Zakelijke Fransoos

Franse frivoliteit is ver te zoeken bij de nieuwe Citroën C5.

Terwijl de mensen er maar moeilijk in slagen nationale verschillen te overbruggen, hebben auto’s daar helemaal geen moeite meer mee. Typisch Duitse, Franse, Italiaanse of Amerikaanse auto’s zie je steeds minder. In plaats daarvan is een internationale stijl aan het opkomen waarin het Duitse voorbeeld domineert. Neem de Citroën C5. Het front heeft nog wel de bekende dubbele chevron van het Franse merk – en misschien is het geen toeval dat die steeds prominenter wordt – maar aan de zijkant is de auto een stuk anoniemer. De achterkant is heel goed gelukt, zeker bij deze Tourer. Maar echt Frans? De vorige C5 stationwagen had een achterkant die je uit duizenden herkende, maar dat tijdperk is voorbij.

Binnenin hetzelfde beeld. Het dashboard is bijzonder. Fraaie klokken met een modern stuur dat draait om een middenpartij die zelf stil blijft staan en een logische plaats biedt voor de knoppen van de radio en de boordcomputer. De snelheidsmeter heeft geen centraal gemonteerde wijzer, maar een naaldje dat aan de buitenkant van de schaal de snelheid aanwijst. Maar dan houdt de eigenwijsheid op. In het interieur overheerst de gebruikelijke melange van zwart kunststof met aluminiumaccenten. Nepaluminium bovendien, het is kunststof met een coating in matte zilvertint.

De Tourer-uitvoering is heel ruim, zij het dat de bagageruimte iets minder ruim is dan die van de vorige stationwagenversie van de C5. Die heette nog break. Nu heeft de auto een naam die lijkt op de naam die BMW aan zijn stationwagens geeft: Touring. Dat is tekenend, de auto oogt eerder Duits dan Frans. Ongetwijfeld de vertolking van de diepe wens van het koperspubliek, gepeild in marktonderzoek en uitgewerkt door slimme ontwerpers. Het imago van Citroën – vernuftig, geavanceerd, eigenzinnig, maar niet per se oerdegelijk en met een hoge inruilwaarde – kon in het duurdere en het zakelijke segment wel een klein opwaardering gebruiken.

Wie zich in dat segment thuisvoelt, wacht in deze auto een aangename verrassing, maar voor Citroënliefhebbers is het even slikken. Franse frivoliteit is ver te zoeken. Gebleven is wel de beroemde hydropneumatische vering. Althans in dit model, hij is ook te krijgen met de meer gebruikelijke stalen schroefveren. De speciale vering heet tegenwoordig hydractive, en doet buitengewoon goed zijn werk, vooral op slechte buitenwegen die als gevolg van de vorst van de vorige winter nog ruimschoots aanwezig zijn. Dat is dan weer wel echt Frans, net als de stilte in de cabine. Het is allemaal heel comfortabel.

Het bijzonderste van deze auto is misschien wel de nieuwe 1.6 liter benzinemotor, die samen met BMW is ontwikkeld. Hij is de opvolger van een 2.0 liter benzinemotor, maar overtreft deze op alle punten. Zuiniger, een hoger vermogen (156 pk tegen 143 pk) en ook nog eens een betere trekkracht bij lagere toerentallen.

Dat alles is het gevolg van de toepassing van een turbo, een door de uitlaatgassen aangedreven luchtpomp die ervoor zorgt dat als het moet er veel meer lucht en benzine door de motor wordt gejaagd dan wanneer de motor die lucht zelf zou aanzuigen. Op die manier kun je volstaan met een kleinere motor, met alle gunstige eigenschappen van dien: lager gewicht en een geringer verbruik.

Je moet wel aardig wat schakelen met zo’n motor. Er zijn zes versnellingen aan boord en omdat het motorgeruis zeer goed gedempt is, heb je het niet altijd in de gaten als je in zijn vier rijdt, terwijl de zes beter zou zijn. Het is dus maar goed dat er in dat geval een rode 6 oplicht in het dashboard. Overigens is de C5 sinds kort ook met een zestraps automatische versnellingsbak te krijgen. Kost bijna 3.000 euro meer, maar dan wordt het rijden wel een feest.