Les 1: onderhoud contact met de prominenten

In de politiek escaleert een crisis sneller dan bij bedrijven. De hiërarchie is er onduidelijker, media kijken mee en iemand ontslaan kan niet.

Den haag:13.9.7 Rita Verdonk uit VVD-fractie. © foto Roel Rozenburg

Na jaren van rust was het deze week plots afgelopen met de eenheid in het CDA. Met pijn en moeite wist de partij een heftige ruzie te smoren om de formatie te redden. Tevergeefs, bleek gisteren. Nu het door de PVV gedoogde kabinet van CDA en VVD er niet komt, krijgt het CDA in elk geval tijd om de interne crisis te bezweren.

Hoe raken politieke partijen in een crisis, en wat kunnen ze daaraan doen? Draaiboeken zijn er niet en professionele crisismanagers verschijnen zelden op het politieke toneel. „Politiek gaat over strijd, macht en conflict”, zegt politicoloog Marcel Boogers, universitair hoofddocent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur. „Dat verhoudt zich slecht tot de regels van het crisismanagement.”

Politieke partijen zijn bovendien atypische organisaties, zegt politiek commentator Felix Rottenberg, oud-voorzitter van de PvdA. „Er is een onduidelijke hiërarchie. Een fractie bestaat uit gekozen volksvertegenwoordigers wier positie is gedefinieerd in de Grondwet. Niemand kan tegen hen zeggen: jij mag dit niet of jij mag dat niet. Je kan hen alleen uit de fractie zetten. Zoals bij de VVD met Rita Verdonk is gebeurd.”

Toch moeten alle grote partijen met enige regelmaat een uitweg vinden uit een crisis. Soms is die ontstaan door een pijnlijk dossier waar de partij zich geen raad mee weet (AOW, WAO, integratie). Soms door een opstand van de achterban, een verkiezingsnederlaag of een machtsstrijd. Meestal is het een combinatie van factoren.

Daarbij is een partijcrisis niet altijd het koningsdrama dat het in de media lijkt, zegt Rottenberg. „Kranten schreven deze week dat Ab Klink slappe knieën heeft getoond. Is dat zo? Er was een formule gekozen waarbij hij zijn meningen kon uiten op een CDA-congres. Het wordt ontzettend in wedstrijdtermen beschreven.”

Wanneer verandert een ongemakkelijke situatie in een politieke partij in een crisis? „Op het moment dat naar buiten komt dat men het oneens is, waarbij er gelekt wordt en men zich niet aan afspraken houdt”, zegt Friso Fennema, oud-woordvoerder van partijleider Mark Rutte.

Niet iedere crisis is een catastrofe. Het kan ook heilzaam werken. „Je hebt soms een crisis nodig om een stap verder te komen”, zegt Marnix van Rij, oud-voorzitter van het CDA en in 2001 een van de hoofdrolspelers bij de val van toenmalig fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer. „Niet te vaak natuurlijk. En het moet goed gemanaged worden. Anders eindigt het in destructie.”

„Je moet iedere crisis op zijn merites bekijken”, zegt Jean Penders, die jarenlang voor het CDA in het Europees Parlement zat en gezien wordt als een van de leermeesters van Maxime Verhagen. „Kijken wat er aan de hand is. Discussie voeren. Als je ziet dat mensen echt niet te vertrouwen zijn, zich niet laten overtuigen: een besluitvormingsprocedure opstellen. Als dat nog niet einde verhaal is, moet je afscheid nemen.”

Het CDA ging met duidelijke afspraken de gisteren beëindigde formatiebesprekingen in. Het onderhandelingsresultaat zou worden afgewacht, dan zou het partijcongres zich erover uitspreken. „Het partijcongres was een heel goede vondst van [CDA-voorzitter] Henk Bleker”, zegt politicoloog Boogers. „Achteraf denk ik dat hij nog wat meer momenten had moeten benoemen om naar buiten te treden. Het CDA moest op een aantal punten toch een draai maken.”

Halverwege het proces begonnen CDA-prominenten als Van Agt, Wijffels en Veerman zich te roeren. De crisis kondigde zich aan. „Als het spannend wordt ga je een aantal dingen doen”, zegt Friso Fennema. „Een daarvan is: nauw contact onderhouden met je prominenten. Als media weten dat er iets speelt gaan ze op zoek naar mensen die er iets van weten. Die moet je goed op de hoogte houden van de stappen die je neemt.”

Ook dat lijkt het CDA de afgelopen tijd goed te hebben aangepakt, zegt Fennema. „Het CDA houdt zijn prominenten altijd heel goed bij. Je zag dat ze bij het eerste haarscheurtje allemaal werden uitgenodigd op het partijbureau. Heel slim, heel goed. Alleen: je hebt ze niet aan een touwtje. Het is niet gelukt ze allemaal weer in de pas te laten lopen.”

Maar ook zonder weerspannige prominenten kon een crisis in het CDA niet uitblijven, zeggen de waarnemers. De zware verkiezingsnederlaag. De moeilijke verkiezingsuitslag. De lastige keuzes in de formatie. Achteraf gezien was het volgens Jean Penders beter geweest als de partij met een andere lijsttrekker de verkiezingen in was gegaan. „Maar het is moeilijk om een zittende premier weg te sturen als partijleider, hoewel niet zonder precedent: de KVP heeft Piet de Jong afgeserveerd toen hij nog succesvol premier was.” Premier Lubbers was in 1994 niet herkiesbaar, maar kwam in opstand tegen zijn opvolger Brinkman, zodat alsnog een crisis ontstond.

Marnix van Rij schreef een boek waarin hij ook fouten besprak die hij zelf maakte in de partijcrisis van 2001. Van Rij trad toen af als partijvoorzitter en stelde zich een dag na het aftreden van fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer kandidaat om zelf partijleider te worden. „Dat had ik beter niet kunnen doen. Daarmee heb ik het beeld gecreëerd dat ik op de macht uit was en zo is dat toen natuurlijk ook uitgespeeld.” Het stortte het CDA in het zicht van de verkiezingen in een crisis.

„Achteraf gezien was het niet verstandig dat ik aftrad”, zegt Van Rij. „Ik had het meningsverschil eerst in het partijbestuur moeten bespreken. Nu creëerde ik een vacuüm waarin de eerste vicevoorzitter een van de moeilijkste partijbestuurvergaderingen ooit moest voorzitten. Je moet je stappen goed in beeld hebben.”

Jan van Zanen, nu burgemeester van Amstelveen, was VVD-voorzitter in de turbulente periode dat Geert Wilders en Hirsi Ali vertrokken en de strijd tussen Rutte en Verdonk losbarstte. Toen Rutte Verdonk uiteindelijk in september 2007 uit de fractie had gezet, deden ‘ere-leden’ als Hans Wiegel en Frits Korthals Altes een poging om haar te behouden voor de partij.

Afgelopen weken zag Van Zanen vergelijkbare mechanismen optreden, zegt hij. Steeds meer mensen roerden zich, tot iedereen zich ermee ging bemoeien. „Soms is het getij gunstig. Dan kan het gewoon. Soms wordt het te veel.”

Is dat te voorzien? Te voorkomen? Nauwelijks, denkt Van Zanen. „Als het eenmaal gebeurt zijn de mogelijkheden beperkt. Een kwestie van volhouden.”

De beladen brief waarin onderhandelaar Klink deze week schreef de onderhandelingen te willen beëindigen, was niet verstandig, zegt Marnix van Rij. „Klink is een gewetensvol man, ik heb hem hoog”, zegt Van Rij. „Maar deze brief had hij beter niet kunnen versturen. Wie zoiets doet is niet bezig met crisismanagement.” Jean Penders denkt dat Klink zijn kansen op het partijleiderschap ermee vergooid heeft. „Het is geen sterk verhaal om halverwege de onderhandelingen op te houden. Om redenen die eigenlijk weinig met de onderhandelingen te maken hebben. Dan had je er niet aan moeten beginnen.”

Felix Rottenberg stelt dat Klink met de brief zijn morele verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger heeft genomen. „Ik vind het ronduit moedig dat hij, in een actieve positie, voor ons, liefhebbers, leken, burgers, blootlegt wat er in de onderhandelingskamer gebeurt.” Zelfs als het zijn partij in een crisis stort? „Dat zijn grote woorden. Het VVD-conflict rond Verdonk zijn we allang weer vergeten. Het geheugen is kort. Uiteindelijk hervindt een partij zich. Die schokbewegingen horen bij hoe een democratie nu werkt.”

Zijn er voorbeelden van succesvol crisismanagement bij politieke partijen? Eigenlijk niet, zegt politicoloog Marcel Boogers na een korte pauze. „Ik dacht even aan de lijsttrekkersverkiezing in de VVD [waarbij Rutte nipt won van Verdonk, red.]. Maar dat is later ook gierend uit de hand gelopen. En er is nog steeds een stevige strijd gaande.” De opvolging van Bos door Cohen dan, eerder dit jaar in de PvdA? „Misschien. Maar inhoudelijk speelde er toen weinig. En het was vlak voor de verkiezingen. Dan weet iedereen: het is nu niet verstandig om lawaai te maken.”