Het gaat niet om het onthoofden van moslims

In het nieuwe televisieseizoen, lees ik in de Volkskrant, verdwijnt het dagelijkse actualiteitenprogramma Netwerk. Wees gerust, er komt een fris nieuwsprogramma voor in de plaats, dat vanaf september wekelijks wordt uitgezonden. Dat programma heet Altijd Wat.

Altijd wat. „We bedoelen: altijd wat om over te praten en na te denken”, legt presentatrice Ghislaine Plag uit. Want het is niet de bedoeling dat het meegaat met de waan van de dag. „Het gaat ons niet om wat teletekstpagina 101 meldt.” Eindredacteur Jeroen Illy: „We zullen ons meer op probleemwijken en de zorg richten dan op de economie. En dan niet: hoe wordt de crisis aangepakt, maar wel: wat betekent de crisis voor de gewone man die failliet is gegaan. […] Ik verwacht van mijn verslaggevers dat ze hun persoonlijke verwondering en zelfs boosheid duidelijk overbrengen aan de kijkers.” De nieuwsitems worden in de studio door „nieuwe opiniemakers” van commentaar voorzien. „We zullen dus niet Maarten van Rossem en Jort Kelder uitnodigen. Maar het zijn zeker geen nobody’s.”

De redactie heeft ook een aantal vaste rubrieken bedacht. „In Zing, vecht, huil, naar aanleiding van Ramses Shaffy’s lied, zullen we elke week een woord uitlichten en daar in een filmisch portret een dilemma aan koppelen, zoals het gevecht van een zware man tegen de levensbedreigende kilo’s.” Volgens de presentatrice valt Altijd Wat niet met Netwerk te vergelijken. „Wij gaan meer de diepte in.”

Dit programma zal geen lang leven beschoren zijn („Gisteren nog Altijd Wat gezien?”), maar wil je de crisis in Nederland begrijpen, dan heb je aan de uitspraken van de makers genoeg. Hier wordt de taal van het nieuwe Nederland gesproken: overgewicht is levensbedreigend, wie gewoon een paar kilo’s kwijt wil, staat voor een dilemma, achtergrond verschaffen bij het nieuws betekent niet langer dat je het grote verhaal achter het kleine laat zien, maar precies andersom. We laten de oorzaken van de economische crisis niet zien, we laten iemand die net failliet is voor de camera leeglopen. We gaan de borreltafelcultuur die in Nederland voor analyse doorgaat te lijf – niet door de borreltafel af te schaffen, maar door de oude pratende hoofden door nieuwe te vervangen. „Zeker geen nobody’s.”

Door dat alles krijgt het begrip diepte ook een verrassende betekenis. Het duurde even voordat ik Ghislaine begreep, even dacht ik dat ze gewoon uit haar nek kletste, maar met de diepte in bedoelt ze dat je van iets abstracts – de wereldeconomie bijvoorbeeld – iets persoonlijks maakt. Het algemene wordt ondergeschikt gemaakt aan het particuliere, het streven naar objectiviteit vervangen door het onbeschaamd subjectieve. Streven naar neutraliteit is uit den boze: „Ik verwacht van mijn verslaggevers dat ze hun persoonlijke verwondering en zelfs boosheid duidelijk overbrengen aan de kijkers.”

Voor verre reizen is geen geld, vermeldt de Volkskrant, maar verre reizen zijn ook helemaal niet nodig in een nieuwsrubriek als Altijd Wat. Wie de wereld reduceert tot zijn eigen achtertuin, wie al het leed op de wereld terugbrengt tot een worsteling met zijn eigen vetzucht, gaat immers de diepte in.

Dat is een omkering van jewelste. Dat Ghislaine niet eens lijkt te beseffen wat ze zegt, geeft al aan dat haar manier van denken gemeengoed is geworden. We zien onszelf niet langer in relatie tot de wereld om ons heen, we zien de wereld als een verlengstuk van onszelf. Te lang werd van ons geëist voorbij de horizon van onze particuliere beslommeringen te kijken, onze eigen sores weg te wuiven in het aangezicht van de ellende op de wereld, onze persoonlijke mening ondergeschikt te maken aan verheven abstracties als gelijkheid en rechtvaardigheid. Voorbij. Natuurlijk heeft het in Pakistan harder geregend dan hier afgelopen week, hoorde ik afgelopen dagen meerdere keren op televisie verkondigen, maar wij hebben het ook zwaar gehad.

De Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, haalde deze week uit naar Geert Wilders en zijn PVV. In zijn kritiek klonk verbazing door. Racistische partijen, zei hij, heb je in alle landen, maar „tien jaar geleden had niemand zo’n verkiezingsuitslag in Nederland voor mogelijk gehouden”. Veel meer zei hij er niet over, maar uit zijn gebruik van woorden als racisme en xenofobie kun je opmaken dat hij de opkomst van een populistische beweging nog in termen van ideologie ziet, alsof de Wilders-stemmers getekend hebben voor een vastomlijnd, donkerbruin gedachtegoed.

Dat is een denkfout die ook in Nederland nog steeds gemaakt wordt. Het hedendaagse populisme is een reactie tegen de sleetse algemeenheden van het verlichtingsdenken, een emotionele afkeer van bovenaf verkondigde abstracties die alledaagse ergernissen onder het vloerkleed lijken te vegen. Algemene principes botsten met persoonlijke beleving.

Wie dat niet begrijpt, heeft ook geen weerwoord. Het is niet toevallig de oude generatie politici die machteloos de Grondwet en de rechtsstaat van stal haalt in het debat met Wilders, en die blijft hameren op grondrechten en het gelijkheidsprincipe. Het is mooi gesproken, telkens weer, maar het heeft geen enkel effect. Wie de politiek van een land wil begrijpen, zal zich eerst in de cultuur moeten verdiepen.

De verschuiving van het algemene en abstracte naar het emotionele en het persoonlijke, de verschuiving van de blik op de grote wereld naar een obsessie met de eigen belevingswereld, was onvermijdelijk. Wanneer je mensen vijftig jaar lang voorhoudt dat ze hun eigen wereld mogen maken, eisen ze op een gegeven moment ook het recht op om dat doen – en dan blijkt het een leugen te zijn. Maar die verschuiving heeft inmiddels een akelig soort narcisme gebaard, een romantiek van het ik, een stugge onwil om nog een andere werkelijkheid dan die van jezelf te erkennen. Dat die werkelijkheid steeds weer anders blijkt te zijn dan je graag zou willen, is schandalig. Het is altijd wat.

In de Volkskrant reageerde vorige week een anoniem Kamerlid van het CDA sussend op het luiden van de noodklok door CDA-prominent en gewezen informateur Ruud Lubbers, die voorstelde een time-out in de formatie te nemen en de mogelijkheid van een regering zonder de PVV te onderzoeken. De bezorgdheid van de prominenten komt voort uit onwetendheid, aldus het Kamerlid. „Die denken dat het daar gaat over: ‘Oké, dan onthoofden we maar tien moslims per week.’ Daar gaat het helemaal niet over.”

Het gaat niet over het onthoofden van tien moslims per week. Een hele geruststelling.

Wie denkt dat Geert Wilders het probleem is, houdt zichzelf voor de gek. We gaan met z’n allen de diepte in.