Ode aan grootvader

Fotograaf Thijs Wolzak kijkt wekelijks binnen in een bijzonder huis.

Wie Acteur en schilder Jeroen Krabbé (5 december 1944). Hij schilderde een ode aan zijn grootvader, zijn moeders vader, Abraham Reiss, vergast op 9 juli 1943 in Sobibor. Voor de oorlog was hij succesvol diamantbewerker in Amsterdam. Getrouwd met Kaatje en vader van twee dochters Margreet (de moeder van Jeroen Krabbé) en Els.

In negen schilderijen schildert Jeroen Krabbé het leven en lijden van Abraham. Van de familievakantie in Oostende in de zomer van 1929, een laatste portret van het gezin Reiss, een jaar voor de deportatie van 20 juni 1943, waarbij 5.500 joden werden weggehaald uit de Amsterdamse Rivierenbuurt. Krabbé schildert de aankomst in Westerbork en zijn ontklede grootvader in de minuten voor hij de gaskamer ingaat.

Waarom Vanaf morgen zijn de schilderijen tentoongesteld in Museum de Fundatie in Zwolle, tot 5 december 2010. „Ik heb jaren met het idee in mijn kop gezeten. Mijn moeder had een doos met spullen bewaard. Brieven, foto’s, kaarten. Als kind speelde ik met het Westerbork-geld dat erin zat. Tien jaar voor haar dood in 2002 heeft ze een boek gemaakt met foto’s van haar familie. Minutieus heeft ze erbij geschreven wat er op de foto’s staat. Dat boek gaf ze mij. Pas nu, nu ik zelf grootvader ben van zes kinderen, kon ik deze schilderijen maken.”

Waar „Mijn atelier. De schilderijen zijn er via het raam uitgetakeld.” Op de voorgrond de fotoboeken en brieven én de laatste familiefoto van Abraham met vrouw en dochters. „Ik wil de schilderijen niet terug in mijn atelier. Ze zijn samen twintig meter breed. Misschien kunnen ze naar het Jüdisches Museum in Berlijn, of het Joods Historisch in Amsterdam. Ik zou ze nooit willen verkopen, wel schenken.”