Afwijkende draken

O p de basisschool konden rages van de ene dag op de andere je leven beheersen. Zo ben je nog een kind in groep zes dat nadenkt over werkwoorden, het volgende moment ben je geobsedeerd door de gedachte een Daffy Duck Flippo te bezitten. Toen ik een jaar of negen was, diende zich op mijn

O p de basisschool konden rages van de ene dag op de andere je leven beheersen. Zo ben je nog een kind in groep zes dat nadenkt over werkwoorden, het volgende moment ben je geobsedeerd door de gedachte een Daffy Duck Flippo te bezitten.

Toen ik een jaar of negen was, diende zich op mijn school een nieuwe hype aan: het fantasy kaartspel Magic. Door het mysterieuze karakter van het spel (vol wezens en werelden en termen als mana) speelden jongens het altijd in bijpassend stilzwijgen en afgezonderd van de rest, in de gang onder de gekleurde kapstokken.

Vooral dit sektarische tintje trok mij aan, maar toen ik het zelf een keer probeerde, werd al snel duidelijk dat het zo intens ingewikkeld was dat ik nooit het geduld op zou brengen om het te leren. Een paar maanden later bleek Magic hetzelfde lot beschoren als de Flippo-mania: het verdween geruisloos uit mijn leven.

Tot afgelopen weekend, als ik een internationaal ‘Magic the Gathering’- toernooi bezoek. Daar blijkt Magic nog steeds een heleboel fanatieke aanhangers te hebben. Zoals Niels. Hij is 24, is lid van het corps en draagt een roze T-shirt. „Dat fantasygedeelte schrikt mensen af. Van mij hadden er in plaats van magische wezens gewoon cijfers op mogen staan, dan ontdekken waarschijnlijk meer mensen hoe goed het spel in elkaar zit. Het is heel strategisch, eigenlijk meer een soort schaken.” (Misschien is het wat voor Maxime Verhagen, nu hij wat meer vrije tijd heeft: kan hij zijn schaakkwaliteiten aanscherpen en – kijkend naar de plaatjes – ook een beetje vluchten in een overzichtelijke wereld, waarin je van de koers afwijkende draken met één doeltreffende toverspreuk kan elimineren.)

Er zijn ook mensen die wél van het fantasy-element houden, zoals Bram, een speler die genomineerd is om toe te treden tot het internationale elitegezelschap Hall of Fame, een groep spelers die naar elk toernooi gevlogen wordt. Maar als ik vraag of hij ook een lievelingskaart heeft, kijkt hij me niet-begrijpend aan. „Het is bij schaken ook niet erg praktisch om een lievelingsstuk te hebben. Vroeger had je kaarten die bijzonder waren doordat je ze niet kon verslaan, zoals de Black Lotus. Die zijn nu meer voor verzamelaars, bij serieuze toernooien mag je ze niet meer gebruiken.” Bram heeft in zijn leven zo’n 20.000 dollar met Magic verdiend, wordt op toernooien regelmatig herkend en deelt dan handtekeningen uit. Maar eigenlijk alleen aan mannen: „98 procent van de Magic-spelers is man.”

Als ik naar huis ga, krijg ik een startpakket Magic mee. Thuis open ik enthousiast de pakjes, vastbesloten de man-vrouwverdeling der Magic-spelers een procentpunt meer in evenwicht te brengen. Helaas wordt snel duidelijk dat het nog steeds intens ingewikkeld is.

Ik troost mij met het kiezen van een lievelingskaart.