Anton Geesink, de man van 200 miljoen

Nederlandse mannen die in 1964 jongetjes van zes of zeven jaar waren, herinnerden zich de afgelopen dagen dat ze toen op judo zijn gegaan. Hun grote voorbeeld was de onlangs overleden Anton Geesink die olympisch kampioen was geworden.

Deze waarneming is van politieke betekenis, omdat de grootste partij van Nederland, de VVD, in haar verkiezingsprogramma heeft beloofd dat zij 200 miljoen euro extra aan sport zal uitgeven. Laat dat nu ongeveer het bedrag zijn dat Nederland nodig heeft om in 2020 op de Olympische Spelen 82 medailles te halen. Dat is laatst in een rapport van NOC*NSF berekend. Daar is hier en daar wat zuur en cynisch over gedaan, maar dat is dus mooi een vergissing.

Weliswaar is de VVD wat vaag over de besteding van die 200 miljoen – „het stimuleren van sport” – maar dat komt wel goed. Want het rolmodel dat Geesink was, laat zien dat er geen betere stimulans is dan een topsporter die succes boekt. Dat geld moet dus naar de toekomstige medaillewinnaars.

Bedenk bovendien dat oud-toptennisser Richard Krajicek medesamensteller was van het VVD-programma. We weten al van hem dat hij minister van Sport wordt. Hij temperde voor de verkiezingen deze verwachting weliswaar in NRC Handelsblad, maar zo toonde hij zich slechts de gehaaide politicus die weet dat het te opzichtig etaleren van ambities fnuikend is voor een politieke carrière. Zo moet ook zijn column in De Telegraaf van 2 september worden beschouwd. 82 medailles gaat nooit lukken, beweerde Krajicek, 32 vond hij al heel mooi. Listig. Zo voorkom je tegenvallers, een belangrijke kwaliteit in Den Haag.

In haar sportparagraaf is de VVD het bedrijfsleven trouwens niet vergeten: bedrijven mogen investeringen in sportvoorzieningen voor medewerkers fiscaal in mindering brengen op hun winst. Dus, ondernemers van Nederland, dat de PVV niet gaat regeren, is al goed voor uw export en er komt nog een meevaller aan: de tafeltennistafel die u voor uw arbeiders aanschafte, wordt aftrekbaar!

john kroon