PVV legt crisis genadeloos bloot, wie antwoordt hem?

Geert Wilders heeft het oude bestel opnieuw afgetroefd. Door te zeggen wat iedereen kon zien. De CDA-fractie was diep verdeeld over een rechtse coalitie, maar de ‘oude partijen’ VVD en CDA dachten met een toverformule het rechtse vehikel toch op de weg te krijgen. Beide partijen maar vooral het CDA moeten toekomstige electorale schade vrezen.

De crisis van het CDA is de crisis van de Nederlandse politiek zoals we die hebben gekend. Geert Wilders en zijn eenmanspartij zijn niet de oorzaak maar de katalysator van die crisis. Net als Pim Fortuyn hoeft hij maar te wijzen en een deel van het oude bestel kraakt en dampt.

De tijd van vernevelingstrucs is voorbij. Veel kiezers zijn deze spelletjes beu en geven hun vertrouwen impulsief aan degene die zegt hun noden te lenigen, maar vooral degene die de indruk wekt helderheid te bieden over zijn politieke winkelgedrag.

Achter de schermen kan het altijd weer anders zijn geweest. Maar voor de camera’s was het opnieuw Geert Wilders die na het mislukken van de informatiepoging-Opstelten het duidelijkst aangaf waar hij toe bereid was geweest, waar hij concessies verlangde in ruil voor welke pijn. De andere twee zeiden niets. En maakten een lange neus naar de kiezer.

Maxime Verhagen herhaalde tot aan de pijngrens dat hij vertrouwen had dat hij de stem van ieder van zijn 21 fractieleden had kunnen ‘leveren’. Hij had niet voor niets 72 uur ‘geïnvesteerd’ in fractie-eenheid. Daar had hij de overtuiging aan overgehouden dat hij door een goed onderhandelingsresultaat de bezwaren van zijn drie dissidenten (Klink, Ferrier en Koppejan) zou kunnen wegnemen. Bovendien hadden zij hem beloofd dat de uitspraak van het CDA-congres voor hen zwaar zou wegen.

Als Wilders al van plan was te breken, dan was dit het ideale moment. Nu kon hij het CDA alsschuldige aanwijzen. Maar je kan hem geen ongelijk geven dat hij weinig fiducie had in de steun van het Klink-trio had. Daarom eiste hij van hen een schriftelijke verklaring dat zij zich zouden voegen naar de uitspraak van het CDA-congres, of zouden opstappen. Verhagen noemde dit een ‘onmogelijke’ eis. Kamerleden worden gekozen ‘zonder last of ruggespraak’ en zouden in strijd met de Grondwet handelen door zo’n verklaring te ondertekenen.

Een nauwkeuriger samenvatting van het dilemma-Wilders is deze week niet beschikbaar. Hij wijst op de voosheid van de oude politiek maar wil zich daartegen wapenen met een eis die bewijst dat hij lak heeft aan de Grondwet. Nu is dat document een oude, kromgegroeide eik. Maar de principes die er in staan zijn springlevend, althans voor een ruime meerderheid van het parlement. En dus voor de mensen die zij vertegenwoordigen.

Voor Maxime Verhagen kan deze week het begin van zijn eind in de landelijke politiek inluiden. Al het vertrouwen dat ‘de partij’ nu in hem stelde was vooral gericht op ruzie dempen. Maar de scheuring die hij heeft opengetrokken door alle welgemeende bezwaren zo weg te blazen, zal hem blijven achtervolgen. Politiek leider, ja, maar van een klein CDA.

VVD-leider Mark Rutte maakte het beste van het mislukken van wat hij nog steeds als zijn favoriete coalitie aanduidde. Hij ging direct in het offensief door voor te stellen dat hij als ‘winnaar’ van de verkiezingen dan maar in zijn eentje een conceptregeerakkoord moet schrijven. Dat is niet zonder meer voor de hand liggend. Zijn VVD heeft eenvijfde van alle zetels en één zetel meer dan de volgende partij, de PvdA.

Na bijna drie maanden is de vraag gerechtvaardigd of het initiatief in deze formatie nog steeds automatisch bij de nipte winnaar van de verkiezingen thuishoort. Als de meeste fracties dat willen, dan zij dat zo. Maar een natuurrecht bestaat hier niet. Temeer daar Rutte zich erg op rechts heeft ingegraven. Door helemaal niet te antwoorden op serieuze bezwaren tegen een rechtse coalitie met PVV-steun heeft hij ingeboet aan de bovenpartijdige status die een coalitiepremier in Nederland hoort te hebben.

Gezien de nederlaag van de oude politiek bij de verkiezingen van 9 juni en opnieuw deze week, is het zaak voor alle partijen een draai te maken. Naar open en enthousiasmerende politiek. Geen heldendaden beloven, geen te grote broek aan trekken. Zeggen waar je voor staat.

Dat is het basisprobleem van het CDA. Waar gaat dat over? Ooit over de emancipatie van kleine luiden en rooms-katholieken zonder geld. Op basis van een gemeenschappelijke grondslag. Met het bereiken van die doelstelling en het ontkerkelijken van de bevolking werd het CDA steeds meer een bestuurspartij en een banenmachine. Zonder droom voor 2020.

Na de verkiezingsnederlaag van 1994 werd een stevige herbezinning op christen-democratische waarden ondernomen. Dit keer heeft de partij daar niet naar getaald. Gehalveerd door de kiezers en toch weer in de slag om de macht. Waartoe? Een ministerschap voor Maxime Verhagen en zijn medestanders?

De leegte bij de PvdA is niet minder monumentaal. Na de mislukte rechtse sprong in het ongewisse heeft Job Cohen nu de kans om het andere Nederland gestalte te geven. Hand in eigen boezem, ook de PvdA heeft zich vergrepen aan de baantjes. Streep eronder en voorgaan in nederigheid zonder discriminatie. Bruggen bouwen. Hoop geven. Wilders niet ontkennen, maar antwoorden met resultaten.

De politieke leiders in Den Haag zijn tot in het oneindige geneigd de oplossing alleen in eigen kring te zoeken. Maar er kan een moment aanbreken waarop ‘de partijen’ (met hun geringe ledentallen toch al curieuze stemtrechters) hun alleenrecht op de formatie verliezen. De bel voor de laatste puur partijpolitieke ronde heeft geklonken.

Wilt u reageren? E-mail de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen