Islamkritiek en integratie kun je niet loskoppelen

In deze krant van 31 augustus vindt Meindert Fennema Wilders’ credo „niet voor Ali en Fatima, maar voor Henk en Ingrid” verwerpelijk, omdat het een etnische draai geeft aan de volgens de auteur overigens vaak terechte islamkritiek van Wilders. Islamkritiek en integratie moet je scheiden, vindt Fennema, maar hier slaat hij de plank finaal mis. Het zou mooi zijn, zo’n onderscheid, maar zoals Fennema het voorstelt is het vooral gratuite retoriek. Zolang de islam wordt beschouwd als importreligie en de mythe van ‘de’ Nederlandse cultuur overeind blijft en mensen bang worden gemaakt voor wat ‘van buiten’ komt, kun je niet met droge ogen beweren dat islamkritiek en integratie niets met elkaar te maken hebben. Dan is islamkritiek gewoon verkapte assimilatiedruk. Die principiële gelijkschakeling van Ali en Fatima met Henk en Ingrid waar Fennema zich op beroept, is een holle frase zolang de eersten alleen mogen meedoen als ze een ‘salonfähige’ islam aanhangen, een gekuiste, voor Nederland aanvaardbare vorm. Een getemde islam. Als je Ali en Fatima principieel hetzelfde wilt behandelen als Ingrid en Henk, dan moet je ook accepteren dat Ali of Fatima er denkbeelden en opvattingen op na houdt die je niet onderschrijft, net als dat voor Henk en Ingrid geldt. Dan mag je geen ‘wij-zij’ onderscheid maken, om dat oude cliché maar weer eens van stal te halen. Zo’n onderscheid hoort niet in een integratiedebat en heeft al helemaal niets te maken met de islam. Gelijkheid mag niet betekenen dat je probeert de wereld buiten de deur te houden.

Prof. dr. Thijl Sunier

Hoogleraar islam in Europese samenlevingen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam