Smoking-look

Een vrouw met een sigaret heeft nog altijd iets rebels.

De sigaret mag dan in cafés bijna tot het verleden behoren, in de internationale modebladen is het roken nog lang niet uitgeroeid. Het Britse Love magazine, veel gelezen onder internationale trendsetters, besteedt dit najaar maar liefst vijftien pagina’s aan rokende modellen. Op de Franse Vogue had het covermodel onlangs een smeulende peuk in haar hand.

Kennelijk heeft een vrouw met een sigaret, ondanks alle antirookcampagnes, nog steeds een grote aantrekkingskracht op de modeindustrie. Wie teruggaat in de tijd weet waarom.

Coco Chanel, stijlicoon en bewust ongehuwde ontwerpster, had in het begin van de twintigste eeuw het lef om de kledingstandaard voor vrouwen te veranderen – van ingesnoerd corset naar mantelpak met bewegingsvrijheid. Ze rookte als een ketter. Audrey Hepburn liet in de film Breakfast at Tiffany’s, met in één hand een drankje en in de andere een sigaret in een bronzen houder, zien dat ze geen man nodig had om zich staande te houden.

Yves Saint Laurent stak de vrouw eind jaren zestig in ‘Le Smoking’, de vrouwelijke versie van de mannelijke smoking. Hij liet het pak dragen door een model met het haar strak naar achteren gestoken. In haar hand een lange, witte sigaret, aan haar zijde een naakte vrouw.

Stuk voor stuk waren deze vrouwen rolmodellen: zelfverzekerd, geëmancipeerd en brutaal. Tegenwoordig is voor die onafhankelijkheidsverklaring een sigaret niet meer nodig. Maar de rebelse nevel rondom een vrouw met een sigaret is er niet minder om. Het is bijna honderd jaar beeldvorming dat ons doet verlangen in het café een sigaret op te steken. Omdat het niet mag.