Onbetrouwbare betweters

‘We zijn overgeleverd aan een legertje wetenschappers dat het klimaat voorspelt, bepaalt welke ziekten wel en niet te genezen zijn en ons stemgedrag analyseert. Neem het klimaatpanel van de VN, toch een geleerd gezelschap. Dat manipuleert met onderzoeksgegevens en citeert uit blaadjes van actiegroepen. Klaar ben je met zo’n wetenschap.’

Er zijn intussen legio tv-rubrieken, gedrukte media en ook steeds meer politici die zulke geluiden laten horen en inspelen op wantrouwen in de wetenschap. Er is kennelijk een voedingsbodem voor dergelijke scepsis. De socioloog Kobe de Keere, verbonden aan de Vrije Universiteit van Brussel, ging na hoe het in België staat met het vertrouwen in academia. De resultaten staan in het jongste nummer van Sociologie (1/6, 2010).

Aan de hand van een schriftelijke enquête onder 10.000 Belgen tussen de 18 en 75 jaar vond De Keere een rechtstreeks verband tussen opleidingsniveau en vertrouwen in wetenschap en wetenschappers.

Dat vertrouwen is relatief groot. Van de 5.902 mensen die de vragenlijst hadden ingevuld, onderschreef 59,5 procent de stelling ‘wetenschappers en technologen leveren een waardevolle bijdrage aan de samenleving’. Maar liefst 72,5 procent vindt dat ‘de wetenschap nog veel mogelijkheden voor de toekomst biedt’. Toch vindt 37,2 procent dat ‘de wetenschap ons leven te vlug verandert’.

De Keere vroeg ook naar opleidingsniveaus en ‘welbehagen’ c.q. ‘onbehagen’. Dat laatste mat hij met elf stellingen, zoals ‘de dingen zijn tegenwoordig zo ingewikkeld geworden dat ik niet meer weet wat ik moet doen’ en ‘ik denk dat het met dit land en met de wereld bergaf gaat’.

Conclusie: het vertrouwen in de wetenschap neemt toe naarmate het onderwijsniveau stijgt, ook na correctie voor leeftijd en geslacht. Lager opgeleiden hebben minder vertrouwen in de wetenschap dan hoger opgeleiden. Wantrouwen in de wetenschap gaat samen met een hoge mate van onbehagen en onzekerheid bij lager geschoolden. Zij kunnen het tempo van de kennismaatschappij niet bijbenen en beschouwen wetenschappers als leden van ‘de elite’ die alles bedisselt. Zij zien de kennismaatschappij als een samenleving die, vooral door toedoen van de wetenschap, te vlug is veranderd en hun geen toekomst biedt.