose is echt iemand die je meeneemt op een intellectuele reis. Als het college was afgelopen, zaten we onze aantekeningen te vergelijken om half opgevangen zinnen alsnog compleet te krijgen.”

In Leiden worden de colleges van de Stichting Thomas More sinds 1998 gegeven door Edith Brugmans, die ook verbonden is als hoofddocent rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Brugmans: „In Leiden werd al rechtsfilosofie gegeven. Daarom heb ik ervoor gekozen me daar te gaan bezighouden met de relatie tussen filosofie en literatuur. Literatuur maakt filosofische vraagstukken toegankelijker. Je begint bij de mens en niet bij abstracte begrippen of redeneringen. Studenten laat ik presentaties geven en dat levert vaak verrassende dingen op. Studenten die wat stilletjes zijn komen dan met hele verhalen of blijken een enorm retorisch talent te hebben. Mensen bloeien helemaal open als ze dit soort dingen doen.”

Evenmin als Loose brengt zij de katholieke traditie expliciet ter sprake. „Maar als ik bijvoorbeeld college geef over het werk van de Engelse schrijver Iris Murdoch, dan komt daarmee de plaats van religie in een seculariserende samenleving vanzelf mee. Het katholicisme komt dus indirect ter sprake. Ook als je spreekt over het existentialisme van Sartre en Camus. Je vraagt je dan toch af welke ethische positie zulke schrijvers innemen.”

Van rooms-katholieke input heeft de protestantse Jannie Marx, die in Leiden literatuurwetenschappen studeerde en nu filosofie doet, nooit iets gemerkt. „Als Edith Brugmans al iets van christelijke inbreng laat merken dan is dat in haar omgang met de studenten. Ze leert je om zelf na te denken. Als je haar vraagt wat ze er zelf van vindt, dan ontloopt ze het antwoord, omdat ze jou zelf conclusies wil laten trekken. Expliciet over het geloof spreken doet ze niet.”

Bijkomend voordeel van de bijzondere leerstoelen is de kleinschaligheid. Daardoor is er persoonlijk contact tussen student en docent. Jannie Marx volgde de afgelopen jaren successievelijk alle colleges die Edith Brugmans gaf in Leiden. „Je merkt dat ze meer dan professioneel geïnteresseerd is in studenten. Als er iets bijzonders is, dan heeft ze daar aandacht voor. Ze luistert ook goed; wat je er tijdens colleges ook uitgooit, ze weet er altijd weg mee.”

Kijk voor meer informatie op www.thomasmore.nl